Tijdschrift Nexus

Nexus 38

Europa?
Uitverkocht

Het vraagteken dat Paul Valéry met pijn in het hart maar uit diepe overtuiging in 1919 achter Europa plaatste, is de afgelopen eeuw niet van zijn plaats geweken. En als we nu lezen wat Valéry, Mann, Márai of Havel in de loop van de 20ste eeuw schreven, dan is er geen enkele reden om het te vervangen door een uitroepteken.

Nexus 38 bevat essays van Europese intellectuelen, schrijvers en politici uit de 20ste eeuw, die zich ernstige zorgen over de Europese geest maakten. Zo constateert Valéry in 1919, ondanks de hoopvolle naoorlogse stemming, dat Europa zijn intellectueel en moreel kompas is kwijtgeraakt.

Inhoudsopgave

Europa?

In Nexus 38 zijn teksten verzameld die gelezen mogen worden als de historische documentatie van een leesteken achter het begrip Europa. Blijft de vraag wat er nodig zal zijn opdat dit vraagteken ooit weer zal verdwijnen.

Te veel intellectuelen zijn ideologen geworden, een priesterlijke kaste die elke vorm van twijfel bant en eigen vooroordelen aanbidden als het Grote Gelijk.

De crisis van de geest

Valéry constateert dat Europa, ondanks de hoopvolle naoorlogse stemming, zijn intellectuele en morele kompas is kwijt geraakt. Het wezenlijke op de wereld is door de oorlog aangetast.

En op dit moment zien we dat de afgrond van de geschiedenis groot genoeg is voor iedereen. We beseffen dat een beschaving broos is als het leven. De omstandigheden die het werk van Keats en Baudelaire dezelfde weg op sturen als dat van Menander, zijn volstrekt niet meer onvoorstelbaar: ze staan in de krant.

De roeping tot de politiek

Wat maakt iemand tot een goede politicus? Welke eigenschappen moet hij hebben en welke juist niet? In Webers ogen moet hij in ieder geval reiken naar het onmogelijke. Feitelijk moet hij een held zijn.

Men kan zeggen dat voor de politicus voornamelijk drie eigenschappen beslissend zijn: passie – verantwoordelijkheidsgevoel – onderscheidingsvermogen.

Gedachten over de intelligentie

In dit uit 1925 daterende essay over de crisis van de intelligentie keert Valéry zich tegen de mechanisering van de moderne wereld, die van mensen dingen maakt die zich niet meer van elkaar onderscheiden en vergiftigd worden door de haast, en waarin er geen plaats is voor ware intellectuelen.

De machine heerst. Het menselijk leven wordt volledig door haar geketend, onderworpen aan de angstaanjagend precieze wensen van de mechanische processen.

Middlebrow

In een nooit verstuurde brief naar de hoofdredacteur van de New Statesman constateert Woolf dat het intellectuele debat wordt gedomineerd door de middlebrows, pseudo-denkers en -schrijvers.

‘De middlebrow is de man of vrouw van halfbloed verstand die nu eens aan deze kant van de heg kuiert en slentert en dan weer aan gene, niet op jacht naar één enkel doel, de kunst zelf of het leven zelf, maar naar allebei, onduidelijk en nogal smerig vermengd met geld, roem, macht of prestige.

Onze geestelijke verantwoordelijkheid

In dit essay uit 1932 zet Valéry uiteen dat belangrijke waarden als tolerantie, vrijheid van godsdienst en van meningsuiting slechts kunnen bestaan in perioden waarin de menselijke geest een hoge ontwikkeling heeft doorgemaakt.

We hebben waarden ongeldig gemaakt, ideeën uit hun verband gehaald, gevoelens vernietigd die onwrikbaar leken omdat ze bestand waren geweest tegen twintig eeuwen van wisselvalligheden, en om een zo totaal nieuwe situatie onder woorden te brengen beschikken we slechts over oeroude begrippen.

Let op, Europa!

In dit essay stelt Thomas Mann dat het cultuurverlies in Europa is ingetreden met de technologische vernieuwingen en niet door de Eerste Wereldoorlog is ontstaan. Die heeft het alleen maar bespoedigd en verscherpt. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog waarschuwt Thomas Mann ervoor dat het Europese beschavingsideaal zelf in het geding is.

Is het Europese humanisme onmachtig tot een strijdbare wedergeboorte van zijn ideeën, is het niet meer in staat zich de eigen ziel strijdlustig en met frisse kracht bewust te maken, dan zal het te gronde gaan, en er zal een Europa komen dat zijn naam alleen nog om puur historische redenen zal dragen, een Europa dat maar beter zijn toevlucht zou kunnen zoeken in het onverschillig-tijdloze.

Een 'Verenigde Staten van Europa'

Een jaar na zijn toespraak over een ‘Verenigde Staten van Europa’ gaat Churchill dieper in op zijn Europese droom en verkondigt hij dat de geestelijke idee ‘Europa’ datgene is wat de lidstaten bij elkaar zal houden.

We hopen op een Europa waarin mensen uit ieder land zich zullen beschouwen als Europeaan en als inwoner van hun vaderland, en dat, waar ze ook zijn in dit uitgestrekte gebied, ze werkelijk zullen denken: hier voel ik me thuis. Hoe eenvoudig zou het allemaal zijn, en hoe glorieus, als dat ooit werkelijkheid zou worden.

Naar Europa

In de winter van 1946 reist Marai via Zwitserland en Italië naar Parijs, op zoek naar zijn persoonlijke Europa. Overal merkt hij dat er iets ontbreekt: de Europese geest. Hij treft een behoudend, bekrompen, leugenachtig heden aan.

Niemand vermoedde dat een civilisatie ten einde was, en dat het nieuwe dat al vreedzaam gerealiseerd was, niet een variant op de oude civilisatie was, maar een nieuw wereldbeeld, waaraan we nog niet hadden kunnen wennen.

Een verenigd Europa

Een jaar na zijn toespraak over een ‘Verenigde Staten van Europa’ gaat Churchill dieper in op zijn Europese droom en verkondigt hij dat de geestelijke idee ‘Europa’ datgene is wat de lidstaten bij elkaar zal houden.

We hopen op een Europa waarin mensen uit ieder land zich zullen beschouwen als Europeaan en als inwoner van hun vaderland, en dat, waar ze ook zijn in dit uitgestrekte gebied, ze werkelijk zullen denken: hier voel ik me thuis. Hoe eenvoudig zou het allemaal zijn, en hoe glorieus, als dat ooit werkelijkheid zou worden.

De beproeving van de Europese geest

In het laatste essay dat Klaus Mann schreef, verwijt hij de intellectuelen dat ze niet meer het geloof, de kracht en de onvoorwaardelijke integriteit hebben die de geestelijke adel verplicht. Hij acht ze medeplichtig aan het verdwijnen van de Europese geest.

Waarin moet hij geloven, de Europese intellectueel van nu? Zoveel van wat hij beleefd heeft is problematisch of wankel geworden, zoveel stelregels die hem geldig leken hebben nu een holle, niet-overtuigende klank.

De macht der machtelozen

Onder het ordentelijk uitziende oppervlak van “het leven in de leugen” sluimert de verborgen sfeer van de werkelijke intenties van het leven, die zich in principe openstelt voor de waarheid.

De tragedie van Midden-Europa