Tijdschrift Nexus

Nexus 29

De queeste van het leven Deel I. Liefde en dood
Uitverkocht

Liefde en dood zijn grote woorden, misschien wel de grootste van wat er over het leven te zeggen valt. Wat is dood? Een uitdrukking voor het ultieme verlies, maar tegelijkertijd een uitdrukking voor de enige zekerheid. De dood is er altijd en voor iedereen: eeuwig, onveranderlijk, onvermijdelijk. Wat is liefde? De liefde leert dat er naast de rationele kennis nog een andere kennis is: de kennis van het hart. En het is met deze kennis dat een mens wordt gekend.

De essays in Nexus 29 zijn een weerslag van de Nexus-conferentie 2001, georganiseerd n.a.v. de opera Tristan en Isolde o.l.v. Simon Rattle bij De Nederlandse Opera.

Inhoudsopgave

Liefde en Dood: een queeste

Een nieuwe productie van deze opera Tristan und Isolde bij De Nederlandse Opera in februari 2001 is voor het Nexus Instituut de aanleiding geweest om een nieuwe serie conferenties te beginnen met als titel: De queeste van het leven. Doel van deze reeks publieke debatten is het stellen van een diagnose van onze tijd en de waarden van het menselijke bestaan te onderzoeken. De eerste conferentie, op 4 februari 2001, was gewijd aan: Liefde en dood. De essays, die naar aanleiding van de conferentie in deze uitgave van Nexus zijn gepubliceerd, zijn even zovele pogingen om grote woorden en de betekenis van een grootse opera te duiden. Het zijn kleine stappen op een lange tocht: een queeste.

Liefde en dood zijn grote woorden, misschien wel de grootste woorden als het alfa en omega van wat er over het leven te zeggen valt.

Liefde en zee

In dit essay over liefde gaat Tolstaja in op Tsjechovs verhaal ‘De dame met het hondje’. Een verhaal over ‘een liefde tussen twee mensen die dat niet voorzagen en niet verwachtten, omdat het hun plotseling overkwam’. Tolstaja laat zien hoe Tsjechov de liefde weet weer te geven, dat ‘wonder dat elk begrip te boven gaat en zich aan iedere beschrijving onttrekt.’ Bovendien gaat zij in op Tsjechov’s visie op liefde en dood die in het verhaal doorklinkt.

Wat met Tsjechovs hoofdpersoon gebeurt, komt neer op een metamorfose zonder enige reden, zonder enige aanwijsbare oorzaak, zomaar. Deze grote, geheimzinnnige waarheid, die ieder mens waarschijnlijk kent, valt op geen enkele andere manier te verklaren dan door de tussenkomst van metafysische, geestelijke krachten, van krachten die boven ons staan en ongezien bij ons kunnen aankloppen.

De liefde in twee lessen

Aan de hand van twee grote filosofen, Plato en Rousseau geeft Claude Habib een overzicht van het denken over de liefde. Plato ziet de liefde als een streven naar verloren eenheid. De liefde leidt volgens hem tot een filosofisch leven; Rousseau beschouwt de liefde als het onmisbare, hartstochtelijke fundament van een politiek bestaan gericht op vrijheid. Zowel Plato als Rousseau trekken de vergankelijkheid van liefde in twijfel: voor beiden staat liefde bol van toekomst.

Als twee van de belangrijkste Westerse denkers alles op de liefde hebben gezet, dan blijkt daaruit dat er naar hun mening met de liefde te leven valt en zelfs dat alleen liefde het leven de moeite waard maakt.

Wet en liefde

De joodse traditie kent drie bijbelse geboden over liefde: ‘Gij zult de Here, uw God, liefhebben met gehele uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw vermogen.’; ‘Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.’; ‘Gij zult de vreemdeling liefhebben, want vreemdelingen zijt gij geweest in het land Egypte.’ Deze drie geboden roepen diepgaande vragen op over de verhouding tussen wet en liefde en over het wezen van de liefde. Halbertal zoekt een antwoord op vragen als ‘Kun je je gebieder liefhebben?’ en ‘Is liefde te gebieden?’ Hij komt tot de conclusie dat liefde een attitude is. Een houding die de mens nodig heeft om zijn leven betekenisvol te maken.

Liefde is de navelstreng die ons met de wereld verbindt, liefde is een verhouding die waarde hecht aan iemand in relatie tot ons, ze hangt ervan af dat we om iets geven.

Recht en liefde

Paul Kahn vraagt zich in zijn essay af hoe het komt dat de onderwerpen, recht en liefde, telkens weer naast elkaar worden geplaatst. Waarom reageren wij zo direct op dit contrast? En in welke zin is deze tegenstelling voor ons noodzakelijk? De uitdaging waar we op dit moment voor staan, stelt Kahn, is om een seculiere inhoud te geven aan het religieuze thema dat de wet het domein van de gevallen mens is, en dat we via de liefde iets van het goddelijke terugwinnen. Het religieuze is op de achtergrond gedrongen door het denken over de politieke orde, waarin de wet orde aanbrengt in de chaos en zorgt dat de rede het verlangen beteugelt. Aan de hand van begrippen als publiek versus privé, algemeen versus individu, heilig versus wereldlijk, universeel versus specifiek bespreekt Kahn het onderscheid tussen recht en liefde.

We willen niet alleen leven in een wereld die volgens onze waarneming rechtvaardig is, maar in een wereld die we als waardevol beleven. Dit is de vorm die het vraagstuk van de relatie tussen liefde en het recht in deze tijd aanneemt.

De open stad en haar muren

Wieseltier beschouwt de geschiedenis van het denken over de dood. Hij maakt daarbij het onderscheid tussen de opvatting dat de dood het einde is en het denkbeeld dat de dood een overgang is naar het leven, een transformatie. Vervolgens gaat hij in op de opera Tristan und Isolde en op Wagner die de angst voor de dood verving door liefde voor en verlangen naar de dood. Uiteindelijk komt hij tot de slotsom dat ‘het wijzer is naar Tristan und Isolde te kijken dan Tristan en Isolde te zijn. Sterven is niet de meest intense vorm van leven, waakzaamheid is een edeler verlichting dan slaap.’

De opvatting dat de dood het einde is, lijkt volmaakt duidelijk. Daarom is het merkwaardig dat deze opvatting in de geschiedenis van de filosofie en de religie lang niet zo verbreid is als we hadden kunnen verwachten.

Kleist sterft en sterft en sterft

Essay over de beroemde dubbele zelfmoord van Heinrich von Kleist en Henriette Vogel. Deze dood ging later een eigen leven leiden, los van Kleist en Vogel, en verwierf een symbolische kracht die tot op de dag van vandaag voelbaar is. Hoe zou dat komen? vraagt Földényi zich af. Hij beschouwt het onderscheid tussen waarheid en fictie, de dood als voorbeeld en de dood als literaire vorm en gaat te rade bij andere gevallen van ‘beroemd geworden’ zelfmoord, waargebeurd of in een roman of toneelstuk.

De opwinding die zijn dood teweegbrengt bij iedereen die ervan verneemt, laat zien dat hij erin geslaagd is de vuurhaard van het leven zelf op te stoken.’ […]’Zijn dood heeft zich losgemaakt van de mens van vlees en bloed en is een symbool geworden, een gestileerde vorm.’ ‘Het is een groot verschil of iemand sterft aan het leven of ‘ja’ zegt tegen de dood. Kleist deed het laatste. Wat hem liet leven, was geen angst maar hartstocht voor de dood.

De toekomst van de dood

Bossi schrijft een gedegen en uitgebreid essay over de waan van onsterfelijkheid die er heden ten dage heerst. Zij betoogt dat praten over de ziel niet meer kan. In plaats daarvan wenden we ons tegenwoordig tot de wetenschap. Drie belangrijke stromingen binnen de biologie en de medische wetenschap hebben onze visie op het individu en de betekenis van de dood diepgaand veranderd, zonder dat daarvoor echter aanvaardbare nieuwe ideeën of praktische gedragslijnen terug zijn gekomen. Hierbij gaat Bossi in op de implicaties van dit ‘nieuwe denken’ in de maatschappij van alledag, waarbij ze omstreden onderwerpen aansnijdt als orgaantransplantatie, hersendood, euthanasie, klonen en cryonics. Ze stelt de vraag of er nog een weg terug is uit deze ‘ontzielde’ wereld.

In onze postmoderne, nuchtere samenlevingen is de ziel inmiddels een afgedankt begrip. Praten over de ziel kán niet meer, dat is duidelijk, en de term op zich is verdwenen uit filosofische en psychoanalytische boeken, en zelfs uit sommige theologische naslagwerken.

Het geheim van Tristan und Isolde

Hoe kan de behoefte om ‘hartstochtelijk uitdrukking te geven’ aan de geestesgesteldheid die teweeggebracht is door het lezen van een wijsgerige verhandeling (van welke filosoof dan ook, maar in Wagners geval van Schopenhauer) tegelijkertijd de aanzet vormen tot een eenvoudig muzikaal concept, of zelfs, zoals Wagner zelf stelt, ‘mijn minst gecompliceerde muzikale conceptie’? Magee analyseert dit probleem waarmee hij geconfronteerd wordt naar aanleiding van de opera Tristan en Isolde.

Zo is het libretto passage na passage heel specifiek en letterlijk de poëtische neerslag van Schopenhauers gedachtegoed. Bij een deel van de mooiste muziek die ooit werd geschreven, zingen Tristan en Isolde zeer veelvuldig je reinste metafysica. Het hele werk is een mengeling van metafysica en muziekdrama, en dat met een intensiteit die ik nooit voor mogelijk had gehouden als dit voorbeeld niet al bestond.

Grote woorden

Kanttekeningen bij Tristan und Isolde

In het commentaar op de muziek van Wagner wordt meestal beinvloed door biografische en ideologische elementen. In zijn essay verkent Robin Holloway de puur muzikale kant van Wagners Tristan en Isolde om te laten zien hoe hierin het conceptuele, abstracte, ‘buitenmuzikale’ met zuiver muzikale middelen wordt bereikt.

Ik vind het van het grootste belang te proberen grote kunstwerken los te maken van de ideeën en overtuigingen die tot hun ontstaan hebben geleid – en in wijdere zin, van karakter en levensloop van hun scheppers. […] Alleen Wagner lijkt op de een of andere manier altijd anders!

De Verlossing door liefde

Het thema van de verlossing en het onverbrekelijke verband tussen verlossing, liefde en dood loopt als een rode draad door Wagners late opera’s. Scruton onderzoekt hoe dit thema vorm krijgt in de christelijke traditie, de Griekse tragedies en in de opera’s van Wagner en dan met name in Tristan en Isolde. Hij analyseert nauwkeurig de verschillende ‘settings’ waarin verlossing gedaante krijgt. Zo beschouwt hij verschillende offerrituelen, de rol van de jacht daarbij, de gemeenschap tegenover het individu, de rol van geweld. Ook gaat hij in op hoe de slachtoffers zelf tegen hun opoffering aankijken. Alleen zo valt te begrijpen hoe zij verlossing kunnen vinden. En dat de liefde deze verlossing biedt.

Dit alles heeft een wonderlijke spirituele logica die haast niet in woorden is weer te geven, maar die Wagner uitdrukt in muziek die zo origineel en krachtig is dat het publiek geen moment betwijfelt dat er iets van grote spirituele betekenis op het toneel plaatsvindt. We worden bij de handeling betrokken als bij een religieuze rite.’ ‘Wagners drama’s draaien om daden van zelfopoffering, waarbij het offer zowel een acceptatie van de dood inhoudt als het besef dat de dood minder belangrijk is dan de liefde die ons ertoe drijft.

Verlossing

De conferentie ‘Liefde en dood’ sloot af met een debat onder leiding van Michael Ignatieff. Tatjana Tolstaya, Mario Vargas Llosa, Roger Scruton en Albie Sachs debatteerden over het derde thema van de opera ‘Tristan und Isolde’, een thema dat liefde en dood bindt: Verlossing. Het essay is de letterlijke weergave van de bijdrage van Albie Sachs, rechter aan het Constitutionele Hof van Zuid-Afrika. In 1988 verloor dit prominent lid van het ANC bij een aanslag zijn arm en een deel van zijn gezichtsvermogen. In zijn betoog gaat hij in op de betekenis die de opera ‘Tristan und Isolde’ voor hem heeft. Hierbij komt eveneens aan de orde wat de term ‘verlossing’ voor hem is gaan betekenen.

Vergeving is precair, persoonlijk, toevallig. Waar we naar zoeken is dieper, minder eenzijdig. Het is in staat zijn in een land te leven met mensen die hebben geprobeerd je te vermoorden en die wij misschien hebben geprobeerd te vermoorden, en een gemeenschappelijke menselijkheid te ontdekken.’ ‘Het is of de wet of de liefde. Als ik mijn toga aantrek en de rechtbank binnenstap, ben ik dan een liefdeloos persoon? Kun je recht spreken, eerlijk en humaan oordelen en fundamentele rechten verdedigen zonder liefde?’ Dat geloof ik niet.