Filosofie

De keerzijde van de vooruitgang

John Gray

 De toekomst van de wereld verontrust mij niet meer; ik dwing mij niet meer om, met angst in mijn hart, de meer of minder lange duur van de Pax Romana te berekenen; ik laat de goden hun gang gaan. Dat komt niet doordat ik meer vertrouwen in hun gerechtigheid, die niet de onze is, gekregen heb, of meer geloof in de menselijke wijsheid; integendeel. Het leven is wreed; dat weten wij. Maar juist omdat ik weinig van de menselijke gesteldheid, de tijden van voorspoed, de partiële vooruitgang verwacht, schijnen de pogingen tot wederaanvang en voortzetting mij evenzovele wonderen toe die de ontzaglijke massa van de kwalen, mislukkingen, zorgeloosheid en dwaling bijna goedmaken. De catastrofen en het verval zullen komen; de wanorde zal zegevieren, maar de orde zal dit ook van tijd tot tijd. De vrede zal zich opnieuw tussen twee tijdperken van oorlog wringen; de woorden vrijheid, menselijkheid, recht, zullen hier en daar de zin herkrijgen die wij getracht hebben hun te geven. Onze boeken zullen niet alle vergaan; onze gebroken standbeelden zullen hersteld worden; andere koepels en andere friezen zullen uit onze koepels en onze friezen geboren worden; enige mensen zullen denken, werken en voelen zoals wij: ik durf te rekenen op de voortzetters, op onregelmatige afstanden langs de baan der eeuwen geplaatst, op deze onsterfelijkheid bij tussenpozen.[1]

 

Het zal moeilijk zijn een zienswijze te vinden die verder af staat van de 21ste-eeuwse mentaliteit dan die van keizer Hadrianus in zijn gefingeerde memoires van de hand van de romancière Marguerite Yourcenar. Tegenwoordig is betekenisvol engagement op het vlak van ethiek en politiek voor vrijwel iedereen ondenkbaar, tenzij het deel uitmaakt van een grootschalige ontwikkeling naar een betere wereld. De vooruitgangsgedachte is zo diep ingesleten in de manier waarop de meeste mensen denken en voelen, dat ze de menselijke conditie bijna ondraaglijk vinden zonder het geloof dat de toekomst beter zal zijn dan alles uit het verleden. Niets zo veelgehoord als de jammerklacht dat het leven amper het leven waard is zonder dit geloof.