Tijdschrift Nexus

Nexus 24

De herinnering
Bestel Nexus 24  10.00

In 1950 schreef Thomas Mann ter gelegenheid van zijn 75ste verjaardag zijn rede Meine Zeit. In 1999 treedt zijn dochter Elisabeth, op uitnodiging van het Nexus Instituut, in de voetsporen van haar vader door onder dezelfde titel over haar tijd te spreken.

Konrad Kellen, Alexander King, Fritz Stern, A.Th. van Deursen en de dichter Leo Vroman vertellen eveneens het verhaal van hun tijd aan de hand van ervaringen die niet uit het geheugen willen wijken. Niet toevallig is de Tweede Wereldoorlog de ervaring bij uitstek die niet wijken wil. Ter completering publiceren we van Avishai Margalit zijn verhandeling over de ethiek van de herinnering.

Inhoudsopgave

Lectori salutem

Riemen gaat in op het fenomeen ‘herinneren’ naar aanleiding van de Nexus-lezing van Elisabeth Mann Borgese, die net als haar vader Thomas Mann terugblikt op de twintigste eeuw. In Nexus 24 staat de herinnering centraal.

Onze herinneringen bieden geen rationele waarheid, wel levenswaarheid en alleen door de betekenis van deze ervaringen te ontcijferen, leren we het leven kennen.

Mijn tijd

Nexus-lezing 1999

In 1950 schreef Thomas Mann ter gelegenheid van zijn vijfenzeventigste verjaardag zijn rede Meine Zeit, een geschiedenis van zijn tijd aan de hand van zijn persoonlijke herinneringen. In 1999 treedt Elisabeth Mann Borgese in de voetsporen van haar vader tijdens de Nexus-lezing ‘Mijn tijd’. Dit essay, een weergave van haar lezing, is een persoonlijke geschiedenis aan de hand van haar herinneringen.

Er is veel en dramatisch veranderd in ‘mijn tijd’, maar er is ook veel hetzelfde gebleven. Er hebben zich tragedies afgespeeld, maar er is ook veel hoop. In sommige opzichten is het een tijd van ‘doorbraak’.

Mijn leven in de twintigste eeuw

Kellen beschrijft de twintigste eeuw als een eeuw waarin het contrast tussen het ‘beste’ en ‘slechtste’ groter was dan ooit tevoren. Aan de hand van herinneringen aan Duitsland, het land van Kellens jeugd, en Amerika, het land waar hij naartoe emigreerde, de tijd dat hij voor Thomas Mann werkte, en de jaren na de oorlog, schetst hij een beeld van een zeer kwetsbare twintigste-eeuwse beschaving.

Maar de keerzijde van de medaille, de gruwelijke realiteit van de eeuw die achter ons ligt is, vrees ik, krachtiger geweest en zal waarschijnlijk een grotere reikwijdte hebben. Een ding is duidelijk: wat we beschaving noemen is eeuwig kwetsbaar en ligt van vele kanten onder vuur, openlijk en in het geheim.

De vijf Duitslanden die ik gekend heb

Aangevuld met enkele historische beschouwingen geeft Stern zijn persoonlijke herinneringen en indrukken aan de vijf verschillende politieke Duitslanden die hij uit eigen ervaring heeft leren kennen.

[…] één Duitsland heb ik helemaal niet genoemd. Ik bedoel dat van de taal, gecorrumpeerd als die was en nog steeds is, maar nog steeds subliem bij Heine, in het beste wat Nietzsche heeft geschreven, bij Thomas Mann, een taal die door twee dictaturen samen niet vernederd kon worden.

De jaren van mijn levens

King, oprichter van de Club van Rome, beschrijft zijn ervaringen in de twintigste eeuw. Hij bespreekt de groei van wetenschappelijke en technologische kennis, en het feit dat desondanks de wijsheid van het mensdom niet wezenlijk is toegenomen.

Met onze verhoogde vermogens om te scheppen en te vernietigen, zou de hoogste prioriteit voor de wetenschap nu moeten zijn: meer te leren begrijpen van het menselijke individu, van zijn denken, zijn bewustzijn en zijn spiritualiteit. Op deze of gene manieren, die we nu nog niet kunnen doorzien, moeten we wijsheid cultiveren. De vraag is hoe, en dat is het ware probleem van de mens.

Iets over de tweede helft van de twintigste eeuw

Van Deursen reflecteert in zijn essay op de tweede helft van de twintigste eeuw: op de nieuwe moraal van de hedendaagse maatschappij, de rol van het christendom daarin, en op de waarden van het nazisme (die volgens hem de omkering van de christelijke waarden zijn).

Mij komt het dikwijls voor dat een zeer fundamentele oude grondregel van de moraal is omgedraaid. Her recht beschermde de zwakke tegen de sterke. Volgens de nieuwe regel neemt de sterke voorrang boven de zwakke.

Mijn verleden tijd

Vroman omschrijft in zijn essay het leven als chaos en als zoektocht naar structuur.

Dat is de samenvatting van mijn verleden, en, hoop ik, van mijn toekomstige tijd: een onuitputtelijk genot in het besef dat ergens een structuur bestaat, prachtig vooral omdat ik er het wezen en de wetten nog niet van ken.

Intensive care

Margalit filosofeert in zijn essay over de vraag of er een ethiek van de herinnering bestaat. Hij onderscheidt daarbij een aantal vragen, zoals: zijn we verplicht ons mensen en gebeurtenissen uit het verleden te herinneren, en zo ja, wat is de aard van die verplichting, en wie zijn die ‘wij’?

De herinnering is echter weer wel essentieel voor de persoonlijke identiteit. De persoonlijke identiteit in zijn antropologische betekenis is een voorwaarde voor de ethische theorie, en de persoonlijke identiteit in de metafysische betekenis is een vereiste voor de moraaltheorie.