Filosofie

Over het geprivatiseerde geluk

Alastair Hannay

Geluk is niet van de lucht tegenwoordig. Deskundigen houden ons voor dat we te vaak en nodeloos neer­slachtig zijn. Weekbladen leren ons hoe we ons zelfbeeld kunnen opkrikken, hun advertenties vertonen lachende mensen met perfecte gebitten, ravottende gezinnetjes op het strand, jongeren die elkaar hongerig aankijken als stomme beesten in het wild. Het heet dat we last hebben van ons zelfbeeld en ons nodeloos laten verlammen door gevoelens van onvolwaardigheid. Als beklemmende herinneringen te zwaar drukken, biedt de wetenschap ons uitkomst. In de frontaalkwab van de linker hersenhelft is er ruimte gevonden voor een opwaardering van gevoelens van blijdschap, en wie weet zal neurotechnisch wissen van nare herinneringen binnenkort mogelijk zijn. Beletten dat zich nieuwe eiwitten vormen, direct na een traumatische gebeurtenis, zou kunnen voorkomen dat deze in het langetermijngeheugen wordt opgeslagen. Op de lange duur zullen neurobiologen wellicht in staat zijn reeds diep ingeprente, storende beelden te wissen.

In onze cultuur is de idee dat geluk schuilt in het verlichten van ongeluk, zelf reeds diep ingeprent, zozeer dat het in deze technisch ingestelde cultuur moeilijk is je in een tijd te verplaatsen waarin geluk níét werd beschouwd als iets dat zou kunnen en mogen zijn, wanneer alles wat ons plaagt nu maar verdween.

Stel u echter voor dat het ongeluk uit de wereld is geholpen. Het leven strekt zich nu voor ons uit als een onbeschreven blad dat wacht tot het wordt gevuld. Welk positief gevoel kan in de plaats treden van dit louter negatieve ideaal, zodra dat heerlijk maar zo kortstondig ogenblik van verlichting voorbij is?