kunst

Gustav Mahlers antwoord op de laatste vragen

Constantin Floros

Dit essay verscheen in Nexus 59, ‘De laatste vragen van Gustav Mahler’. Liever op papier lezen? Bestel deze Nexus.

Gustav Mahler was een filosofisch ingesteld mens en een religieus kunstenaar. Door zijn tijdgenoten werd hij veelal als ‘filosoferende symfonicus’, ‘Godzoeker’ en ‘mysticus’ bestempeld. Bij het lezen van zijn brieven en de verslagen van zijn gesprekken met zijn vertrouwelinge Natalie Bauer-Lechner verbaas je je geregeld over zijn diepzinnigheid. Hij was zeer belezen (noemde zichzelf een ‘boekenvreter’) en dacht veel na over God en de wereld, muziek en de andere kunsten, componisten en interpretatiekwesties, over leven en dood, en vooral over het probleem van het bestaan.

Het is niet overdreven te stellen dat hij een enorme honger had naar kennis. Nog tijdens de laatste dagen voor zijn dood — zo bericht zijn vrouw — las hij Das Problem des Lebens van Eduard von Hartmann. Uit veel van zijn uitspraken kan worden geconcludeerd dat zijn belangstelling vooral uitging naar vraagstukken van existentieel-filosofische aard: de zin van het leven, het onoplosbare probleem van de dood, de kwestie van de voortzetting van het bestaan na de dood. In een brief aan zijn vrouw van 10 september 1908 sprak hij zich uit over de raadselachtigheid van het bestaan. De opmerking van een trompettist, die zich afvroeg wat voor schoonheid er kon huizen in hetgeen hij in de hoogste noten gedempt moest blazen, wees hem op het innerlijk van de mens, die ook zijn eigen jammerlijke bestaan niet kan begrijpen en zelfs niet kan inzien ‘waartoe dit alles er is, en hoe dit geschal in de algehele wereldsymfonie met het grote akkoord zou moeten instemmen’.

In de zomer van 1908 componeerde hij in Toblach Das Lied von der Erde, een uit liederen bestaande symfonie, waarvan hij de teksten ontleende aan Die chinesische Flöte van Hans Bethge. Grondthema van dit werk (de titel stamt van Mahler) is de liefde voor de natuur en het leven, de nietigheid van alle dingen en vooral de vergankelijkheid van de mens, die maar zo kortstondig mag genieten ‘van alle rotte troep van deze aarde’, terwijl die lieve aarde in de lente overal steeds opnieuw ontluikt en bloesemt. Mahler, die in de zomer daarvoor, toen zijn oudste dochtertje stierf en hijzelf een ernstige hartkwaal bleek te hebben, een zware existentiële crisis doormaakte, identificeerde zich met veel van deze oud-Chinese verzen (door Bethge in het Duits vertaald).

Vertaling Janneke van der Meulen


Lees ook: