Lezen in tijden van corona

Lezen en de kunst van het leven

Rob Riemen

I
Het intellectuele betoog, alle intellectuele arbeid die van blijvende waarde zal zijn, is in essentie niets anders dan het duiden, uitleggen en becommentariëren van het enige waar een intellectueel zich verplicht aan weet: waarheid. De waarheid zelf overstijgt dat betoog, laat zich niet vangen in een intellectuele reflectie. Waarheid toont zich, in het leven, in verhalen. En alleen wie oog heeft voor de poëzie van het leven, is in staat waarheid te zien. Schrijvers, dichters en kunstenaars hebben zo’n oog. Zonder dat oog zouden zij blind zijn en nimmer het scheppingswerk kunnen verrichten waardoor wij de waarheid van ons eigen bestaan kunnen ervaren.

In 1911 wordt aan de Oostenrijkse dichter Hugo von Hofmannsthal een waargebeurde geschiedenis verteld over een incident tijdens de opstand in 1900 in China van de nationalistische Bokserbeweging tegen de corrumperende invloed van de westerse mogendheden in hun land. In één oogopslag ziet de dichter de poëzie in dit verhaal, ziet dat voorbij de feiten een universele waarheid wordt onthuld over de betekenis van het leven en de kunst van het lezen. En hij noteert in zijn aantekeningen:

Tijdens het neerslaan van de Bokseropstand in China aan het begin van deze eeuw trof een Duits officier, aan het einde van een lange rij Chinezen die naar de guillotine werden gevoerd, een man die met grote aandacht een boek zat te lezen. De officier vraagt: ‘Wat leest u?’ De man kijkt op en vraagt verstoord: ‘Waarom stoort u mij?’ Waarop de officier zegt: ‘Hoe kunt u nu een boek lezen?’ En de man antwoordt: ‘Ik weet dat iedere regel die je leest winst betekent.’

Hugo von Hofmannsthal realiseerde zich dat deze onbekende Chinees, voor wie de uren, zelfs de minuten voor zijn onvermijdelijke dood kostbare tijd inhouden om met de grootst mogelijke concentratie een boek te lezen, dat deze ware lezer iets weet wat wij al honderd jaar geleden vergeten zijn: dat het leven een kunst is en dat je de levenskunst niet kunt beoefenen zonder de kunst van het lezen. Je leest om te leven en je leeft om te lezen, om dat te lezen wat gelezen moet worden; het perfecte boek, een boek waarin elk woord betekenisvol is, een boek waarin iedere regel die je leest winst betekent…