Filosofie

Geld maakt van een tuin een markt

Roger Scruton

Dit essay is ook in print te lezen, in Nexus 64, ‘Luxe en verval’.
Bestel hier een exemplaar.

Der Ring des Nibelungen werd geschreven in een tijd dat schrijvers en denkers werden gefascineerd door de opkomende kapitalistische economie; sommigen loofden die, anderen waren er zeer kritisch over, maar allemaal erkenden ze dat er nieuwe krachten onder ons waren ontketend en dat de wereld onder hun invloed onomkeerbaar was getransformeerd. Geen commentator heeft er ooit aan getwijfeld dat, van de vele thema’s die Wagner in dit grote werk aan de orde stelt, het thema geld tot de allerbelangrijkste behoort. Alberichs ring is een symbool van de macht. Maar het is ook een allegorie van het geld. En Wagner vestigt onze aandacht op het aspect van het geld dat mensen vanaf de vroegste historische tijden heeft bevreemd en verontrust — namelijk de wijze waarop geld zowel de bezitters ervan als de niet-bezitters tot slaven maakt.

Wagner zei over de Ring-cyclus dat daar ‘waarheid in te beluisteren viel’. We kunnen moeite hebben met dit of dat element van de muziek, met de legende of de personages (en maar weinig mensen laten zich helemaal overtuigen door de figuur Siegfried, die een onmogelijke morele last draagt op zijn magere morele schouders). Maar we weten wat Wagner bedoelde en zijn zeker geneigd het te beamen. Niets is indrukwekkender aan Der Ring dan de oprechtheid van de artistieke visie, en het besef dat we er voortdurend worden geconfronteerd met diepe waarheden over ons leven, zonder dat er leugens en uitvluchten mogelijk zijn. En een van de diepe waarheden die Wagner ons probeert te laten zien, is de waarheid van Kants ethiek: dat de mens ‘transcendentale vrijheid’ bezit. Doordat we vrij zijn hebben we de plicht onszelf en anderen te behandelen als objecten met intrinsieke waarde en niet als inwisselbare objecten: als doelen en niet als middelen. Toch introduceert geld, zodra dat de wereld in komt, het principe der inwisselbaarheid, en het geloof, dat aanvankelijk nog maar een vermoeden is maar gaandeweg onverbiddelijk in zekerheid verandert, dat er geen intrinsieke waarden bestaan en dat iedereen en alles een prijs heeft. Dat is, voor een deel, de symboliek die Wagner legt in Alberichs ring.