Geloof

Een lofzang op de menselijke ziel

Marilynne Robinson

Het humanisme was de grootste verworvenheid van de Renaissance. De herontdekking, vertaling en verspreiding van literaire meesterwerken uit de Oudheid zorgden voor nieuwe opwinding, door zo levendig de prestaties en de vermogens van de mensheid over het voetlicht te brengen, met gevolgen voor de beschaving die iedere verbeelding tarten. De disciplines die met deze wederopstanding kwamen bovendrijven — de beheersing van de klassieke talen, de eerbiedige aandacht voor heidense dichters en filosofen, de studie van de oude geschiedenis en de aanpassing van oude vormen aan moderne doelstellingen — droegen allemaal de kenmerken van hun oorsprong, maar dienden eeuwenlang als het robuuste fundament voor onderwijs en cultuur, tot in het vrij recente verleden. In beknopte, uitgebreide en aangepaste versies leven deze voorliefdes uit de Renaissance nog immer onder ons voort in de geesteswetenschappen, die — zo krijgen we te horen — steeds meer onder druk staan. Het nut van de geesteswetenschappen staat ter discussie, zo lijkt het, ondanks het feit dat ze de gehele periode van de spectaculaire materiële en intellectuele bloei van de westerse beschaving centraal in de kennisverwerving hebben gestaan. Tegenwoordig zijn we minder geïnteresseerd in het uitrusten en verfijnen van het denken, en meer in het scheppen en beheersen van technologieën die een meetbare vooruitgang opleveren van het materieel welzijn — althans voor degenen die ze in het leven roepen en beheersen. Tegenwoordig zijn we minder geïnteresseerd in het onderzoeken van de glorieuze geest en er meer mee bezig om voor te blijven op datgene waarvan we denken dat het ons achtervolgt. Of misschien proberen we alleen maar te ontsnappen aan het spookbeeld van de entropie. In ieder geval is de tijdgeest er een van vreugdeloze urgentie. Velen van ons bereiden onszelf en onze kinderen erop voor om instrumenten te zijn ten behoeve van ondoorgrondelijke doeleinden, zeker niet de onze. In zo’n klimaat lijkt er weinig plek voor de geesteswetenschappen. Zij zijn een slechte voorbereiding op de economische slavernij. Deze geestesgesteldheid is niet het gevolg maar de oorzaak van de huidige stand van zaken. We hebben net zulke goede redenen om blij te zijn met de menselijke genialiteit als eerdere generaties.

Het antigif voor onze somberheid kan worden aangetroffen in de hedendaagse natuurwetenschappen.