0

Nexus instituut

Harry Mulisch leest Nexus © Joost van den Broek Harry Mulisch leest Nexus © Joost van den Broek


Tijdschrift Nexus

Nexus 64

Luxe en verval

Nexus 64

2013
€ 10,00


De mens heeft altijd gestreefd naar luxe. En waar luxe is, ligt decadentie op de loer. Het verval van onderwijs, cultuur, de moraal, de economie, het politiek bestel en langzaam maar zeker ook van onze democratie, is onvermijdelijk. In Nexus 64 bezinnen de auteurs zich op de oorzaken van het verval, op de vraag wat we niet verloren mogen laten gaan en hoe we ruimte kunnen bieden aan nieuwe impulsen voor onderwijs, cultuur en politiek bestuur die wel echt en levenskrachtig zijn, waar wel plaats is voor de kritische geest, waar niet kwantiteit, maar kwaliteit, menselijke waardigheid en rechtvaardigheid weer de maat der dingen zijn.

Met essays van Robert Skidelsky, John Maynard Keynes, Tomáš Sedlácek, Roger Scruton, Jan Patocka, Sylvester Eijffinger, Horia-Roman Patapievici, Marilynne Robinson, Jean Clair, Paul van Tongeren en António-Pedro Vasconcelos.





Inhoud

Lectori salutem
Rob Riemen

pagina 5


Het is tijd ons te bezinnen op de vraag wat we niet verloren mogen laten gaan in deze tijd van luxe en verval.


“[De vraag is] hoe we ruimte kunnen bieden aan nieuwe impulsen voor onderwijs, cultuur, media en politiek bestuur die wel echt en levenskrachtig zijn, waar wel plaats is voor de kritische geest, waar niet kwantiteit, maar kwaliteit, menselijke waardigheid en rechtvaardigheid weer de maat der dingen zijn.”


Economische perspectieven voor onze kleinkinderen
John Maynard Keynes
Vertaling Janneke van der Meulen en Piet van Wieringen

pagina 9


In dit essay uit 1930 voorspelde Keynes dat binnen honderd jaar het aantal werkuren zou zijn teruglopen tot 15 uur per week. De vrije tijd die dit zou opleveren, zouden de mensen besteden aan het goede leven.


“Ik zie voor me hoe we in vrijheid terugkeren naar de meest beproefde en meest onbetwistbare grondslagen van religie en traditionele waarden: dat hebzucht slecht is, woekerrente misdadig en geldzucht verachtelijk; dat zij die het meest getrouw de paden van deugdzaamheid en gezond verstand bewandelen, zich het minst om de dag van morgen hoeven te bekommeren.”


Hoeveel is genoeg?
Robert Skidelsky
Vertaling Hein Groen en Gijs Went

pagina 21


De voorspellingen van John Maynard Keynes dat het aantal arbeidsuren zou teruglopen tot 15 per week en dat de mens meer tijd zou hebben voor ‘het goede leven’, zijn niet uitgekomen. Hij maakte de fout te denken dat de menselijke behoefte aan materiële zaken op een gegeven moment verzadigd zou zijn. Robert Skidelsky vraag zich naar aanleiding daarvan af: hoeveel is genoeg?


“Waarom is men niet overgegaan tot het delen van werk zodra de vraag naar gefabriceerde consumptiegoederen verzadigd was, zoals Keynes dacht dat het geval zou zijn? Het komt door de voortdurend toenemende vraag naar deze goederen dat we in de tredmolen van het werk blijven ronddraaien.”


Decadentie, weelde en het onvermogen in beweging te komen
Tomáš Sedláček
Vertaling Rien Verhoef

pagina 35


De mens wil altijd meer, wat leidt tot overconsumptie en een scheve verhouding tussen vraag en aanbod. De westerse economieën zijn manisch depressief gebleken: financiële crises en perioden van voorspoed wisselen elkaar af. Het is de taak van de econoom de conjunctuurschommelingen te beteugelen door in goede tijden te matigen om vervolgens in slechte tijden de economie te kunnen stimuleren.


“De zondeval was een vorm van overdaad. En dus was de vloek die volgde, in zekere zin van economische aard. Eva wordt getroffen door een vraagvloek (gij zult wensen, maar uw wensen zullen u beheersen, niet andersom) en Adam door een aanbodvloek (gij zult produceren, in het zweet uws aanschijns, maar uw aanbod zal nooit genoeg zijn om te voldoen aan de — almaar stijgende nieuwe — eisen).”


Het verval van de economie en de economie van het verval
Sylvester Eijffinger

pagina 49


De economische wetenschap is ontaard, doordat er geen kennis meer is van de geschiedenis ervan en doordat de vraag naar de bijdrage ervan aan de samenleving miskend wordt. Het verval van de economie gaat hand in hand met het kortetermijndenken van hedendaagse politici. Het is zaak dat er persoonlijkheden aan de macht komen die de burger hoop kunnen geven.


“Het kortetermijndenken heeft zich in alle delen van de samenleving genesteld en weerspiegelt niet alleen het verval van de economie, maar ook de verwording van de maatschappelijke instituties. De economische en politieke elites hebben gefaald en zij dienen de oorzaken van het verval vooral bij zichzelf te zoeken.”


De menselijke natuur en de ideale maatschappij
Marilynne Robinson
Vertaling Gerda Baardman

pagina 59


Marilynne Robinson onderzoekt hoe de menselijke natuur de moderne maatschappij vormgeeft en stelt vast dat religieuze taal daarbij onmisbaar is om essentiële zaken te kunnen benoemen, taal die het bestaan van een mysterie in de menselijke natuur en het menselijk lot kan bevestigen. Ze pleit ervoor het reductionistische, bescheiden mensbeeld van vandaag de dag te bestrijden met het aloude idee dat de mens naar het evenbeeld van God geschapen is.


“We hebben een verbijsterend brein, iedereen die we op straat tegenkomen, heeft een wonderbaarlijk ingewikkeld zenuwstelsel, en toch lijken we maar niets te kunnen vinden wat onszelf en onze soort stevig in ons waardenstelsel verankert.”


De letter en de geest, of de anatomie van een staatsgreep
Horia-Roman Patapievici
Vertaling Jan Willem Bos

pagina 77


Kurt Gödel stelde dat iedere democratische grondwet principieel onvolledig is. De ‘rechtmatige staatsgreep’ die in Roemenië tussen 3 en 6 juli 2012 heeft plaatsgevonden, illustreert die intuïtie van Gödel op grove wijze. Patapievici gaat in dit essay uitgebreid in op de gebeurtenissen die tot de mislukte Roemeense coup hebben geleid.


“De centrale hypothese van mijn essay […] luidt dat er geen onderscheidingsvermogen, geen waarden, geen moraal en geen creatief denken bestaan daar waar de wereld een enkele dimensie heeft, waar de werkelijkheid slechts fysiek is en de geest niet van de letter kan worden onderscheiden; en dat diepzinnigheid, spiritualiteit, absoluutheid en moraal slechts daar bestaan waar onderscheidingsvermogen, waarden, moraal, denken mogelijk zijn — dat wil zeggen, ten minste twee werkelijkheidsniveaus.”


Het goede leven en de decadentie
Paul van Tongeren

pagina 109


Omdat een tijd die vooral het bestaande verzamelt, niet goed is in het ontwerpen van iets nieuws, is het onwaarschijnlijk dat onze decadente tijd een eigen, nieuw begrip van goed leven ontwikkelt. De originaliteit van de voortbrengselen van zo’n periode zal eerder liggen in een wijze van omgaan met het verzamelde, waarbij, zoals Nietzsche bepleitte, de juiste maat der dingen in ogenschouw genomen moet worden.


“Langzamerhand is Europa zelf een museum van culturen en historische periodes geworden. Onze postmoderne kunst bestaat voor een belangrijk deel in herordeningen (sampling) van elementen uit die verzameling. […] In een verzameling telt uiteindelijk niet de kwaliteit van het verzamelde, maar slechts de verzameling en de omvang ervan.”


Is de technologische beschaving tot verval gedoemd?
Jan Patočka
Vertaling Barbara de Lange

pagina 123


Het verval dat de technologische beschaving kenmerkt, is een erfenis van tijdperken die met hun geestelijke problemen en thema’s de hoofdkaders hebben vastgelegd. Het gevaar van nu is dat we door al onze detailkennis het vermogen verliezen de belangrijkste vragen waarvoor onze beschaving zich gesteld ziet, te onderscheiden en in te zien wat hun achtergrond is.


“Een leven heet tot vervallenheid gedoemd wanneer het zijn greep op de diepste zenuw van zijn functioneren verliest, wanneer het in zijn diepste kern zodanig is beschadigd dat het zichzelf weliswaar als volledig beschouwt, maar in feite met elke stap en elke daad verder uitgeput en verminkt raakt. Een samenleving heet vervallen indien ze door haar eigen functioneren aanzet tot een dergelijk leven, een leven in vervallenheid aan iets dat wezenlijk on menselijk is.”


Geld maakt van een tuin een markt
Roger Scruton
Vertaling Jabik Veenbaas

pagina 145


Roger Scruton onderzoekt welke les over geld Wagners Ring des Nibelungen, geschreven ten tijde van de opkomende kapitalistische economie, ons leert.


“We zullen nooit kunnen ontsnappen aan de noden die verbonden zijn met onze sterfelijkheid en die zelfs onze hoogste aspiraties verbinden met het gemarchandeer en de ruilhandel die de ruimte voor onze vrijheid bepalen. Maar we kunnen toch intrinsieke waarde nastreven en bereiken, zodra we begrijpen dat die een gave is en geen koop, een opoffering en geen transactie.”


De ideale burger
Jean Clair
Vertaling Joris Vermeulen

pagina 161


De ‘ideale’ burger is een product van de machinerie die de hedendaagse maatschappij is en wordt ook in zijn leven en sterven bepaald door de wetten van die machinerie.


“Hoe zit het met de zin van zo’n bestaan, een bestaan zonder mogelijkheden om te ontsnappen naar een paradijselijk hiernamaals dat religies vroeger in het vooruitzicht stelden, zonder de geestelijke bevrediging die een cultuur kon verschaffen die tegenwoordig tot vrijetijdsbesteding is gedegradeerd?”


De toekomst van de fictie
António-Pedro Vasconcelos
Vertaling Harrie Lemmens

pagina 165


Beschavingen worden vormgegeven door fictie, die dromen wekt en aan het denken zet. Welke fictie bezorgt onze Europese beschaving nog dromen en geloofwaardige illusies? Antonio-Pedro Vasconcelos beschrijft de hoogtijdagen van de Europese kunst, de katalyserende functie van kunst en de terugkerende thema’s in de westerse canon. Ook waagt hij zich aan een beschouwing over de toekomst van de fictie.


“Fictie heeft de beschavingen altijd vormgegeven, heeft ze aanzien en een eeuwig leven verleend, en wanneer die fictie in waarde afnam of helemaal wegviel, raakten ze in de vergetelheid of gingen ten onder.”