cultuur

De gevaren van de klassieken

Ingrid Rowland

Een van de eersten die zich teweer stelden tegen de gevaren van een klassieke scholing, moet Plato zijn geweest, die in De Staat, zoals we weten, Socrates laat bepleiten de dichters uit de ideale staat te verbannen, omdat ze gevaarlijke verspreiders van fictie zouden zijn. Zowel Plato als Socrates was, zoals alle ontwikkelde Atheners, grootgebracht met de dichtwerken van Homerus en Hesiodes, en Plato schreef zelf tragische gedichten, totdat de dood van Socrates hem aanzette tot het uitvinden van een nieuw genre. In De Staat is de verbanning van de dichters daarom niets minder dan de algehele omverwerping van een vierde-eeuws Atheens idee van klassieke scholing vanwege de gruwel dat een groep klassiek geschoolden zich zou
kunnen wreken.

Het is echter niet waarschijnlijk dat het lezen van de Ilias de Atheners ertoe had aangezet om Socrates in 399 voor Christus voor het gerecht te brengen. Eerder was het zijn connectie met de tiran Critias en het recente, wrede oligarchische regime dat tot Socrates’ vervolging, veroordeling en doodvonnis had geleid. De extreme beschuldigingen geven een idee van de uitgesproken emoties die ermee gepaard gingen: Socrates werd ervan beschuldigd vreemde, nieuwe goden in te voeren en de Atheense jeugd te corrumperen. Het feit dat Socrates zelf Critias had getart, werd voor het gemak maar vergeten in de campagne tegen hem. Zijn aanklagers en de mannen die hen bijvielen, schenen te denken dat excentrieke filosofen een reëler gevaar voor de staat vormden dan dichters.

Maar niet alleen tartte Socrates Critias, als burgersoldaat vocht hij ook voor Athene en, trouw aan de wetten van de stad, verkoos hij te sterven in plaats van te vluchten toen zijn stadsgenoten hem uit trouw aan dezelfde wetten ter dood veroordeelden. Een sterker bewijs van toewijding aan een stad en haar politieke stabiliteit is moeilijk denkbaar, maar Socrates had zo’n sterk bewijs nodig om zijn eigen overtuigingen te onderscheiden van die van Critias en diens aanhangers. Ondertussen ging Socrates’ meest schrandere, briljante en gevaarlijke leerling natuurlijk zijn eigen weg. De invloedrijkste Athener sinds Pericles was niet Socrates of Critias of wie van Socrates’ aanklagers dan ook, maar de jonge, eerzuchtige toneelschrijver Aristocles, zoon van Ariston, bijgenaamd Plato.


Dit essay verscheen in Nexus 47, ‘Klassieken, kunst en kitsch
Vertaling Ineke van der Burg