Geloof

De theoloog en de rouwende

Moshe Halbertal

Het boek Job, de inspiratiebron van dit essay, legt ons twee verschillende versies van het probleem van het kwaad voor. De eerste is het probleem van het kwaad zoals het wordt opgevat door de theoloog. De tweede is het probleem zoals het wordt ervaren door de rouwende. Het boek Job gaat vanzelfsprekend in op het vraagstuk van het kwaad als het klassieke probleem van de theologie. Maar door Job ten tonele te voeren als een rouwende, wiens vrienden op condoleancebezoek komen, plaatst het boek het vraagstuk van het kwaad ook in een andere, niet-theologische context, zoals ik in het vervolg zal proberen aan te tonen.

Ik begin met het probleem van de theoloog. Het vraagstuk van het kwaad dat filosofen en theologen hebben getracht op te lossen, is de onmogelijkheid tegelijkertijd de volgende drie stellingen te bevestigen: a) God is almachtig; b) God is goed; c) er bestaat kwaad. Theologen en filosofen hebben zich de grootste inspanning getroost om de derde uitspraak (het bestaan van het kwaad) aan te vechten en hebben zichzelf zo een slechte naam bezorgd. Twee centrale procédés werden aangewend om de derde veronderstelling te ondergraven, één verachtelijke en één stompzinnige (stompzinnig op een manier waarop alleen metafysici het kunnen zijn).