cultuur

Lofzang op de sprezzatura

Cristina Campo

Van het Italiaanse woord sprezzatura bestaan in woordenboeken verschillende omschrijvingen, die heel mooi maar ook weinig nauwkeurig zijn, aangezien dit nobele woord geen synoniemen of equivalenten kent. De Fanfani probeert het met ‘openhartigheid, ongedwongenheid, het tegenovergestelde van gekunsteldheid of geaffecteerdheid’. En de Zingarelli, die het woord zijn intellectuele cachet teruggeeft, voegt aan ‘achteloze wijze van spreken of handelen’ nog toe: ‘eigen aan iemand die zeker van zijn zaak is’. De Petrocchi merkt sprezzatura, zoals te verwachten, aan als een vorm van waardigheid (‘edele sprezzatura’), maar ook — en dat valt te prijzen — als een moedwillige houding: ‘het uitblinken in nonchalance’. Daarop volgt een conclusie waarover te twisten valt: ‘Sprezzatura is een kunst.’ Geen van de woordenboeken, bewonderenswaardige compendia van stilistische clairvoyance, vergeet (hoe zouden ze ook?) de sprezzatura als kledingstijl, die, zoals gezegd, ‘schoonheid kan ondersteunen’. De definitie kan dan ook ‘worden uitgebreid naar voortbrengselen van de kunst of de geest’.

Het moge duidelijk zijn dat we het hier niet hebben over de das die Brummell in het donker knoopte, opdat het toeval er een onberekenbare twist aan zou geven, en evenmin over de regel van de Japanse tuinkunst die voorschrijft dat een tuin pas volmaakt is als er op de goed geveegde paden uit een boom een toevallige franje van rode blaadjes is gevallen. Het nauw verwante eleganza (bekoorlijkheid) doet de sprezzatura tekort wat scheppingskracht en sprankeling van haar aanstekelijke vuur betreft; piglio (présence) heeft iets moedwilligs wat de sprezzatura ontbeert, disinvoltura (ongedwongenheid) reduceert haar tot niet meer dan een gebaar. Noncuranza (nonchalance) komt dichterbij, maar slaat slechts op het omhulsel van de sprezzatura, haar negatieve en daarmee tijdelijke uiterlijk.

In werkelijkheid is sprezzatura een diepe morele houding die alleen kan bestaan in een context die uit de huidige wereld nagenoeg is verdwenen en, net als de term, met die context verloren dreigt te gaan. Of anders gezegd, als je aanneemt dat wat werkelijk bestaat, nooit zal vergaan: de sprezzatura dreigt te worden opgesloten in donkere kerkers, waar in wrede maar rechtvaardige tijden vorsten werden opgesloten die het volk hadden opgehitst en van wie zelfs de namen maar beter vergeten konden worden.

Dit essay verscheen in 2011 in Nexus 58, ‘Lofzangen
Vertaling Asker Pelgrom