Literatuur

Melancholie is een vorm van verzet

Mark Anderson over W.G. Sebald

W.G. Sebald en de Duits-joodse herinnering

I.
Vorig jaar boden Parijs en Berlijn onderdak aan een tentoonstelling over ‘Melancholie: genie en waanzin in de westerse kunst’ van het oude Griekenland tot het hedendaagse Europa, en deze tentoonstelling trok exceptioneel veel publiek.[1] De reacties waren ook exceptioneel persoonlijk. Voor bezoekers die regelmatig antidepressiva slikken bij hun ochtendkoffie, of die zichzelf dagelijks als een vorm van zelfmedicatie aan een zware training onderwerpen, hadden de in gepeins verzonken Griekse jongelingen of de zwaarmoedige denkers van Dürer meer dan een louter academische of esthetische aantrekkingskracht. Met haar uitstapjes naar filosofische en wetenschappelijke discussies (van Aristoteles tot Freud en Walter Benjamin) leek de tentoonstelling zelf het verband te suggereren tussen deze antieke topos en moderne (of postmoderne) psychische stoornissen als melancholie, apathie, chronische somberheid, anomie, neerslachtigheid en manischdepressiviteit. Het nieuwe millennium, leek de tentoonstelling te zeggen, verre van zich te verheugen in het vooruitzicht van een nieuw begin, zit nog steeds gevangen in een pessimistische kijk op sterfelijkheid en een gebrek aan zelfvertrouwen, een fin de siècle dat maar niet wil eindigen.

Weinig Europese schrijvers hebben deze toestand welsprekender uitgedrukt dan W.G. Sebald. Deze zelfverklaarde melancholicus werd in de tweede helft van de jaren negentig een internationale beroemdheid met de publicatie van een uniek soort elegische documentaire fictie, waarin sombere zwart-witfoto’s zijn opgenomen en waarin protagonisten met een neiging tot depressiviteit, passiviteit en zelfmoord centraal staan. Die Ausgewanderten, in 1992 in Duitsland verschenen, documenteert vier ouder wordende mannen die allemaal op een bepaald punt van hun leven psychisch gebroken zijn. Ze leven verder in een toestand van constant verdriet om hun Unglück in het verleden, om de pijn van hun emigratie en het bittere mengsel van een persoonlijke en een historische tragedie. In Sebalds volgende boek, Die Ringe des Saturn uit 1995, is de planeet van de melancholie expliciet het belangrijkste motief van de pelgrimage van de auteur door het Engelse landschap, waarbij hij vergeten, weggedrukte figuren uit de geschiedenis opspoort terwijl hij mediteert over de enorme verwoesting die de menselijke samenleving in het natuurlijke milieu heeft aangericht. In zijn laatste fictiewerk, Austerlitz (2001), gaat het om het leven van een Tsjechische jood die als kind tijdens de nazitijd naar Engeland is gestuurd, een psychisch trauma dat hem als volwassene ernstig opbreekt en uiteindelijk een reis doet maken vol pijnlijke ontdekkingen over zichzelf. Negen maanden later, en slechts twaalf jaar na het begin van zijn opmerkelijke literaire carrière, kreeg Sebald in december 2001 achter het stuur van zijn auto een hartaanval, waarbij hij omkwam.