cultuur

Aan de voet van het kruis

James Baldwin

Dit is de eerste paragraaf uit ‘Down At The Cross’ uit 1962. De volledige tekst is, in vertaling van Gerda Baardman, opgenomen in Nexus 78, ‘Lessen in tegencultuur’. Bestel hier een exemplaar.

 

I
In de zomer dat ik veertien werd, onderging ik een diepe geloofscrisis. Ik gebruik het woord ‘geloof’ in de gebruikelijke, arbitraire zin: ik ontdekte God, Zijn heiligen en engelen en Zijn brandende hel. En aangezien ik in een christelijk land was geboren, aanvaardde ik die godheid als de enige. Ik ging ervan uit dat Hij alleen binnen de muren van een kerk bestond — dat wil zeggen: van onze kerk — en ik nam ook aan dat God en veiligheid synoniem waren. Het woord ‘veiligheid’ brengt ons bij de ware betekenis van het woord ‘geloof ’: faith, vertrouwen, godsvertrouwen. Preciezer geformuleerd: ik werd in mijn veertiende levensjaar voor het eerst van mijn leven bang — bang voor het kwaad in mij en bang voor het kwaad daarbuiten. Wat ik die zomer in Harlem om me heen zag, was wat ik daar altijd had gezien; er was niets veranderd. Maar nu waren onverhoeds de hoeren, de pooiers en de criminelen van de Avenue een persoonlijke bedreiging geworden. Het was nog nooit bij me opgekomen dat ik een van hen zou kunnen worden, maar nu drong tot me door dat we door dezelfde omstandigheden waren voortgebracht. Veel van mijn leeftijdgenoten gingen duidelijk die kant op en mijn vader zei dat het met mij ook die kant op zou gaan. Mijn vrienden gingen drinken en roken en begonnen — aanvankelijk gretig, later zuchtend — aan hun seksuele loopbaan. Meisjes, nauwelijks ouder dan ik, die in het koor zongen of een zondagsschoolklasje leidden, kinderen van vrome ouders, ondergingen waar ik bij stond hun ongelooflijke metamorfose en het verbijsterendste daarvan waren niet hun ontluikende borsten of hun ronder wordende achterste, maar iets diepers, iets subtielers, iets in hun ogen, hun lichaamswarmte, hun geur en de klank van hun stem. Net als de onbekenden aan de Avenue werden ze in een enkel ogenblik onuitsprekelijk anders en onvoorstelbaar aanwezig. Door mijn opvoeding beschouwde ik mezelf — door het plotselinge ongemak dat ik voelde en doordat ik geen idee had wat mijn eigen stem, mijn eigen hoofd of mijn eigen lichaam ineens konden gaan doen — als een van de meest verdorven mensen ter wereld. Wat ook al niet hielp, was het feit dat die vrome meisjes plezier leken te hebben in mijn doodsbange misstappen en onze grimmige, schuldige, gekwelde experimenten, die even kil en vreugdeloos waren als de Russische steppen en tegelijk veel heter dan het heetste hellevuur.