cultuur

De geest uit de fles

Margaret Atwood

Margaret Atwood schreef dit essay naar aanleiding de Nexus-conferentie ‘How to Change the World’ en verscheen in Nexus 63, ‘Hoe veranderen we de wereld’. 

Toen ik het thema van de Nexus-conferentie 2012 onder ogen kreeg, ‘Hoe verander je de wereld?’, riep dat drie vragen bij me op. Ten eerste: wat bedoelen ze met ‘veranderen’? Ten tweede: wat bedoelen ze met ‘hoe’? En ten derde: wat bedoelen ze met ‘de wereld’?

Toen ik de conferentie bijwoonde, merkte ik dat de sprekers verschillende antwoorden op die drie vragen hadden gevonden. De meesten definieerden ‘verandering’ als sociale verandering. Ze gingen ervan uit dat elke verandering die zijzelf voorstelden, een verandering ten goede was. Het eerste deel van de conferentie was gewijd aan alles wat er mis was met de huidige stand van zaken, dus de voorkeur voor positieve verandering was al ingebouwd. Weinig deskundigen en politici zouden trouwens bekennen dat ze van plan waren de wereld in negatieve zin te veranderen. Zelfs de ergste tirannen van de twintigste eeuw — de Hitler van de kampen, de Stalin van de goelag, de Mao van de verschrikkelijke hongersnoden — schetsten in eerste instantie een utopische toekomst waarin alles oneindig veel beter zou worden, mits er eerst een paar obstakels uit de weg waren geruimd en iedereen die hun niet aanstond, was geëlimineerd. Dat is altijd het probleem als iemand radicale utopische veranderingen voorstelt: wat doe je met degenen die het niet met je eens zijn? Dat is de schaduwzijde van al die plannen voor positieve veranderingen, en sommige mensen — onder wie ikzelf — worden nogal zenuwachtig als het woord vooruitgang zo terloops wordt gebruikt. Vooruitgang voor wie, voor wat? Is het echt zo dat — zoals tante Lydia in mijn roman Het verhaal van de dienstmaagd zegt — ‘beter voor de een’ altijd ‘nog erger voor de ander’ betekent? Of bestaan er echt positief bedoelde veranderingen waarbij alles voor iedereen beter wordt? Laten we het hopen.