Filosofie

De liefde in twee lessen

Claude Habib

Wat Rousseau over dromen schreef, zouden we ook over liefde kunnen beweren: ‘Het is een staat van zijn die opnieuw beleefd wordt door de herinnering.’ Over liefde praten heeft altijd consequenties. Daarvan getuigt een lange lijst van verboden boeken over liefde, met name romans. Tot in de vorige eeuw probeerden pedagogen de jeugd voor dit soort teksten te behoeden. In plaats van te glimlachen over deze vooroordelen uit een andere tijd verwijs ik graag naar een maxime van La Rochefoucauld: ‘Er zijn mensen die nooit verliefd zouden zijn geworden als ze nooit over liefde hadden gehoord.’ 1

Het is vreemd, maar woorden die met liefde te maken hebben, zijn op een bepaalde manier besmettelijk. Het lijkt alsof ze ervoor zorgen dat je de smaak van liefde te pakken krijgt, hoewel de auteur zegt daar niet op uit te zijn, want hij beweert dat het enige doel van zijn werk is om aan te tonen dat hartstocht gevaarlijk is. Dit steeds terugkerend motief in de voorwoorden van klassieke werken nam indertijd het wantrouwen van opvoeders niet weg. Madame de Maintenon vroeg Racine voor haar pupillen op Saint-Cyr toneelstukken te schrijven waarin liefde niet de spil van de intrige zou zijn. Esther en Athalie dus, en niet Andromaque of Phèdre waarin het om wanhopig liefhebben draait.

Deze teksten verbieden wij niet meer, sterker nog we moedigen de lectuur ervan juist aan; dat komt omdat ons oordeel over liefde radicaal veranderd is. We vrezen de liefde immers niet meer, maar roepen haar vol verlangen aan.