cultuur

De kleine deugden

Natalia Ginzburg

Wat betreft de opvoeding van onze kinderen denk ik dat we hun niet de kleine deugden moeten leren, maar de grote. Geen spaarzaamheid, maar vrijgevigheid en onverschilligheid ten aanzien van geld; geen voorzichtigheid, maar moed en minachting voor gevaar; geen sluwheid, maar eerlijkheid en waarheidsliefde; geen diplomatie, maar naastenliefde en zelfopoffering; geen verlangen naar succes, maar het verlangen om te bestaan en dingen te weten.

Gewoonlijk doen we het tegenovergestelde: in allerijl brengen wij onze kinderen respect bij voor de kleine deugden, en baseren daarop ons hele opvoedingssysteem. Op die manier kiezen wij de gemakkelijkste weg, want de kleine deugden brengen geen enkel materieel gevaar met zich mee, en vormen zelfs een bescherming tegen de slagen die het lot ons kan toebrengen. We laten na de grote deugden te onderwijzen, maar toch houden we ervan en zouden we willen dat onze kinderen ze bezaten. We koesteren echter het vertrouwen dat deze deugden op een dag spontaan in hun ziel zullen ontkiemen, omdat we denken dat ze instinctief van aard zijn, terwijl de andere, de kleine deugden, ons het product lijken van overpeinzing en berekening. Daarom vinden we dat deze absoluut moeten worden onderwezen.