0

Nexus instituut

Harry Mulisch leest Nexus © Joost van den Broek Harry Mulisch leest Nexus © Joost van den Broek


Tijdschrift Nexus

Nexus 58

Lofzangen

Nexus 58

2011
€ 10,00


Wie het vertrouwen in beschaving en universele menselijke waardigheid niet wil verliezen, is aangewezen op de rede en de kritische beschouwing. Maar veel waardevols vraagt niet om louter rationele reflectie, maar om aanprijzing en verheerlijking, om door de mens herkend, gekend en overgedragen te worden.

Daarom is Nexus 58 gevuld met lofzangen, op onder meer het leven van de geest, het lezen, de eenzaamheid, de luiheid, de traagheid, de zachtmoedigheid en de echtheid.





Inhoud

Lectori salutem bij nummer 58
Rob Riemen

pagina 5


Daar waar enkel de rationaliteit en de kritiek zouden heersen, daar dreigen we te vergeten dat er ook veel is dat niet met het verstand, maar met het hart gekend moet worden.


“Dat er veel waars schuilt in de woorden van Rilke aan een jonge dichter dat â??kunstwerken van zo een oneindige eenzaamheid doortrokken zijn dat het wezen ervan niet door kritiek, alleen door liefde kan worden begrepenâ??. Dat er veel waardevols is dat niet om een rationele reflectie vraagt, maar dat om herkend, gekend en overgedragen te worden, letterlijk en figuurlijk opgeroepen en bezongen moet worden, geprezen, in een lofzang.”


Tegen de kunstbezuinigingen
Victor Hugo
Vertaling en nawoord Mirjam de Veth

pagina 7


Victor Hugo pleit er in het Franse parlement voor om de voorgestelde bezuinigen op cultuur - de letteren, kunst en wetenschap - niet door te zetten. Hij waarschuwt dat wanneer de intellectuele ontwikkeling en het leven van de geest van de massa achterblijft, die massa vatbaar wordt voor rampzalige doctrines van theoretici. Om dat te voorkomen is culturele opvoeding nodig, om de geest van de massa te verheffen door haar te richten op het schone, goede, ware. De barbarij kan slechts tegengegaan worden door het opheffen van onwetendheid, door bezinning en verheffing. Cultuur is dan ook van het grootste belang - juist in moeilijke tijden.


“Overstelpende onwetendheid, die van alle kanten oprukt en ons belaagt. Door die onwetendheid kunnen bepaalde rampzalige doctrines overspringen van de onbuigzame geest van theoretici naar het warrige brein van de massa. Communisme is een vorm van onwetendheid. ("Heel goed!") De dag waarop de onwetendheid verdwijnt, zouden de drogredenen in rook opgaan. En juist op dit moment, bij dit gevaar, zou men al die instellingen willen aanvallen, verminken, omverwerpen die tot doel hebben de onwetendheid te vervolgen, te bestrijden en te vernietigen!”


Lof der politiek
Michael Ignatieff
Vertaling Jan Willem Reitsma

pagina 15


Loven is het verheerlijken en aanbidden van wat ons bevattingsvermogen en begrip te boven gaat. Dat maakt het een religieuze aangelegenheid: het voorwerp van lof is transcendent, blijvend en troostrijk. Wanneer het over menselijke, imperfecte zaken gaat, zoals de politiek, weten we dat we lof moeten behoeden voor afgoderij. Daarom spreken we in die context in plaats van aanbidding over loven als begrensde rechtvaardiging, als een rationele afweging. In de politiek klinken geen lofzangen. De taal van de politiek moet de spreektaal van het volk zijn over het hier en nu, de echte wereld van de mogelijkheden, niet het transcendente hiernamaals. Het is een menselijke wereld waar we vat op hebben, waar we elkaar in de ogen kunnen zien, vanuit rationele overwegingen waardering kunnen toekennen en onthouden, in plaats van op onze knieën neer te vallen en eer te betonen aan een rechtvaardigheid en genade die ons begrip te boven gaat. Politiek is een realistische ontgoocheling voor en door het volk en dat is precies wat haar zo waardevol maakt.


“Ik wil een lofzang aanheffen op de politiek, dat achterbakse, manipulatieve, oppervlakkige, onoprechte, middelmatige en veelal corrupte spel dat ervoor zorgt dat we vrij blijven en dat ons ervan weerhoudt elkaar af te maken. Het is echter de vraag of een zo paradoxale lofzang eigenlijk wel als lof mag gelden.”


Lofzang op het leven van de geest
George Steiner
Vertaling Hein Groen en Gijs Went

pagina 27


In vrijwel iedere mythologie zijn verhalen te vinden die de relatie tussen het vergaren van kennis en noodlottigheid aangeven. Kennis komt volgens zulke verhalen voort uit ongehoorzaamheid en onwettigheid. Toch is het najagen van kennis ook de bekrachtiging van menselijke voortreffelijkheid. Maar, zo zegt Steiner in een lofzang op het leven van de geest, we moeten ons er altijd terdege van bewust zijn dat het antwoord op onze vragen fout, ideologisch of gecorrumpeerd kan zijn, zoals de geschiedenis talloze gruwelijke keren heeft uitgewezen. We mogen ons dan ook nooit tevreden stellen met antwoorden die voorbijgaan aan dat onvatbare van de verschrikking en het kwaad.


“Alleen de oogst van het intellect kan ons binnen het bereik van de onsterfelijkheid brengen. [...] Ons persoonlijke bestaan mag nog zoveel barsten vertonen, zelfs dodelijk besmet zijn, de soevereine straling van het denken en het scheppen, van het gedicht of de theorie, blijft intact.”


Lof van het lezen
Virginia Woolf
Vertaling Janneke van der Meulen

pagina 40


Auteurs scheppen werelden waarin vensters oplichten naar vroegere of nieuwe werelden. Het meegenomen worden naar zo'n wereld maakt ons niet alleen toeschouwer, maar ook auteur; het eigen scheppingsvermogen van de lezer wordt erdoor gestimuleerd. Het leesproces vergt van de lezer dat hij zijn geest openstelt en dat hij het gelezene beoordeelt. Dit is geen gemakkelijke taak, maar het is wel nobel en zelfs in het eigen belang van de lezer: kritiek op het gelezene kan auteurs beïnvloeden en zo leiden tot rijkere en gevarieerdere boeken. Toch besluit Woolf met de constatering dat het weliswaar nobel is om met het lezen een ander doel dan het lezen zelf na te streven, maar niet noodzakelijk; het genoegen van het lezen is een doel op zich.


“De uitwerking van poëzie is zo krachtig en direct dat er een ogenblik lang geen andere sensatie is dan die van het gedicht zelf. Wat een enorme diepten bezoeken we dan - hoe onverhoeds en volstrekt worden we erdoor mee gezogen! Er is hier niets om ons aan vast te houden; niets om onze vlucht een halt toe te roepen.”


Lofzang op het boek
Emile Brugman

pagina 51


Brugman bezingt de uitgevers, auteurs, boekhandels en antiquariaten die hem de boeken gebracht hebben die hem, en een hele generatie, hebben gevormd. Hij beschrijft het genot van het vinden van boeken waarvan je niet wist dat je ze wilde hebben, maar die je absoluut nodig hebt. Lezen redt. Het laat andere werelden zien, leert je de wereld kennen en leert je al genietend bovenal jezelf beter kennen.


“Lezen doe je om de wereld te leren kennen, lezen doe je om jezelf beter te leren kennen. Voor beide had je voldoende aan Penguin. Iedere maand verscheen er een catalogus met de nieuwe uitgaven van die maand, gevolgd door de enorme lijst van leverbare titels. Nog steeds zou je je met die boeken kunnen terugtrekken en de rest van je leven gelukkig kunnen zitten lezen.”


Lof der eenzaamheid
Colm Tóibín
Vertaling Anneke Bok

pagina 57


Uit de gedichten van Elizabeth Bishop spreekt een diep besef van eenzaamheid, het besef dat we niet meer dan onszelf zijn. Dat besef biedt vertroosting, doordat het de dingen laat zijn zoals ze zijn. De gedichten van Bishop entameren echter ook wel degelijk de duistere kant van de eenzaamheid, zo laat Tóibín zien. Uit een van haar latere gedichten blijkt dat de eigen eenzaamheid slechts het nietige voorspel is van de uiteindelijke eenzaamheid, van het uiteindelijke verlies.


“Voor Bishop was niets bestendig. Voordat ze vijf jaar oud was, had ze haar beide ouders verloren; in haar gedichten probeerde ze dat weer te geven zoals ze op dat strand in maart alleen maar probeerde te beschrijven wat ze zag en het aan de lezers overliet om de implicaties te doorgronden. Maar die zouden in elk geval de idee van een eenzelvig bestaan omvatten als iets merkwaardig troostrijks en de natuur als merkwaardig raadselachtig, en elke poging om troost te vinden in de wereld als bijna de moeite waard en dan als bijna lachwekkend futiel.”


Lof der traagheid
László F. Földényi
Vertaling Györgyi Dandoy

pagina 73


Traagheid is innerlijke ordelijkheid, verstilling, intensieve aanwezigheid. Traagheid doet ons verdiepen, concentreren, betrokken raken, overgeven. Daardoor vergeet men zichzelf, maar geraakt men tegelijkertijd ook steeds dichter bij de eigen persoon en wereld. Traagheid is het tegenovergestelde van snelheid. Waar traagheid tot beschaving (Bildung) leidt, leidt snelheid tot middelmatigheid, want het verstrooit de zintuiglijke waarneming en bemoeilijkt concentratie en geestelijke aanwezigheid. Door onze versnelde cultuur, die ruimte en tijd tart, worden we gedwongen om overal aanwezig te zijn. Slechts het afzien van snelheid en hopen op de reserves van het leven kunnen ons nog vertragen.


“Traagheid geeft een kans om opgeruimd te zijn. De mens is dan niet uit op een vastomlijnd doel, juist het tegenovergestelde: hij is dan doelloos. Daarom is hij traag; hij heeft tijd. Nauwkeuriger, hij heeft geen tijd, want hij staat buiten de tijd. Traagheid is: zich heimelijk voor te bereiden op de dood. En door traagheid te beoefenen wordt ook het leven draaglijker.”


Lof der luiheid
Miguel de Unamuno
Vertaling Bart Peperkamp

pagina 83


De beste inzichten doen we op in een staat van indolentie. Sterker nog: luiheid, zo stelt Miguel de Unamuno, is een voorwaarde voor beschaving. Alleen wanneer anderen voor hem werken, is de luilak in staat zijn blik naar de sterren te richten en zich af te vragen waarom ze daar staan. De luilak valt zelden lof ten deel, terwijl men hem dankbaar zou moeten zijn voor zijn vruchtbare invallen: terwijl wij bedrijvig zijn, doet hij het denkwerk.


“Wat was Socrates anders dan een luilak? De tijd die hij had kunnen besteden aan schrijven, benutte hij door rond te slenteren, op zoek naar een of andere jongeling om een praatje mee te maken over al het goddelijke en menselijke.”


Lof der echtheid
Ariadne von Schirach
Vertaling Goverdien Hauth-Grubben

pagina 88


De wereld waarin wij leven, is er een van schone schijn. Wijzelf hebben maskers op voor de buitenwereld en we ervaren die wereld via de clichés en platte beelden die de consumptiemaatschappij ons voorschotelt. Een begrip als liefde, als schoonheid is ontdaan van diepere betekenis. Hoe vinden we nog echtheid in zo'n wereld? Ariadne von Schirach wil dat we onze verantwoordelijkheid weer gaan nemen als scheppende individuen: we moeten ons losmaken van het nihilisme en de vervlakking, en weer inhoud geven aan onszelf en aan de wereld om ons heen.


“Ze zijn begonnen rozen te kweken die langer leven. Rozen die niet slechts een paar dagen, maar bijna twee weken goed blijven, mooie rozen, mooie kleuren, maar er ontbreekt iets. Ze geuren niet meer. Is een roos die niet geurt een echte roos? Is een mens die bestaat maar niet leeft een echte mens? Is een ziel die van verwaarlozing stom en gevoelloos is geworden nog een ziel? Kun je sterven zonder het te merken?”


Lof der zachtmoedigheid
Norberto Bobbio
Vertaling Asker Pelgrom

pagina 101


Zachtmoedigheid is een sociale deugd; het uitgangspunt is de ander te laten zijn wie hij is. De zachtmoedige behoudt steeds zijn eigen maatstaven, waardigheid en onafhankelijkheid en laat zich niet in met principes als rijkdom, macht en wraak, simpelweg omdat die hem vreemd zijn. Bovendien is zachtmoedigheid een zwakke deugd, wat inhoudt dat het een deugd is niet van de machtigen of de aristocratie, maar juist van de onbeduidende, onopvallende mens. 'Zwak' geeft hierbij niet een ondergeschikt belang aan, maar illustreert de verbondenheid met de onderkant van de maatschappij; de vernederden en de onderdanen. De zachtmoedige weet dat hij eerst vrede met anderen moet hebben voordat hij vrede met zichzelf kan hebben. Hem staat een wereld voor ogen die beter is dan de wereld waarin hij leeft en dat vervult hem met vreugde.


“Jullie hebben me begrepen: ik vereenzelvig de zachtmoedige met de geweldloze en zachtmoedigheid met de afwijzing van het gebruik van geweld tegen wie dan ook. Zachtmoedigheid is dus geen politieke deugd. Sterker nog: in een wereld die door de haat van grote (en kleine) macht¬hebbers met bloed wordt besmeurd, is ze de antithese van de politiek.”


Lofzang op een tedere reus
Oek de Jong

pagina 117


Het schilderij van Jeroen Bosch met zijn verstilde Christophorus beeldt op onovertroffen wijze eenvoud, onschuld, sereniteit en onbewustheid uit. Het verhaal van de reus op het schilderij is bekend: hij wil de machtigste koning dienen. Eerst dient hij een wereldlijke koning, vervolgens de duivel en tenslotte Christus. Het lukt hem niet Christus te dienen door te bidden en vasten, maar 'dragen' kan hij wel. Oek de Jong concludeert daaruit dat zijn lofzang op Jeroen Bosch en de reus Christoffel eigenlijk een lofzang op het dragen moet zijn; op het 'dragen' van anderen waardoor we, als we het in praktijk brengen, zelf ook meteen gedragen worden.


“Op het moment dat je de mythe kunt "lezen", of er in elk geval een "lezing" van kunt geven, is hij van jou geworden, is hij je eigen geworden. En zodra hij je eigen is geworden, begint hij te werken en de perceptie te sturen. De mythe "guides the human spirit" en brengt ons in contact met de diepste psychische realiteit.”


Lofzang op de sprezzatura
Cristina Campo
Vertaling Asker Pelgrom

pagina 126


Sprezzatura is de techniek die leidt tot de stijlvolle uiting van een morele houding van onverstoorbaarheid, eenvoud en onthechting van aardse goederen. Deze houding van het ondoordringbaar zijn voor het geweld van anderen schraagt schoonheid en gratie. Campo illustreert het begrip aan de hand van de sprezzatura van vorsten, martelaars en besluit met de sprezzatura van Christus.


“Je kunt de sprezzatura alleen behouden of doorgeven mits zij, zoals bij een religieuze gelofte, verankerd is in een vrijwel volledige onthechting van alle aardse goederen, een constante bereidheid al wat je nog bezit af te staan, een openlijke onverschilligheid jegens de dood en een diep respect voor al wat boven je staat en voor de ongrijpbare, moedige en onbeschrijfelijk kostbare vormen waarvan we op aarde een glimp mogen opvangen. In de eerste plaats gaat het daarbij om de - uiterlijke maar vooral innerlijke - schoonheid, die ontspruit aan een grote geest en een vrolijk gemoed.”


Lofzang op de taalgrens
Benno Barnard

pagina 138


Barnard beschrijft België als een miniatuur van Europa; beide worden gekenmerkt door etnische en linguïstische onzuiverheden en voor beide geldt dat het al tijden ter discussie staat of die onzuiverheden ook tot staatsgrenzen moeten leiden. Barnard beseft dat precies de taalgrens zijn vaderland is, dat hij zich juist op die grens thuis voelt, doordat het hem doet reizen en verblijven op hetzelfde moment.


“Ziehier mijn ietwat fantastische, Habsburgs gekleurde kijk op België als model van een mogelijk verenigd Europa... een slordig, tegenstrijdig en permanent geïrriteerd Europa dus, maar zo ziet de werkelijkheid van een veelvolkerenstaat er nu eenmaal uit.”


Lofzang op de piano
David Dubal
Vertaling Gerda Baardman

pagina 151


Door piano te spelen, dring je pas echt in de muziek door, meent David Dubal. Daarvoor hoef je het niveau van de amateur niet te overstijgen - integendeel. De lange geschiedenis van de piano laat zien dat het een instrument is met een uitzonderlijke positie: enkele van de grootste composities zijn voor de piano zijn geschreven en de ragtime dankt haar bestaan eraan. De piano is bovendien een democratisch instrument. Je vindt haar overal, van kroeg tot bejaardentehuis. Van de piano gaat een beschavende en verheffende werking uit; vandaar dat iedereen, jong of oud, baat zou hebben bij pianoles.


“Niets is zo bevredigend voor onze handen - fysiek, sensueel en artistiek - als pianospelen. Niets is te vergelijken met de voldoening die het spelen van een stukje Bach of Schumann kan geven. Als je een invenzione van Bach niet of niet volmaakt kunt spelen, werk er dan aan en je zult het uiteindelijk met me eens zijn. Zo'n prestatie vergt concentratie, discipline, doelgerichte aandacht, een verfijnd toucher, muzikaliteit en nog veel meer. Al snel leer je de tirannie van de maat lief te hebben. Goed studeren is mediteren zonder betekenisloze mantra's.”


Lof der volksmacht
Anton van Hooff

pagina 162


In navolging van Perikles schrijft Anton van Hooff een lofzang op de democratie. De democratie beantwoordt aan de menselijke drang tot vrijheid en gelijkheid. Zij is de hoogste vorm van politieke beschaving door het beginsel dat alle macht van het volk komt; de politiek wordt gevoerd door en voor de burgers. Een goede democratie wordt gekenmerkt door openheid van zaken, discussie en het afleggen van verantwoording. Het beste aan de democratie is dat zij nooit af is en in staat is om te leren van fouten en zichzelf te hervormen.


“Dus wat sommigen beschouwen als de zwakheid van de democratie, is juist haar kracht: zij blijft zich voortdurend afvragen of haar regels wellicht veranderd moeten worden. Tijdens het gereglementeerde spel om de macht die de democratie is, kunnen de regels naar behoefte democratisch veranderd worden. Dit ingebouwde vermogen tot innovatie en dynamiek maakt volksmacht volstrekt superieur.”


Lof der Méditerranée
Iso Camartin
Vertaling Menno Grootveld

pagina 171


Geen mens kan zonder de utopie van een aards paradijs en ook iedere samenleving heeft volgens Camartin een arcadische utopie nodig; het ideaal van een land waar men onbekommerd en gelukkig leeft. Hoe meer men daar naar verlangt, des te scherper de sensibiliteit voor wat ontbreekt en wordt gemist. De mens droomt van oorden van voorspoed en tolerantie, waarvan de bewoners het beste geven voor hun bestaan en toekomst. Het Arcadië van Camartin is het Middellandse-Zeegebied, en dan vooral Sicilië. In zijn ode bezingt hij de samenkomst van verschillende culturen op dat eiland.


“Zeker, het Middellandse-Zeegebied is nooit vrij geweest van conflicten. Uit zijn geschiedenis blijkt dat oorlogen en veroveringen, verwoesting en verdringing sinds het allereerste begin de beschavende dynamiek hebben gekenmerkt. Toch zijn alle economische en culturele verworvenheden ook de vrucht van de samenwerking en gemeenschappelijke doelen tussen mensen van uiteenlopende herkomst en met een verschillende taal of geloof. Er waren in de geschiedenis van het Middellandse-Zeegebied fortuinlijke streken en historische momenten, waarin toppunten van grootsheid en schoonheid ontstonden doordat men samenwerkte en niet alles omverhaalde en verwoestte wat de voorgangers hadden geschapen en opgericht.”