Nicola Chiaromonte en zijn ‘notitieboekjes’

Wojciech Karpiński

Dit essay verscheen in Nexus 28, ‘Een tijd van wangeloof’.
Bestel hier een exemplaar.

In januari 1972 stierf Nicola Chiaromonte aan een hartaanval. Net als de herinneringen van vrienden dat later zouden doen, maakten de necrologieën gewag van zijn discretie en van zijn onafhankelijke manier van denken. Het leek wel of de leemte tussen het formaat van dit personage en zijn maatschappelijke erkenning nog groter was dan gebruikelijk, en ook al waarneembaar voor zijn tijdgenoten. Naar mijn mening was een van de redenen hiervoor het versnipperde van het werk van Chiaromonte, een andere lag in de aard van zijn denken zelf.

Tijdens zijn leven had hij maar twee boeken gepubliceerd, en dan ook nog alleen essaybundels: een met artikelen over toneel, La situazione drammatica (1960), en een met literaire en filosofische bespiegelingen, Credere e non credere (1971; de Engelse versie The Paradox of History verscheen in Londen in 1970). Sindsdien heeft Miriam Chiaromonte, de weduwe van de schrijver, drie boeken uitgegeven: filosofische geschriften (Scritti politici e civili, 1976), teksten over toneel (Scritti sul teatro, 1976) en literaire en filosofische stukken (Silenzio e parole, 1978). In 1992 zag een bloemlezing van teksten van Chiaromonte het licht, Il tarlo della coscienza, en in 1995 een omvangrijke keuze uit zijn notities, Che cosa rimane — Taccuini 1955–1971, die ik in dit artikel uitgebreid zal bespreken. In de Verenigde Staten verscheen een keuze uit zijn essays onder de titel The Worm of Consciousness and other Essays (1976) en een herdruk, in 1985, van The Paradox of History (eveneens in het Duits verschenen, en in Londen ook in het Russisch). In 1982 herdacht Survey in het lentenummer de tiende sterfdag van Chiaromonte met de publicatie van een bloemlezing uit zijn artikelen en aan hem gewijde studies.

In zijn teksten en in de commentaren daarop komt het silhouet van de schrijver iets meer naar voren, maar het beeld blijft verbrokkeld en onscherp.