Literatuur

Middlebrow

Virginia Woolf

Deze brief uit 1932, die Woolf schreef aan de hoofdredacteur van de ‘New Statesman’, is nooit verzonden.

 

Geachte heer,

Mag ik u attent maken op het feit dat in een recensie van een boek van mijn hand (…oktober) uw recensent heeft verzuimd het woord ‘highbrow’ te gebruiken? De recensie deed mij — afgezien van dat verzuim — zo veel genoegen dat ik me gedrongen voel u te vragen, op gevaar af al te eigendunkelijk te schijnen, of uw recensent, een man van evidente intelligentie, mijn aanspraak op die benaming bedoelde te ontkennen. Ik zeg ‘aanspraak’, want ik mag toch wel aanspraak maken op die benaming, wanneer een hoogstaand criticus, die tevens een hoogstaand romanschrijver is — een zeldzame en benijdenswaardige combinatie –, mij steevast een highbrow noemt wanneer hij zich verwaardigt van mijn werk te gewagen in een hoogstaand blad, en daarbij steevast ruimte vindt om niet alleen mij, die dit reeds weet, maar heel het Britse Rijk, dat zijn woorden indrinkt, mee te delen dat ik in Bloomsbury woon? Is uw criticus zich ook van dat feit niet bewust? Of houdt hij, al zijn intelligentie ten spijt, staande dat het onnodig is een boekbespreking aan te vullen met het postadres van de schrijver?