cultuur

Tegen de kunstbezuinigingen

Victor Hugo

Redevoering uitgesproken in de Assemblée nationale op 10 november 1848

De voorzitter: Op de agenda staat de behandeling van de herziene begroting van 1848.

De heer Victor Hugo: Mijne heren, niemand is meer dan ik doordrongen van de noodzaak, (‘Harder! Harder!’) van de dringende noodzaak tot het terugdringen van de overheidsuitgaven, maar naar mijn mening ligt de oplossing voor de nijpende financiële situatie niet in zomaar enkele onbeduidende, verfoeilijke bezuinigingen; die oplossing ligt volgens mij op een ander, hoger vlak, namelijk in een verstandige bemoedigende politiek, gericht op het vertrouwen in Frankrijk, op een wederopleving van orde, werkgelegenheid en krediet…

(Tumult) een politiek die het mogelijk maakt de enorme extra uitgaven die voortkomen uit de moeilijke omstandigheden te verminderen of zelfs te schrappen. Die extra uitgaven, mijne heren, drukken werkelijk te zwaar op de begroting, en als die overbelasting blijft voortduren en nog meer toeneemt, kan die, als u niet uitkijkt, op een gegeven moment leiden tot de ineenstorting van het maatschappelijk bouwwerk.

Met dat voorbehoud deel ik op veel punten de mening van de financiële commissie.

Ik heb al – en ik zal dat blijven doen – gestemd voor de meeste voorgestelde bezuinigingen, met uitzondering van de kortingen die volgens mij de bronnen van het openbare leven droogleggen en die mij niet alleen voorkomen als een twijfelachtige financiële maatregel maar als een onmiskenbare politieke vergissing.

Tot die laatste categorie reken ik de voorgestelde bezuinigingen van de financiële commissie op wat ik zal noemen het speciale budget voor letteren, kunst en wetenschap.

Dit essay verscheen in Nexus 58, ‘Lofzangen
Vertaling Mirjam de Veth 

 


Lees ook: