Filosofie

Friedrich Nietzsche – deel 1

Rüdiger Safranski 

Dit essay verscheen in Nexus 16, ‘Cultuur en politiek

Er zijn inzichten die zo in het oog springen dat je het volgende moment al denkt dat je er zelf op bent gekomen. Zo vergaat het iemand vaak als hij Nietzsche leest. Zijn werk is een overdadig vuurwerk van zulke inzichten. Ik pak er één ontdekking uit. Moraal, zo schrijft hij in Menschliches, Allzumenschliches, veronderstelt het vermogen ‘zichzelf te delen’. Een machtige traditie spreekt van het ‘individuum’, dus van de ondeelbare kern van de mens. Nietzsche heeft met de kernsplitsing van het individu geëxperimenteerd, zijn hoofdstelling dienaangaande luidt: ‘In de moraal behandelt de mens zichzelf niet als individuum, maar als dividuum.’ (II,76) Omdat het individu geen eenheid is, kan het ook het brandpunt worden van een innerlijke wereldgeschiedenis, en wie zich in het individu verdiept, loopt de kans dat hij een ‘avonturier en oceaanzeiler [wordt] van die innerlijke wereld die “mens” heet: (II, 21) Net als Nietzsche. 

Het onderwerp moraal was de levenslange obsessie van Nietzsche. Bij het nadenken daarover openbaarde de fundamentele menselijke verhou-ding zich aan hem als een verhouding tot zichzelf. De mens – het ‘dividuum’ – kan en moet zich tot zichzelf verhouden. Hij is geen eenstemmig, maar een meerstemmig wezen, dat ertoe veroordeeld is en tegelijk de kans heeft met zichzelf te experimenteren. Het individuele leven is daarom, net als het leven der culturen, een opeenvolging van experimenten met zichzelf. De mens is het ‘niet vastgelegde dier’. 

Als je je niet kunt vastleggen, komt alles erop aan hoe je met jezelf omgaat. Nietzsches denken antwoordt op de uitdaging van de vrijheid. Toch is hij er niet zeker van of de vrijheid werkelijk gelijk te stellen is met de innerlijke meerstemmigheid die de mens voor de keus stelt aan welke van de stemmen hij gehoor wil geven. Nietzsche overweegt tevens een andere gedachte: is het misschien niet zo dat er oorspronkelijk alleen zwakken en sterken bestonden, die zich naar de kracht en eenduidigheid van de wil onderscheidden?