Geschiedenis

Een moderne Grand Tour

Ingrid D. Rowland

In de zeventiende en vooral de achttiende eeuw heeft de Grand Tour zich ontwikkeld tot een onmisbaar bestanddeel van de opvoeding van een Brits gentleman. Het idee was dat wanneer de jonge aristocraat na een langdurig verblijf te Napels, Rome en Venetië naar zijn eiland terugkeerde, zijn geest was verlicht door de kennismaking met de hoogtepunten van de antieke en de moderne kunst, zijn bagage uitpuilde van de aankopen — waaronder, als het meezat, een swagger portrait (pronkportret) in olieverf door Pompeo Batoni en een intiem pastelportret door Rosalba Carriera — en zijn vaardigheden als minnaar waren verfijnd door Venetiaanse courtisanes. Zo was hij gereed om zijn plaats in de wereld in te nemen als leider van zijn land en patriarch van zijn dynastie. Bij het aanbreken van de negentiende eeuw had de opvatting dat een reis naar de bronnen van de westerse beschaving in een behoorlijke opvoeding niet mocht ontbreken, zich verbreid over een veel breder maatschappelijk spectrum: ze gold nu niet alleen voor mannen maar ook voor vrouwen, voor Amerikanen — en een paar Aziaten, Afrikanen en Australiërs — en Noord-Europeanen. Het massatoerisme van de twintigste en de eenentwintigste eeuw is niets anders dan een verdere verruiming van het idee dat rechtstreeks contact met bepaalde belangrijke oorden en voorwerpen essentieel is om iemands karakter de finishing touch te geven en hem te maken tot een door en door verantwoordelijk burger.