Tijdschrift Nexus

Nexus 37

Brieven
Uitverkocht

Goethe zou, zelfs wanneer hij in onze tijd leefde, brieven schrijven. Niet uit nostalgie, maar in het besef dat een brief een unieke en onvervangbare wijze van communiceren is. Er is weinig persoonlijker dan de intimiteit van een handgeschreven brief waarin de correspondent de geadresseerde in vertrouwen neemt. In Nexus 37 staan ruim veertig brieven. Zo is er de aangrijpende brief die Nadjezjda Mandelstam aan haar gedeporteerde echtgenoot schreef, maar die de geadresseerde nooit bereikte.

Als we dan geen tijd meer hebben om brieven te schrijven, laten we ze dan tenminste blijven lezen.

Inhoudsopgave

Lectori salutem

Voor Nexus 37 was het verzoek aan een aantal auteurs en vrienden uit de wereld van Nexus: kies een brief en motiveer kort waarom dit een brief is die een blijvende indruk maakt en altijd weer gelezen kan worden. Het resultaat is een bonte verzameling van zo’n veertig (vaak niet eerder vertaalde) onbekende en weinig bekende, tot bekendere brieven. Maar niet toevallig handelen bijna alle brieven over de elementaire menselijke ervaringen: afscheid, verlies, liefde, levensvisie, geloofsovertuiging, kunst, recht en onrecht, en reisbelevenissen.

Snelheid is een maatschappelijk dogma geworden. We kunnen nu altijd bereikbaar zijn, dus we moeten bereikbaar zijn; we kunnen snel overal heen, dus we gaan snel overal heen; we kunnen over alles voortdurend geïnformeerd zijn, dus we willen over alles voortdurend geïnformeerd zijn. Zo hebben we uiteindelijk nooit meer ergens tijd voor, althans niet voor datgene wat een ongestoorde geestelijke rust vereist.

Ernest Lévy aan Barnett Byman

Voor een mensheid die naar elementen van hoop zoekt, zou muziek een belangrijke kwestie moeten zijn. We kunnen zelfs stellen dat de mens zich begint te herstellen zodra hij de kunsten even serieus neemt als natuurkunde, scheikunde of geld.

Benjamin Britten aan Henry Boys

Het is wreed, weet je, dat muziek zo mooi kan zijn. Ze heeft de schoonheid van de eenzaamheid & van pijn; van kracht & vrijheid. De schoonheid van de teleurstelling & de nimmer verzadigde liefde. De wrede schoonheid van de natuur, en de eeuwigdurende schoonheid van de monotonie.

Ludwig van Beethoven aan zijn broers

… maar welk een deemoediging, wanneer iemand naast mij stond en van verre een fluit hoorde en ik niets hoorde, of iemand een herder hoorde zingen en ik ook niets hoorde, zulke voorvallen brachten mij bijna tot wanhoop, het scheelde niet veel, of ik maakte zelf een eind aan mijn leven – alleen zij, de kunst, zij weerhield mij.

Arrigo Boito aan Giuseppe Verdi

Er is maar één manier om beter te eindigen dan met Otello, en dat is door triomfantelijk te eindigen met Fallstaff. Eerst alle snikken en jammerklachten van het menselijk hart verklinken, om te eindigen met een immense uitbarsting van hilariteit! Het is duizelingwekkend!

Nadjezjda Mandelstam aan Osip Mandelstam

Osja, lieve, verre vriend! Mijn schat, ik weet geen woorden voor deze brief, die je misschien nooit zult lezen. Ik schrijf hem in het wilde weg. Misschien kon jij terug en ben ik er dan niet meer. Dan zal dit je laatste aandenken aan me zijn.

Heinrich von Kleist aan Ulrike von Kleist

En nu vaarwel; moge de hemel jou een dood schenken die al was het maar half zo vreugdevol en onuitsprekelijk vrolijk is als de mijne: dat is de vurigste en innigste wens die ik voor jou weet op te brengen.

Virginia Woolf aan Leonard Woolf

Liefste, ik weet zeker dat ik weer gek word; ik vind dat we niet nog eens zo’n verschrikkelijke tijd moeten doormaken. En dit keer zal ik niet genezen. Ik begin stemmen te horen en kan me niet concentreren. Daarom doe ik wat me het beste lijkt.

Camille Claudel aan Paul Claudel

Het gaat me aan het hart als ik zie dat jij je geld aan een krankzinnigengesticht uitgeeft. Geld dat me van pas zou komen om mooie kunstwerken te maken en een aangenaam leven te leiden. Wat een malheur! Het is om te janken. Regel het met monsieur le directeur dat ik weer naar de derde klasse word gebracht, of, wat veel beter is, haal me meteen hiervandaan.

Vincent van Gogh aan zijn broer en schoonzuster

Ik was bang – niet heel erg, maar toch wel een beetje – dat jullie me niet meer mochten omdat ik jullie tot last ben, maar de brief van Jo is voor mij het levende bewijs dat jullie heel goed beseffen dat ik van mijn kant net zo hard werk en ploeter als jullie.

Dostojevski aan Apollon Majkov

En nu zeggen de mensen, om me te troosten, dat ik nog meer kinderen zal krijgen. Maar waar is Sonja? Waar is dat kleine mensje voor wie ik me zou laten kruisigen als zij daarmee het leven zou herkrijgen? Maar ik zal hiermee ophouden; mijn vrouw huilt.

Cicero aan Atticus

Verder vraag je mij terug te keren naar mijn vroegere levenswijze. Het was al lang mijn plicht te treuren, namelijk om de ondergang van de republiek; dat deed ik dan ook, maar minder heftig, want ik had een plek om tot rust te komen. Nu kan ik die wijze van leven en handelen volstrekt niet meer tot de mijne maken en om de mening van anderen daarover hoef ik me niet te bekommeren. Mijn eigen geweten is me meer waard dan het gepraat van Jan en alleman.

Doris Carrington aan Lytton Strachey

Ik heb vannacht opnieuw van je gedroomd. Toen ik wakker werd, was het alsof je opnieuw gestorven was. Ik vind elke dag moeilijker te vedragen. Wat voor zin heeft het leven nu nog?

Herman Gorter aan Jenne Clinge Doorenbos

Met passie en met liefde een groot doel na te gaan tot aan den dood, dat heb ik altijd gewild, en ik geloof dat ik, hoe dwalend vaak ook, dien diepsten wil van mijn wezen hoe langer hoe beter ben gaan uitvoeren.

Anton Bruckner aan Josefine Lang

Ik herhaal mijn verzoek: zoudt U, juffrouw, mij heel open en oprecht, en heel beslist, willen schrijven ofwel: ik mag om Uw hand vragen ofwel totale, eeuwige afwijzing, (niet iets ertussenin, bijvoorbeeld troosten of omschrijven, aangezien het voor mij al de hoogste tijd is) (bovendien zal Uw gevoel niet gemakkelijk veranderen, omdat U, juffrouw, heel verstandig bent).

Marina Tsvetajeva aan Alexander Bachrach

Als ik houd van het geruis van een boom, van zijn hulpeloos of vrijmoedig wuiven, dan moet ik wel van zijn stam en zijn gebladerte houden: want – met zijn gebladerte ruiste hij, met zijn stam – groeit hij! Al die onderverdelingen in lichaam en geest is een een wrede anatomie op de levende, het is kieskeurigheid, esthetica, zielloosheid.

Rilke aan Margot Sizzo

Wie niet vroeg of laat, met een onherroepelijk besluit, instemt met de schrikwekkendheid van het leven, ja deze toejuicht, zal zich de onuitsprekelijke volmachten van ons bestaan nooit eigen maken, die blijft aan de kant staan, die zal als eenmaal de beslissing valt noch een levend wezen noch een dode geweest zijn.

Seneca aan Lucilius; Descartes aan Chanut

Doe je best om nooit iets tegen je wil te doen; al wat onvermijdelijk staat te gebeuren ondanks je verzet, dat is geen onvermijdelijk lot als je het zelf wilt. Ik bedoel dit: wie bevelen gewillig aanvaardt, ontkomt aan het bitterste deel van de slavernij, namelijk te doen wat hij niet wil. (Seneca)

Schiller aan Goethe

Geesten als u beseffen daarom zelden hoe ver zij gekomen zijn en hoe weinig reden zij hebben te rade te gaan bij de filosofie, die slechts van u kan leren. Zij kan alleen maar ontleden wat haar gegeven wordt, het geven zelf is echter niet de zaak van de analyticus, maar van het genie, dat onder de duistere maar zekere invloed van de zuivere rede volgens objectieve wetten verbindt.

John Keats aan John Taylor

Ik heb alle reden om tevreden te zijn, want ik kan Goddank lezen en wellicht Shakespeare tot in al zijn diepte begrijpen en ik heb, dat weet ik zeker, vele vrienden die als ik faal een verandering in mijn leven en gemoed eerder aan nederigheid zullen toeschrijven dan aan trots – eerder aan een wegkruipen onder de vleugels van de grote dichters dan aan verbittering dat ik niet gewaardeerd word.

John Keats aan John Hamilton Reynolds

De mens zou niet moeten discussiëren of dingen met stelligheid moeten beweren, maar hij zou zijn buurman zijn bevindingen moeten influisteren, en zo zou, als elke kiem van de geest het sap uit de etherische aarde zou opzuigen, ieder menselijk wezen groots kunnen worden, en de mensheid, in plaats van een weidse heide vol gaspeldoorn en wilde rozen met hier en daar een eenzame eik of pijnboom, een grootste democratie vol woudbomen worden.

Vincent van Gogh aan Theo van Gogh

Dus in plaats van aan de heimwee te gronde te gaan heb ik tegen mezelf gezegd: je land of je vaderland is overal. Dus in plaats van me over te geven aan de wanhoop heb ik gekozen voor de actieve melancholie, voor zover ik tot het actieve in staat was, of met andere woorden, ik heb de melancholie die hoopt, die streeft en die zoekt verkozen boven de melancholie die wanhoopt in droefenis en verlamming.

Solange Clésinger aan George Sand

Ik heb in troebel water gevist, op goed geluk. Des te beter als ik er een bijna eetbaar stuk uit opgediept heb en als het publiek het zonder een spier te vertrekken slikt, maar ik vind dat stuk niet bijzonder aardig sinds ik het op een porseleinen bord heb zien liggen, en ik zou het, als het van iemand anders was, niet accepteren.

Anton Tsjechov aan A.N. Plesjtsjejev

Farizeeërdom, stompzinnigheid en willekeur heersen niet alleen in de huizen van kooplieden en gevangenissen; ik zie ze in de wetenschap, in de literatuur, onder de jongeren […]. Daarom koester ik geen speciale voorkeur voor gendarmes noch voor slagers, voor geleerden noch voor schrijvers noch voor de jeugd.

Dostojevski aan zijn broer Michail

Zal ik echt nooit meer een pen ter hand nemen? Ik denk dat er over 4 jaar weer een mogelijkheid is. Ik zal je alles sturen wat ik schrijf, als ik iets schrijf. Mijn God! Hoeveel beelden, die ik doorleefd en herschapen heb, zullen sterven, uitdoven in mijn hoofd, of als vergif door mijn bloed blijven stromen! Ja, als ik niet kan schrijven zal ik te gronde gaan. Liever vijftien jaar cel met een pen in mijn hand!

Wittgenstein aan Keynes

Als je kiespijn hebt, is het goed om een hete kruik tegen je gezicht te houden, maar het werkt alleen zolang de hitte van de kruik een beetje pijn doet. Ik zal de kruik aan de kant gooien, zodra ik vind dat ze me niet meer die speciale pijn geeft die mijn karakter goed doet.

Franz Rosenzweig aan Friedrich Meinecke

De wetenschappelijke kant van het hele proces, de transformatie van historicus in filosoof, is maar een nasleep, zij het dat ik daardoor voor mijzelf de altijd welkome bevestiging heb gekregen dat ‘de geest die ik heb gezien’ geen duivel was; ik geloof dat ik thans steviger in de wereld sta dan zeven jaar geleden.

Gustave Flaubert aan Louise Colet

Wat een kabaal veroorzaakt de industrie in de wereld. Wat een lawaaierig ding is de machine! Over industrie gesproken, heb je wel eens aan de hoeveelheid domme beroepen gedacht, die er door in het leven geroepen worden, en aan die enorme opeenhoping van stompzinnigheid die er op den duur het gevolg van zal zijn? Een statistiek daarvan zou schrikwekkende resultaten opleveren!

Pasolini aan Gennariello

De tolerantie is, moet je weten, altijd alleen maar nominaal. Ik ken geen enkel voorbeeld of geval van echte tolerantie. En wel omdat ‘echte tolerantie’ een contradictio in terminis zou zijn. Het feit dat men iemand ‘tolereert’ is hetzelfde als dat men hem ‘veroordeelt’. De tolerantie is zelfs een verfijndere vorm van veroordeling.

Belle van Zuylen aan Benjamin Constant

Maar het volk is geen kind, het is geen man, het is evenmin een collectief wezen of louter een verzameling mensen; het is Pierre en Jean en Jacques en Cathérine.

Thomas Jefferson aan Roger C. Weightman

Moge onze keuze het signaal zijn voor de oproep aan mensen om de ketenen te verbreken, waaronder de monnikachtige onwetendheid en het bijgeloof, die hen ertoe hadden overreed zichzelf vast te binden, en om de zegeningen en veiligheid van het zelfbestuur te aanvaarden.

Milovan Djilas aan Aleksa Djilas en aan president Tito

Aan Aleksa Djilas: ‘Het is beter als je hier niet komt. Je zou je dan alleen maar ongerust maken. We kunnen elkaar niet omhelzen, en met elkaar spelen kan al helemaal niet. Als je wat groter bent, kun je komen.’ Aan president Tito: ‘Ik schrijf deze brief in de eerste plaats omdat ik denk dat bij ons in Joegoslavië een gistingsproces gaande is dat voor onze samenleving en de eenheid van ons land ernstige, zo niet fatale gevolgen kan hebben.

Václav Havel aan Olga

Tegenover de vernedering – als typische uiting van de ‘orde van de dood’ – die de menselijke identiteit wil verstoren (met als hoogste ideaal: het menselijk bestaan omzetten in anorganische materie en die uitstrooien in het heelal), betekent het waarborgen van de menselijke waardigheid vooral het veiligstellen van de eigen identiteit, van zichzelf als onvervangbaar menselijk wezen.

Rousseau aan Monsieur de Franquières

Hoe vaak is de filosofie in al haar hooghartigheid niet zelf gedwongen geweest terug te vallen op het innerlijk oordeel dat zij veinst te minachten?

Eleanor Marx aan Wilhelm Liebknecht

Zij waren samen weer jong – zij een verliefd meisje, hij een verliefde jongen, die samen het leven binnentraden, en niet een door ziekte gebroken oude man en een stervende oude vrouw die voor altijd afscheid van elkaar namen.

Benjamin Franklin aan een jongeman

Omdat oudere vrouwen meer ervaring hebben, zijn ze verstandiger en beoefenen ze meer discretie bij het opzetten van een intrige om verdenking te voorkomen. De omgang met hen is derhalve veiliger voor je reputatie.

Fernande Olivier aan Alice B. Toklas

O, het is vooral een heel comfortabel land! Ik begin enkele Spaanse woorden te babbelen, zo slecht dat niemand me verstaat terwijl ik er heel trots op ben dat ik ze kan spreken.

Isaiah Berlin aan Marion en Felix Frankfurter

Ik heb een man ontmoet die verontwaardigd was dat de lokale paspoortambtenaren moeilijk deden over zijn paspoort, waarin stond dat hij 53 was, zijn vrouw 54 & zijn dochter 59.

Brieven aan en van Gershom Scholem

Het begon allemaal bij de Klaagmuur, waar de moslims steeds meer rechten hebben opgeëist – dat wil zeggen, ze benadrukken met steeds grotere stemverheffing dat hij hun toebehoort, wat hij juridisch gezien ook doet.

Franz Kafka aan Robert Klopstock

Het ware geloof ontbreekt hem [Abraham] niet, dat geloof bezit hij, hij zou in de juiste gemoedsgesteldheid offeren, als hij maar geloven kon dat hij uitverkoren is. Hij is bang dat hij wel als Abraham met zijn zoon zou wegrijden, maar onderweg in Don Quichotte zou veranderen.

Paul Celan aan Erich von Kahler

Aan links nationalisme, ook aan links nationalisme, heb ik, net als aan anti-semitisme, een hekel. Zolang wij, als de joden die we zijn, joods proberen te zijn en te blijven en niet als gelijke en als gelijkwaardig worden erkend, blijft alles bij het oude.

Seneca aan Lucilius

Als je er eens op gaat letten, zul je zien dat een groot stuk van het leven ons ontglipt, terwijl wij het verkeerde doen, het grootste terwijl wij niets doen en het hele leven terwijl wij dingen doen die ons vreemd zijn.

Niccolò Machiavelli aan Francesco Vettori

Wanneer de avond valt, keer ik naar huis terug en ga naar mijn studeervertrek. Op de drempel leg ik mijn doordeweekse kleren vol slijk en vuil af, trek koninklijke, ceremoniële gewaden aan, en passend gekleed betreed ik de oude hoven van mannen uit de Oudheid, waar ik me, liefdevol door hen ontvangen, te goed doe aan die spijs, die enkel en alleeen van mij is en waarvoor ik geboren ben.