Tijdschrift Nexus

Nexus 34

De queeste van het leven Deel II. Het Kwaad
Uitverkocht

Waarom bestaat het kwaad? Waarom, altijd en overal, verkrachting, moord, geweld en oorlog? Waarom onrecht, vernedering en uitbuiting? Waarom afgunst en haat? Waarom is het bestaan van het kwaad de vervloektste van alle vragen? Omdat het kwaad, op welke wijze het zich ook manifesteert, altijd maar één ding wil: vernietigen. En het voornaamste instrument voor deze vernietiging is de mens, dat zijn wij zelf. Ieder die deze vernietiging niet wil aanvaarden en er geen deel van wil uitmaken, maar juist ruimte wil scheppen voor wat te midden van de hel niet de hel is, zal net als Dante, eerst het wezen van de hel moeten leren kennen.

Inhoudsopgave

Lectori salutem

In de zoektocht naar de zin van het leven speelt de vraag naar oorsprong en karakter van het kwaad een belangrijke rol. Algemeen toepasbare antwoorden zijn nog niet gevonden, maar het formuleren van de vragen vormt de inhoud van deze aflevering.

Waarom is het bestaan van het kwaad de vervloekste van alle vragen? Omdat het kwaad altijd maar één ding wil: vernietigen. En het voornaamste instrument voor deze vernietiging is de mens, dat zijn wij zelf.

Het probleem van het kwaad: de theoloog en de rouwende

Aan de hand van een analyse van het boek Job verkent de schrijver de manieren waarop filosofen getracht hebben het verschijnsel kwaad te verklaren. Hij weigert aan te nemen dat het kwade als probleem onoplosbaar is en een blijvend gegeven in het menselijk bestaan is.

Het is moeilijk uit te maken, wie in het boek Job de kwaadaardigste is: de Satan, God of de vrienden van Job.

Gedachten over het kwaad

Er is een groot verschil tussen een slecht en een kwaadaardig mens. In de wereldliteratuur vinden wij vele voorbeelden, waarin het diabolische karakter wordt beschreven. Maar nog gevaarlijker is de ideologie, die tot individuele kwaadaardigheid aanzet en deze rechtvaardigt. Daarbij speelt de seksualiteit vanouds een rol in de verleiding van de mens tot het kwaad.

En dat zou ik willen definiëren als een paradigma van het kwaad: de poging of het verlangen om de ziel van een ander te vernietigen, zodat zin waarde en betekenis wordt uitgewist.

De Atheist en de Gelovige: een samenspraak over de theodicee

In een vruchteloos debat van een filosoof en een bisschop komen vele vragen aan de orde, die de zoekende mens vanaf de oudheid hebben beziggehouden, waaronder het wezen God, de rechtvaardiging van het kwaad in de wereld en hoe dit te rijmen is met de goddelijke liefde.

Leibniz en Job

De metafysica van het kwaad en de ervaring van het kwaad

Het is moeilijk om de christelijke instelling te aanvaarden dat het kwaad in het menselijk bestaan en dat het vele leed dat hieruit voorvloeit in een door God gewilde ordening past. Alleen de niet-christelijke visie van een dualistische bestaansorde, waarin goed en kwaad als in een ying-yang cirkel onverbrekelijk vereend zijn, biedt een verklaring, die zowel voor het verstand als voor het gevoel aanvaardbaar is.

Het is een waarheid als een koe dat het begrip ‘kwaad’ als pure negatie een eenvoudige afleiding is van het geloof in een schepper, die zowel enig is als oneindig goed.

Het Marxisme en het kwaad

Door het opvoeren van zes tegenargumenten toont de auteur aan de de opvatting van Leszek Kolakowski, waarin deze stelt dat het marxisme ten onrechte en met rampzalige gevolgen het probleem van het kwaad heeft onderschat, onjuist is.

In plaats van de menselijke natuur rooskleurig en optimistisch te beschouwen, was Karl Marx zelf er bepaald pessimistisch over.

Democratie en het kwaad

Leidende politici en andere machthebbers kunnen niet voldoen aan de normen van morele volmaaktheid. Maar ook gewone mensen blijven ver onder de maat. Democratische systemen behoeden net zo min voor het kwaad en verbinden uit nationaal eigenbelang vaak met dictaturen, waar het kwaad de boventoon heeft.

Ik denk ook dat de mens grotere records vestigde in het plegen van wandaden dan in het verrrichten van weldaden.

De verrijzenis van Satan?

In de Amerikaanse literatuur is in de loop van de 20e eeuw het moralistisch-theologisch gebruik van het begrip ‘kwaad’ geleidelijk op de achtergrond gedrongen, maar het komt nu, misbruikt door nationalistisch-rechtse kruisvaarders weer met volle kracht terug.

“De laatste tijd, voor de gebeurtenissen van 11 september 2001, is het woord ‘kwaad’ terug in de openbare discussie.”

Het kwaad van de banaliteit

Het geloof in de rede als motor van vooruitgang die leidt tot materiële vooruitgang, laat geen plaats meer voor werkelijke ethiek. Pas wanneer ethische waarden weer norm van ons handelen worden, kan de als onvermijdelijk beschouwde spiraal van steeds groter technisch kunnen worden doorbroken en het daaruit voortvloeiende kwaad jegens de zwakken in de menselijke samenleving een halt toegeroepen worden.

Het kwaad van de banaliteit houdt het geloof in dat instrumentele vooruitgang naar een betere wereld leidt en dat professionalisme, loyaliteit, structuur en de manipulatie van kennis het tolgeld zijn dat een eind verderop de weg voor de ethiek zal vrijmaken.

Modern kwaad

De schrijfster ziet een paar opvallende veranderingen in de opvattingen over het probleem van het kwaad sinds de 18e eeuw. Terwijl de aardbeving, die in 1755 de stad Lissabon verwoestte, het optimistisch geloof aan vooruitgang en beheersbaarheid van de natuur aan het wankelen bracht, vernietigde Auschwtz in de 20e eeuw de toenmaals geldende ethische categorieën. Hierdoor blijkt het thans onmogelijk een niet politieke gekleurd antwoord te vinden op de aanslag op de Twin Towers te New York op 11 september 2001.

Voor theïsten kunnen aardbevingen en massamoorden in gelijke mate als voorbeelden van het kwaad gelden, omdat beide zijn veroorzaakt; zij zijn niet zo maar gebeurd.

Verbeelding van het kwaad

Hedendaagse denkers en schrijvers hebben moeite met de definitie van het kwaad. In het licht van de omvang van de door nazi’s gepleegde misdaden tegen de mensheid, vallen vele latere misdaden in het niet. Daarom speelt in de literatuur van deze tijd het grote, politieke kwaad een veel kleinere rol dan het kwaad, dat door individuele wreedheid en onverschilligheid wordt aangericht.

Het nazi-tijdperk leverde een schoolvoorbeeld van reëel kwaad, waartegen de meeste in het oog springende latere voorbeelden op zijn minst ietwat problematisch aandoen.

Verre spiegels van de herinnering

In het voorjaar van 2002 richtte de auteur in het Joods Museum te New York de tentoonstelling ‘Mirroring Evil: Nazi imagery/recent art’ in. Door een nieuw gebruik van de beeldtaal uit de nazi-tijd wil hij de verwarring laten zien, waarin kunstenaars gebracht worden door de voorstellingen van de moderne media en reclame-strategieën.

De kunst die ik heb beschreven weerspiegelt de ‘overvoering van de verbeelding’, die samenvalt met de ‘overvoering van de herinnering’.

Het menselijke gezicht van het kwaad

De auteur onderzoekt de mogelijkheden tot verzoening van slachtoffers en beulen in Zuid-Afrika en Ruanda, geïnspireerd door de vele gesprekken die zijn met Eugene de Kock, de beruchte leider van de geheime Zuid-Afrikaanse politie in de tijd van het apartheidsbewind. Zij kon zich niet onttrekken aan gevoelens van medelijden met de gevangen beul, maar vindt geen oplossing voor het probleem van vergiffenis schenken.

Eenvoudigweg zeggen dat kwade daden onvergeeflijk zijn, gaat voorbij aan de complexiteit van de sociale contexten, waarin grove schendingen van de mensenrechten worden begaan.

Het probleem van het kwaad

Bespiegelingen naar aanleiding van de lezing die Elisabeth Costello in Amsterdam hield over het thema kwaad, waarin zowel gebeurtenissen uit haar leven als die uit zijn eigen ervaringen verwerkt zijn.

In deze onvertrouwde tijden is Satan nog altijd op zoek, probeert hij zich nieuwe trucjes uit, verschaft hij zich nieuw onderdak.

Pas op voor Elizabeth Costello!

De auteur neemt stelling tegen Elisabeth Costello, hoofdpersoon in het verhaal van John Coetzee, die ervan overtuigd is dat literatuur gevaarlijk kan zijn.

Literatuur maakt mensen niet gelukkiger of beter of slechter. Wel scherpzinniger, meer bewust van wat ze hebben en wat ze missen om hun dromen te vervullen.

Dostojevski en het kwaad

Is de literair aantrekkelijke beschrijving van het kwaad een prikkel om zelf ook kwaad te doen, of kan het ook afschrikwekkend werken? Het antwoord van de auteur is niet eenduidig en laat in het midden of een schrijver verantwoordelijk is voor de uitwerking van zijn geschriften.

Men kan in Dostojevski’s werken het ene na het andere voorbeeld vinden van dezelfde stoutmoedigheid in het schilderen van de werking van het kwaad en dezelfde krachtsinspanningen om de gevolgen ervan te overwinnen.

Een kwade wind

Het essay tracht een weg te vinden in het veelvuldig gebruik van het begrip ‘kwaad’ in de literatuur van na 11 september 2001, die zowel in die Brits-Amerikaanse zijde als van islamitische kant, waarbij de retoriek van beide zijden een heldere kijk op de onderliggende problematiek bemoeilijkt.

Ook het kwaad, die meest onbetwiste aller termen, bijt zichzelf in zijn staart, raakt het spoor bijster.

De schrijver, de lijfwacht, de schrijfster en het kwaad

Ontmoetingen tijdens een congres laten beelden van vroegere ervaringen van de auteur opkomen, waarbij haar de vernederingen in haar vroegere vriend en in zichzelf opvallen en zij moet constateren, hoezeer het gesproken woord tekort schiet om het kwaad te lijf te gaan. (Deze tekst is een directe reactie op verhaal van John Coetzee.)

Niemand op het congres lijkt precies te weten wat het kwaad is, met uitzondering van de lijfwachten.