kunst

De ontbinding van de muzen

Jean Clair

Een beschouwing over de kunst van dit fin de siècle

 

Achter de ogenschijnlijke onsamenhangendheid van de nieuwste kunstuitingen valt voor een opmerkzame beschouwer een gemeen­schappe­lijk kenmerk te ontdekken. Dat gemeenschappelijke wordt aardig samengevat in de titel van de catalogus van een ten­toonstel­ling in het Whitney Museum, die luidt: Abject Art — Repulsion and desire. Abicere betekent van zich af werpen, verwerpen. Vandaar de notie van verloedering, van laag-bij-de-gronds, van wegg­ooien, van afval. ‘Abject art’ is een laag-bij-­de-grondse kunst, of ook wel afvalkunst, een kunst die over­blijft wanneer alles is verworpen. Anders dan de ‘tabula rasa’ van de avant-garde komt ‘abject art’ voort uit de ont­ken­ning dat een kunstwerk nog zou kunnen ontroeren. Kunst is datgene waarvan men de aanra­king niet kan verdragen, waar­van men de blik afwendt.

Kan een dergelijke kunst bestaan? En als ze bestaat, wat voor plaats heeft ze dan binnen een publieksgerichte tentoon­stelling? Kan een kunst die de toeschouwer per defini­tie afstoot een maatschappelijk raakvlak hebben?