cultuur

Lof van de schiereilanden

Dit essays is de openingslezing van de Nexus-conferentie 2015, die plaatsvond vlak na de terreuraanslagen in Parijs. Het verscheen in Nexus 71, ‘Wachten op de barbaren’. Bestel hier een exemplaar. 

 

Dit is een ochtend van ontsteltenis en verdriet. We leven mee met de onschuldige slachtoffers, hun familieleden, Parijs, Frankrijk, de mensheid. Hier volgen enkele regels die ik vlak na 11 september schreef en die ik vandaag graag wil herhalen: ‘Er is in de wereld maar één macht die fanatieke islamisten in bedwang zou kunnen houden en zelfs zou kunnen verslaan, en die komt van de gematigde moslims. Wij wachten nu allemaal af totdat gematigde moslims van zich laten horen, zelfs actie ondernemen.’

Dames en heren, laat me beginnen met een persoonlijke ontboezeming. Sinds jaar en dag sta ik om vier uur ’s ochtends op. Een wandeling voor de dageraad brengt veel dingen terug tot de juiste proporties. Wanneer bijvoorbeeld in het nieuws van de avond daarvoor een politicus woorden heeft gebruikt als ‘voorgoed’, of ‘voor altijd en eeuwig’ of ‘nog in geen miljoen jaar’, dan kan ik de stenen in de woestijn of de sterren boven het stadspark zachtjes horen lachen om het tijdsbesef van die politicus.

Nog steeds voor zonsopgang ga ik terug naar huis, zet een kop koffie, ga aan mijn bureau zitten en begin mezelf vragen te stellen. Ik vraag niet waar het heen gaat met de wereld, of welke kant we op moeten. Ik vraag mezelf: ‘Hoe zou het zijn als ik hem was, hoe zou het zijn als ik haar was? Wat zou ik voelen, willen, vrezen en hopen? Waar zou ik me voor schamen, in de hoop dat niemand er ooit achter komt?’

Het is mijn vak om in andermans schoenen te gaan staan, of zelfs in zijn of haar huid te kruipen. Ik word gedreven door nieuwsgierigheid. Ik was een nieuwsgierig kind. Bijna alle kinderen zijn nieuwsgierig. Er zijn echter maar weinig mensen die nieuwsgierig blijven als ze volwassen zijn en oud worden. We weten allemaal dat nieuwsgierigheid een noodzakelijke voorwaarde is, de eerste voorwaarde zelfs, voor elk intellectueel of wetenschappelijk werk. Maar ik wil hieraan toevoegen dat ik nieuwsgierigheid ook beschouw als een morele deugd. Een nieuwsgierig mens is een iets beter mens, een betere ouder, betere partner, buurman of -vrouw en collega dan een niet-nieuwsgierig mens. Een nieuwsgierig mens is ook een betere geliefde.

Ik zou willen opperen dat nieuwsgierigheid, naast humor, het belangrijkste tegengif vormt tegen fanatisme. Fanatici hebben geen gevoel voor humor en zijn zelden nieuwsgierig. Want humor ondermijnt het fanatisme, terwijl nieuwsgierigheid het risico van avontuur met zich meebrengt, dingen ter discussie stelt en je soms zelfs laat ontdekken dat je eigen antwoorden fout waren.

 

Vertaling Hilde Pach