Filosofie

Waarom denken treurig maakt

George Steiner

 

Dit is de al het eindige leven aanklevende treurnis, die echter nooit werkelijkheid wordt, maar enkel dient tot de eeuwige vreugde die gelegen is in de poging deze treurnis te overwinnen. Daarom ook is over de gehele natuur een sluier van zwaarmoedigheid uitgespreid, die de diepe, onverstoorbare melancholie is van alle leven.

Alleen in individualiteit is leven, en alle individualiteit berust op een duistere grond, die eveneens moet dienen tot grond van de kennis.

– Schelling, Over het wezen van de menselijke vrijheid (1809)

 

Schelling – en hij niet alleen – kent aan het menselijk bestaan een fundamentele, onontkoombare treurnis toe. Bij nadere beschouwing vormt deze treurnis de duistere grond waarin het bewustzijn en het kenvermogen geworteld zijn. Deze duistere grond moet dan ook de basis zijn van alle waarneming, van alle mentale processen. Denken is onlosmakelijk verbonden met een ‘diepe, onverstoorbare melancholie’. De huidige kosmologie biedt ons een analogie voor Schellings ideeën. Het is die van ‘achtergrondruis’, van de ongrijpbare maar onweerlegbare kosmische microgolfstralen, die de sporen zijn van de oerknal, van het ontstaan van het leven. Als we deze analogie toepassen op Schellings gedachtegang, is deze oerstraling en ‘donkere materie’ in al ons denken aanwezig als een treurnis, een zwaarmoedigheid (Schwermut), die tevens een scheppende kracht is. Het menselijk bestaan, het verstandelijk leven betekent de ervaring van deze melancholie en het vitale vermogen om haar te overwinnen. Wij zijn, om zo te zeggen, ‘treurig’ geschapen. In deze voorstelling ligt haast onloochenbaar de ‘achtergrondruis’ besloten van de bijbelse, de oorzakelijke verbanden tussen de verboden verwerving van kennis, van het analytisch onderscheidingsvermogen en de verbanning van de menselijke soort uit die eerste staat van onschuldige gelukzaligheid. Een sluier van droefheid (tristitia) hangt over de overgang van homo naar homo sapiens, hoe positief deze ook moge zijn. Het denken draagt een erfenis van schuld in zich.