Literatuur

Op latere leeftijd een meester vinden

Adam Zagajewski

Dit essay verscheen in 2018, in Nexus 79, ‘Brief aan mijn leraar’.
Bestel hier een exemplaar.

Toen Leo Strauss in een van zijn essays Karl Marx en Friedrich Nietzsche noemde, voegde hij er terloops aan toe dat deze grootmeesters extreem erudiet waren. Wat hij daarmee bedoelde was dat de intellectuelen van zijn eigen generatie in dat opzicht enigszins tekortschoten. Wanneer we echter stilstaan bij Strauss’ eigen eruditie, dan kijken we op tegen een Himalaya aan kennis, die zich uitstrekt van presocratische filosofen tot vertegenwoordigers van het existentialisme en middeleeuwse Arabische denkers.

Ik wil niet opscheppen, maar als er één generatie is die slecht onderwijs heeft genoten, is het wel de mijne.

Een meester hebben we niet slechts voor onze geestelijke vorming, voor het leren van talen, het lezen van boeken en het bespreken van ideeën. Een meester is iemand die op andere manieren uitblinkt, die ons toont hoe we tegelijkertijd moedig en elegant kunnen zijn, hoe we intelligentie aan goedheid en een passie voor een bepaald vak aan een meer algemene wereldwijsheid, morele integriteit en persoonlijke charme kunnen paren.

Vertaling Jelle Noorman