Geschiedenis

Enthousiasme voor verandering biedt geen garantie

Ágnes Heller

De menselijke wereld is altijd door mensen veranderd. De vraag op het schilderij van Gauguin: ‘Waar komen we vandaan, wie zijn we, waar gaan we heen?’, is net zo oud als de mensheid zelf. Hij plaatst ‘onze wereld’ in het heden, tussen het verre verleden en de toekomst. Het verre verleden bestaat niet meer. Het sprookje begint met de zin: ‘Er was eens een man’. Hij was er, hij is er niet meer, en wij vertellen zijn verhaal.

We hebben altijd geweten dat het verleden niet langer bestaat, dus dat de wereld veranderd is. Toch wisten we maar weinig over een te verwachten toekomst. Ons beeld van een toekomstige verandering schommelt tussen twee mogelijkheden: een loutere voortzetting van het ‘nu’, of een uiteindelijke catastrofe. Als je denkt dat het ‘nu’ zich onveranderd zal voortzetten, plant je olijfbomen voor je nakomelingen, in de hoop dat die in hun schaduw zullen rusten. Als je het beeld voor ogen hebt van een uiteindelijke catastrofe, een laatste oordeel, een wereldeinde of verlossing, moet je je voorbereiden op een wonder.

Sinds het aanbreken van de moderne tijd heeft onze houding tegenover tijdelijkheid, de ervaring van verandering, een ingrijpende transformatie ondergaan. De moderne samenleving richt zich op de toekomst. Toekomstige veranderingen, vooral de zogenaamde ‘kwalitatieve veranderingen’, worden voor ons, moderne mensen, het belangrijkste doel en de belangrijkste zorg. Zij zijn de levensader van de moderniteit.