Geloof

Is God gelukkig?

Leszek Kolakowski

Uit de eerste levensbeschrijving van Siddharta, de latere Boeddha, vernemen we dat hij in zijn jonge jaren geheel en al onkundig was van de ellende van het menselijk bestaan. Hij was een koningszoon, die tot aan zijn volwassenheid in weelde leefde, te midden van geneugten en muziek. Toen hij al gehuwd was, besloot God zijn geest te verlichten. Eenmaal zag hij een oude, uitgeleefde man, later een zwaar zieke, lijdende man, en toen een lijk. Eerst toen drong het tot hem door dat er ouderdom, leed en dood in de wereld zijn, al die pijnlijke kanten van het leven waarvan hij tot dan toe onkundig was gebleven. Daarop besloot hij zich uit de wereld terug te trekken, monnik te worden en de weg naar het nirwana te gaan zoeken. We mogen dus vermoeden dat hij het geluk deelachtig was zolang hij geen weet had van de ellendige realiteiten van het leven en dat hij pas later, na de lange, moeizame reis, het ware geluk voorbij het aardse bestaan bereikte.

Kunnen we het nirwana beschrijven als een staat van geluk?