Tijdschrift Nexus

Nexus 36

Vrijheid en tirannie
Uitverkocht

Nobelprijswinnaar William Faulkner opent deze uitgave met het verhaal over hoe het respect voor zijn individuele vrijheid vernietigd wordt, wanneer een weekblad, tegen zijn uitdrukkelijke wens in, zijn privacy schendt en hem zodoende reduceert tot een goed verkopend consumptieartikel. Wat in Faulkners tijd nog ongebruikelijk was, is inmiddels – onder het mom van ‘persvrijheid’ en ‘vrije nieuwsgaring’ – eerder regel dan uitzondering.

Nexus 36 richt het vizier op de tirannie, die regelmatig onder de vlag van de vrijheid vaart.

Inhoudsopgave

Vrijheid verplicht

Er is alle reden om te blijven betogen dat het bestaan van de politieke en religieuze vrijheid nog geen waarborg is voor het verwerven van menselijke waardigheid en dat het voortbestaan van de democratie en de vrijheid die zij schenkt nooit vanzelfsprekend zal zijn.

Goethe kende nog een woord voor vrijheid en adel van geest. Respect. Respect voor het goddelijke, de aarde, de medemens en zo voor onze eigen waardigheid. Tirannie begint waar dit respect verdwijnt.

Privacy. De Amerikaanse Droom

Wat is er van geworden?

Nexus 36 opent met een nauwelijks bekend essay uit 1955 van de Amerikaanse Nobelprijswinnaar William Faulkner. Hierin beschrijft hij aan de hand van zijn eigen ervaring hoe de Amerikaanse droom, respect voor de individuele vrijheid, vernietigd wordt wanneer een geïllustreerd weekblad, tegen de uitdrukkelijke wens van Faulkner in, zijn privacy schendt en hem zodoende niet meer respecteert als individu maar reduceert tot een goed verkopend consumptieartikel. Wat in Faulkner’s tijd nog ongebruikelijk was, is inmiddels – onder het mom van ‘persvrijheid’ en ‘vrije nieuwsgaring’ – eerder regel dan uitzondering.

Misschien is het inmiddels voor een Amerikaan onmogelijk te geloven dat iemand die zich niet voor de politie verstopt, er echt niet voor voelt om gratis en voor niets zijn naam en foto in een gedrukt orgaan te krijgen.

Wat is geestelijke vorming?

Met deze stelling geeft de auteur aan hoe moeilijk het is om een definitie te geven van ‘cultuur’. Alleen door het kennisnemen van het gedachtegoed van grote geesten uit verleden en heden kan men tot echte cultuur komen.

Ieder mens die niet in een gekkenhuis zit, is een cultuurmens, omdat hij tot eencultuur behoort.

Geestelijke vorming en verantwoordelijkheid

De oude idealen van regering door de best opgeleiden, die weten hoe zij met de verantwoordelijkheid van de macht moeten omgaan, zijn thans vervangen door technologie in vele vormen, die slechts een schijn van democratie in stand houden.

In plaats van het vruchtbare en verheffende spanningsveld tussen religieuze vorming en geestelijke vorming hebben we nu de spanning tussen het ethos van de democratie en het ethos van de technocratie.

Leo Strauss' visie op de moderne politiek

Het is niet eenvoudig om door te dringen in het veelzijdige cultuurkritische denken van Strauss. Conservatisme speelt een sleutelrol in zijn verdediging van geestelijke waarden.

Geestelijke vorming is de ladder waarlangs we proberen op te klimmen van de massademocratie tot de democratie zoals die oorspronkelijk bedoeld was.

Hiëro. Dictator

Uit de klassieke oudheid dateert Hiëro. Tiran van Socrates’ leerling Xenophon, hier voor het eerst in Nederlandse vertaling gepubliceerd. Deze dialoog maakt op aansprekende wijze duidelijk dat ‘de machtige man’ – niet toevallig de held van onze tijd, of het nu de chief executive officer, de commissaris of de president is – alles vergaren kan, behalve adel van de geest.

Simonides: ‘Beste Hiëro, mag ik u eens wat vragen? Er is iets waar u vermoedelijk meer van weet dan ik.’ En wat mag dat wel zijn?’ vroeg Hiëro. ‘Waar weet ik meer van dan zo’n wijs man als jij?’ ‘Ik weet dat u eerst een gewoon burger bent geweest,’ zei de ander, ‘en dat u nu dictator bent. U heeft ervaring met beide en vermoedelijk weet u dus beter dan ik waarin het leven van een dictator verschilt van dat van de mens.’

Symbool en realiteit

De betekenis van de beerton

Milovan Djilas beschrijft de ontberingen die hij onderging tijdens zijn verschillende periodes van gevangenschap. Als hij in 1933 in de gevangenis belandt, krijgt hij de taak van communistische medegevangen om via het rioolsysteem partijliteratuur en voedsel naar binnen en naar buiten te smokkelen. In 1957 wordt hij weer in gevangenis geworpen, ditmaal door zijn toenmalige medegevangenen en kameraden. Aanvankelijk laat hij de beerton in de cel, waarin hij zich alleen bevindt, compleet vervuilen, tot het moment dat hij moet laten zien dat hij nog steeds van zijn zaak overtuigd is en daarom tot verzet bereid. Hij begint zijn cel grondig schoon te maken en toont de partijtop daarmee dat eenzame opsluiting niet langer zinvol is en dat ze hem niet kunnen ‘bewerken’.

Terwijl ik met mijn werk vertrouwd raakte en steeds meer voldoening voelde omdat men mij daarmee had belast, groeide in mij de oprechte overtuiging dat voor de realisering van een idee iedere taak zuiver, verheven en dringend is en dat er dan geen vuil en minderwaardig werk of weinig urgente zaken bestaan.

Al mijn treinen

Wat ik als zoon van een politieke gevangene over tirannie en democratie heb geleerd

Aleksa Djilas beschrijft wat hij als zoon van een politieke gevangene over tirannie en democratie heeft geleerd. Tijdens zijn jeugd brengt Aleksa’s vader, Milovan Djilas, negen jaar door in de gevangenis, waardoor hun vader-zoon relatie wordt bepaald. Aleksa begrijpt dat zijn vader voor alles moet strijden voor zijn ideeën en hij leert op die manier wat vrijheid betekent en vooral het gemis daarvan.

De democratische idealen (van Djilas) waren irreëel, maar eigenlijk was de politieke realiteit dat zelf ook. Het lot van een dissident is in zekere zin dat hij volkomen ongelijk en tegelijk volkomen gelijk heeft. Daarom kun je hem moeilijk verwijten dat hij niet reëel zou zijn. Dat zou hetzelfde zijn als wanneer je tegen een kluizenaar zegt dat hij te veel aan God en te weinig aan promotiekansen, salaris en pensioenopbouw denkt.

Het einde van de politiek

Europa, de nationale staat en de joden

Namens de Ander

Gedachten over het toekomstige antisemitisme