kunst

Het einde van de smaak

Arthur C. Danto

Een apologie van de moderne kunst

Jean Clair, in de jaren zeventig een belangrijke interpretator van het werk van Marcel Duchamp, is, ietwat verbazend in het licht van zijn vroegere toewijding, tot de conclusie gekomen dat deze kunstenaar in hoge mate verantwoordelijk is voor wat hij beschouwt als de jammerlijke toestand van de moderne kunst. Hij heeft recent zijn geschriften over Duchamp gebundeld onder de titel Marcel Duchamp et la fin de l’art;(1) en uit zijn essay ‘De ontbinding van de muzen’(2) blijkt duidelijk dat hij la fin de l’art vrijwel gelijkstelt aan wat hij daarin beschrijft als de fin de siècle-kunst van de late twintigste eeuw. Die wordt in zijn ogen  gekenmerkt door de opkomst van een ‘nieuwe esthetische categorie’ die bestaat uit ‘afkeer, moedeloosheid, afschuw en walging’. Walging is een ‘gemeenschappelijk kenmerk, een familiegelijkenis’ van de kunst die gemaakt wordt ‘niet alleen in Amerika en Europa, maar zelfs in de landen van Midden-Europa waar de westerse moderniteit recentelijk ingang heeft gevonden’. De Franse taal maakt een woordspel mogelijk tussen goût (smaak) en dégoût (walging), dat bij gebrek aan een duidelijk morfemisch verband tussen smaak en walging in het Nederlands niet mogelijk is. Aldus kunnen we Jean Clairs beschouwing van la fin de l’art als ‘het einde van de smaak’ parafraseren — een situatie waarin walging de positie heeft ingenomen die vroeger bezet werd door de smaak. En dat is nu precies de uitdrukking van de jammerlijke neergang van de kunst in de afgelopen paar eeuwen: ‘Van smaak… zijn we afgegleden naar walging.’