Tijdschrift Nexus

Nexus 27

Het testament van de 20ste eeuw Deel III. Het vaarwel van de muzen
Uitverkocht

Het geheim van cultuur is dat zij geen gegeven is, maar telkens opnieuw door ons, als individu en samenleving, gerealiseerd moet worden. Dankzij de taal van de Muzen is er de verwoording – in taal, muziek of beeld – van het innerlijke leven zodat we, wanneer wij het zelf ervaren, het zullen herkennen en kunnen gaan begrijpen. Niet door moralisme maar enkel en alleen door de ware schoonheid te tonen, brengen de Muzen de waarheid voorbij de werkelijkheid en leren ons zo over goed en kwaad.

De wereld zonder Muzen meldt: technologisering, juridisering, medicalisering, popularisering, individualisering, specialisering, politisering, commercialisering. Echter, de vermeende betere tijden braken niet aan. Ooit hield Johan Polak ons voor: ‘Athene, de bron van onze cultuur, was toen een gemeenschap van ongeveer tachtigduizend mensen. Denk niet dat die Atheners Aeschylus kenden. De meesten snapten daar geen bal van. En denk je dat in de 19de eeuw meer werd gelezen? Dat het volk in de tijd van Multatuli zo cultureel was? Die mensen hadden wel wat anders aan hun hoofd. De mensen die lezen, vormen altijd maar een kleine groep en dat zal altijd wel zo blijven.’

Inhoudsopgave

De wereld van de muzen

In fragmenten

Riemen wijst op de taal van de Muzen en hun belang voor het verwoorden van waarden en waarheid. De visie van Nietzsche was dat in de Europese toekomst geen plaats meer zou zijn voor de wereld van de Muzen. Riemen schetst een wereld zonder Muzen. De Nexusconferentie van 2000 is gewijd aan het thema ‘Het vaarwel van de muzen’ en Nexus 27 bevat de teksten van deze conferentie.

Indien aan de Muzen vaarwel wordt gezegd dan zal cultuur in de betekenis van het cultiveren van geestelijke waarden niet langer kunnen bestaan. Dit normerende cultuurbegrip maakt plaats voor een antropologische opvatting van cultuur. Niet meer de imperatief van hoe wij zouden moeten zijn, maar de indicatief van wie we zijn.

Het vaarwel van de muzen

Steiner stelt dat men in elk tijdperk het ‘adieu van de muzen’ meende te horen, maar de onwil om de gruwelijkheden van de twintigste eeuw onder ogen te zien, zou de humaniora van vandaag de dag werkelijk ondermijnd hebben.

Het Europese denken en voelen moet vandaag de dag een naakte waarheid onder ogen zien die in termen van menselijke eenzaamheid haar weerga niet kent.

Een weigering te treuren om het lot van de muzen

Boyers reageert op het essay van George Steiner, ‘Het vaarwel van de muzen’, en gaat in op zijn idee dat er geen reden bestaat om te treuren over het lot van de Europese Muzen.

En zo zijn we weer terug bij de vraag wat nu precies het probleem is. Misschien is het wel niets meer of minder dan de veelheid aan perspectieven en discours – ja, weer dat afschuwelijke woord discours – die elk voor zich hun invloed doen gelden in een hogere cultuur die niet lang geleden een hechtere eenheid vormde.

Muzen en Titanen

De erfenis van de twintigste eeuw

Földényi onderscheidt een aantal begin- en eindpunten van de twintigste eeuw, die allen begonnen en eindigden met het uiteenvallen van de grote Europese idealen en illusies. De harmonie die de Muzen volgens hem belichamen is in deze maatschappij verdwenen.

Het besef van de breekbaarheid van de mens, het bewaren van de humor en buitenstaander-zijn als geestelijke positie, het levend houden van het bewustzijn van sterfelijkheid, het privilege van radicalisme zijn even zovele krachtbronnen die niemand ons kan ontnemen: noch de titanen die de muzen hebben verbannen, noch de totalitaire plannen die ons heden ten dage omringen.

Kunst in onze tijd

Scruton werpt de vraag op of na de gebeurtenissen in twintigste eeuw onze cultuur nog geloofwaardig is, of cultuur misschien een kortstondig moment in de geschiedenis is, een fase die we nu bezig zouden zijn te verlaten. Hij besteedt in zijn essay aandacht aan de begrippen cultuur, kitsch en esthetische waarden.

Betekent dit nu dat de cultuur, en het najagen van intrinsieke waarde dat haar centrale drijfveer is, zal verdwijnen? Dat denk ik niet. Er komt onvermijdelijk een periode van Umbildung und Erinnerungslosigkeit, zoals Thomas Mann dat noemde.

De noodzaak van vergetelheid

Tegen de kitsch van de apocalyptici

Boomkes reageert op de essays van George Steiner en Roger Scruton uit Nexus 27, en waarschuwt cultuurpessimisten voor een vorm van superkitsch, ‘verricht vanuit de comfortabele leunstoel van de geleerde, die alles en iedereen verwijt zich verre te houden van de simpele waarheid, zich te distantiëren van de ware loop der dingen, zonder te beseffen hoezeer de eigen leunstoel zelf het summum van distantie is’. Hij onderscheidt deze superkitsch van het kritische denken.

Die risico’s nu zijn de kern van wat wij gewoonlijk kunst noemen. Die risico’s gaan de heren Steiner en Scruton liever uit de weg. Zij prefereren de herinnering aan de risico’s die men eeuwen geleden nam, en die door velen soms terecht zijn vergeten, ofschoon de meesten er nooit weet van hadden. Toch gaat die cultuur maar voort… hoe is het mogelijk?

Een ander perspectief

Cultuur en het recht op het eigen verhaal

Bhabha beschrijft zijn interesse voor het perifere in de klassieke westerse traditie, voor culturele herziening en vertaling.

Maar wat ontbrak aan de traditionalistische wereld van de Engelse literatuurstudie zoals ik die leerde kennen, was een vruchtbare, paradoxale betrokkenheid bij wat dwars stond op de middelpuntzoekende krachten.

Hernemen van verlichtingsidealen?

Door in te gaan op het logisch positivisme en Edward O. Wilsons oproep om ‘de Verlichting te hervatten’ probeert Doorman een antwoord te vinden op de vraag hoe er over de achttiende-eeuwse ‘grote verwachtingen’ over de mogelijke waarde van de wetenschap in de afgelopen eeuw vanuit voornamelijk natuurwetenschappelijke ontwikkelingen werd gedacht.

In die zin blijft het aanbevelingswaardig om tenminste één typisch oud Europees ideaal te blijven koesteren, te weten het streven naar verwerving van wetenschappelijk inzicht teneinde onder meer onze intuïtieve ideeën over waarden en culturen te verbeteren.

A la recherche d'une langue perdu

Mitchell signaleert aan de hand van de ‘Zak-affaire’ de afwezigheid van een gedeelde taal of grammatica in de muziek in het midden van de twintigste eeuw. Hij staat stil bij de speciale problemen die de bijzondere geschiedenis van de twintigste eeuw de muziek nagelaten heeft.

Intussen blijf ik er koppig van overtuigd dat ik het zoeken naar of de herbevestiging van een taal waarin componisten zich zullen kunnen richten op de grote vraagstukken van menselijk- en medemenselijkheid, en vooral begrijpende toehoorders zullen hebben óm zich op te richten – dat ik dát zie als de uitdaging die moet worden herkend en aangenomen.

De muzen tussen leegte en trivialiteit

Berger omschrijft kunst als een weergave van imaginaire werelden, en licht deze definitie nader toe. Ze gaat in op de relatie tussen kunst en filosofie, en de positie van de kunst in de hedendaagse maatschappij.

Uiteraard zouden wij liberalen het liefst zien dat alle partijen in het culturele debat op eerlijke en neutrale wijze steun krijgen en dat de staat niemand voortrek.

Geen afscheid van de muzen

Nikolska stelt zich niet voor te kunnen stellen dat de muzen zullen verdwijnen, net als ze zich niet voor kan stellen dat ‘de menselijke communicatie ooit stilvalt’.

De muzen worden oud en lelijk. Ze kijken in hun spiegel, zien de lelijkheid en zeggen dat deze ook schoonheid is.

U verlaat nu het heden

Twaalf variaties op het thema "herinnering"

Rothenberg beschrijft het belang van de herinnering en herhaling voor het begrip van muzikale vormen en van cultuur in het algemeen.

Cultuur wordt een variatie op het thema van het bekende. Imitatie wordt gebracht als iets nieuws. Steeds vaker komt reizen neer op een omweg langs iets wat we al kennen.

De ontbinding van de muzen

Een beschouwing over de kunst van dit fin de siecle

Clair noemt de gemeenschappelijkheid van de nieuwste kunstuitingen hun afstotende karakter: de nieuwe esthetische categorie van het fin de siècle. Hij zoekt in zijn essay naar een verklaring voor de toename van dergelijke kunst en voor de aanmoediging die ze ontvangt.

De moderne kunst als hedendaagse uiting van de hybris en het enorme, een kunst die genot vindt in het smerige en afschrikwekkende, is zo de postmoderne liturgie geworden van een samenleving die zoekt naar een nieuwe band met de sacratio, een re-ligio in de letterlijke betekenis van het woord.

Marcel Duchamp en het einde van de smaak

Een apologie van de moderne kunst

Danto reageert op het essay van Jean Clair uit Nexus 27 en op zijn typering van de hedendaagse kunst als die van ‘afschuw en walging’; Danto plaatst deze walging tegenover het begrip smaak. Hij gaat in op Clairs oordeel dat Duchamp meer dan wie ook het walgelijke in het hedendaagse artistieke repertoire binnenleidde.

Als iemand die dicht bij de scene staat, verbaas ik me soms over de goedheid van de kunstenaars in hun toewijding aan de hoogste morele principes en hun onuitputtelijke respect voor de menselijke geest. De Muzen mogen trots zijn.

Het vierkant

Tolstaja beschrijft in haar essay haar afkeer van Malevitsj’s schilderij Het zwarte vierkant, dat zij ziet als beginpunt van de ‘zelfbevestiging van het beginsel dat als naam draagt: de gruwel der verwoesting’.

‘Desacralisatie’ is het motto van de twintigste eeuw, het motto van onontwikkelde, middelmatige en van talent verstoken mensen.