cultuur

Wereldburgers?

Kwame Anthony Appiah

Toen mijn vader stierf, vonden mijn zussen en ik een opzet voor de laatste boodschap die hij ons had willen nalaten. Die begon met een herinnering aan de geschiedenis van onze twee families, in Ghana en in Engeland, zijn korte beschrijving van wie wij zijn. Maar daarna schreef hij: ‘Denk eraan dat jullie wereldburgers zijn.’ Dit betekende naar zijn zeggen dat we, welke plaats we ook als woonplaats zouden kiezen — en als wereldburgers zouden we zeker kunnen kiezen voor iedere plaats die ons wilde hebben –, altijd moesten zorgen die plaats ‘beter achter te laten’ dan we haar hadden aangetroffen. ‘Diep in mij,’ ging hij voort, ‘is een grote liefde voor de mensheid en een blijvend verlangen om de mensheid naast God haar hoogste bestemming te zien vervullen.’

Dat idee van een plaats beter achter te laten dan je haar had aangetroffen, was een belangrijk aspect van wat mijn vader onder burgerschap verstond. Het kwam er niet alleen op aan tot een gemeenschap te behoren, maar ook met die gemeenschap de verantwoordelijkheid voor haar bestemming op je te nemen. Zoals zijn lange praktische betrokkenheid bij de Verenigde Naties en zijn gastheerschap van andere internationale organisaties hadden aangetoond, had mijn vader die verantwoordelijke solidariteit met de hele mensheid gevoeld. Maar hij was ook nauw betrokken bij een tal van kleinere, elkaar overlappende gemeenschappen.

Dat kunnen we te weten komen als we een blik werpen op het relaas dat mijn vader over zijn leven schreef en dat hij de ‘autobiografie van een Afrikaans patriot’ noemde.

Dit essay verscheen in Nexus 26, ‘Kosmopolitisme’
Vertaling Ineke van der Burg