cultuur

Mitteleuropa

Claudio Magris

De boezem van Marieluise Fleisser, de beroemde schrijfster en vriendin van Brecht, werd eens door Bruno Frank beschreven als ‘de fraaiste van heel Mitteleuropa’. Hoe ver, vraag je je af, reikte haar hegemonie? In welke steden of landen kon Frank zeker weten dat er geen fraaiere bestond? Wenen, Zagreb, Triëst, Boedapest en Krakau, zeker, maar Berlijn, München en elders? Het is lastig Mitteleuropa af te bakenen, ook overdrachtelijk. Als we ‘Mitteleuropa’ zeggen in plaats van ‘Midden-Europa’, veronderstellen wij een zekere eenheid, een zekere overeenkomst, ondanks grote tegenstellingen, spanningen en conflicten.

Als Johannes Urzidil, een oude vriend van Kafka, in zijn roman Prager Trytychon zijn eigen mythische Praagse jeugd beschrijft, schrijft hij: ‘Ich bin hinternational’, een woordspeling op het Duitse hinter, oftewel ‘achter’. Er was een soort fantastische ‘ruimte achter de naties’, waar nationale contrasten en realiteiten tegen elkaar wegvielen, elkaar neutraliseerden — en dat terwijl in die tijd de Duitse en Tsjechische studenten elkaar op het terrein van de Praagse universiteit de hersens insloegen, om maar te zwijgen van het sluipende antisemitisme. Maar het is ook zo dat de Duitse nationalisten die de Tsjechen het meest naar het leven stonden, zelf Tsjechische namen hadden, en vice versa.

De identiteit van deze wereld schijnt te liggen in de onmogelijkheid haar te definiëren — te reduceren tot een overdreven precies omschreven identiteit.

 

Vertaling Gertjan Wallinga
Dit essay is een vertaling van ‘Mahler, Mitteleuropa’ en verscheen als ‘Ik kom wat later, of helemaal niet’ in Nexus 59.

 


Lees ook:

Bespreking van Donau van Claudio Magris