Tijdschrift Nexus

Nexus 42

Europees testament
Uitverkocht

In het midden van de Tweede Wereldoorlog noteert de Franse dichter en verzetsman René Char in zijn Feuillets d’Hypnos: ‘Ons erfgoed is ons nagelaten zonder testament.’ In deze ene zin is de crisis van de Europese Unie samengevat. We zijn vervreemd geraakt van ons Europees erfgoed. De auteurs in dit nummer schrijven over wat het inhoudt Europeaan te zijn.

Wat is nog de betekenis en politieke relevantie van de idee Europa? Welke waarden koesteren we en waarom? Wat betekent het om burger van Europa te zijn? Welke mogelijkheden en verantwoordelijk­heden heeft de Europese politiek? Wat zou de rol van Europa in de wereld moeten zijn? En hoe kan het Europese beschavingsideaal gecultiveerd worden?

Over deze vragen heeft het Nexus Instituut in 2004, op verzoek van de Nederlandse regering, een reeks conferenties gehouden tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap. Op de conferenties in Den Haag, Warschau, Berlijn, Washington en Rotterdam bogen historici, filosofen, juristen, kunstenaars, wetenschappers, schrijvers, politici en diplomaten uit alle delen van de wereld zich over de toekomst van Europa, onder het motto Europe. A Beautiful Idea?

De essays die geschreven zijn n.a.v. deze conferenties staan in de Nexus-trilogie:
– Nexus 40. Europa realiseren
– Nexus 41. Spiegels voor Europa
– Nexus 42. Europees testament

Inhoudsopgave

Lectori salutem

Met deze publicatie wordt een trilogie voltooid die de essayistische weerslag vormt van de reeks conferenties ‘Europe. A Beautiful Idea?’

Voor wie Europeaan wil zijn opent zich een cultuur met complexe tradities van Athene, Jeruzalem en Rome, met een kosmopolitische rijkdom aan werken die de Europese geest weerspiegelen ? van Seneca en Spinoza, Nietzsche en Newton, Berlioz en Bártok, Milton en Mandelstam, Titiaan en Tarkovski, Cervantes en Canetti ?, met een bloedige geschiedenis en een visioen van vrede, vrijheid en waardigheid.

Europese geschriften en het tragische levensgevoel

George Klein belicht in de Europese literatuur de tragiek van goed en kwaad in het menselijk bestaan, van lijden en dood. Voorbeelden zijn het prozagedicht De verrichter van goede daden van Oscar Wilde, een gedicht van Maurice Maeterlinck en een sonnettencyclus van de Deense dichteres Inger Christensen. Hoe Peter Noll, schrijver van een boek over sterven en dood, zijn naderende sterven beleefde. En het tragische levensgevoel bij enkele andere schrijvers en filmregisseurs en in Inferno van Dante met zijn metaforen: ‘De metaforen betreffen onze kwetsbaarheid, onze aspiraties, onze hoop tegen beter weten in?’.

Het beeld van Europa van Sándor Márai

In zijn roman De beledigden, gepubliceerd 1947/48 in Boedapest, vertelt Sándor Márai over de vroege jaren dertig. Peter Garren, figuur uit die roman, hoort in Parijs de radiostem van Hitler. Peter gelooft in de opvoedende macht van de literatuur en ook in een Europa waarvan Thomas Mann de geestelijk vader zal zijn. Europa houdt de roeping in van een beschaving, de roeping van een werelddeel vol verscheidenheid en tegenstellingen van talen en van groepen mensen. Cultuur omvat besef van de geestesgeschiedenis van Europa. Een verwoestende verandering door de nazi’s, ook cultureel, kondigt zich echter aan. Peter gaat naar Berlijn. In een indrukwekkend hoofdstuk presenteert Márai de massabijeenkomst in het Sportpaleis, die onverantwoorde grootspraak tentoonspreidt. ‘Je ziet in dat iets ten einde is. Je voelt het einde.’ Ten slotte geeft Tibor Simányi een korte schets van de geschiedenis van het westers-christelijke Europa vanaf de achtste eeuw.

Van tijden en plaatsen

Een brief

Autobiografisch essay. ‘Mijn “cultuur van de vele werelden” is een amalgaam van talen, levenswijzen en inhouden die rijk en verscheiden zijn, maar ook doorspekt met onzekerheden en overenigbaarheden.’ Bezoek in 2004 aan Czernowitz, de stad van haar kinderjaren die veel joodse inwoners had. Thuis leerde ze Duits van haar ouders die op het Westen gericht waren. De bezetting van Czernowitz door de sovjets in 1940 betekende voor haar ouders de ineenstorting van hun wereld, maar voor haarzelf een kennismaking met de Jiddische cultuur. In 1941 ontsnapte ze aan deportatie. In de oorlogsjaren, toen ze de davidsster moest dragen, nam ze deel aan verboden culturele bijeenkomsten waar literatuur werd gelezen. Overtocht naar Palestina in 1944. Na enige tijd werd ze toegelaten tot een instituut voor muziekonderwijs. Beschrijving van haar opleiding. Na het begin van de Onafhankelijkheidsoorlog in 1948 contacten met overlevenden van concentratiekampen die in het leger moesten worden opgenomen. Haar persoonlijk en gezinsleven in Israël. Ontmoetingen in Parijs en in Jeruzalem met de dichter Paul Celan. De pijnlijke strijd van Celan rond zijn joodse identiteit bracht ook haar aan het twijfelen over de vraag waar haar thuis was. Na de dood van haar man in 2001 ging ze in Jeruzalem wonen. Haar beleving van en ervaringen in Jeruzalem.

Europa tussen droom en werkelijkheid

Ten aanzien van Europa is de vraag aan de orde of de doelstellingen louter materieel en economisch zouden moeten zijn of ook ideëel. De auteur ervaart een geestelijke dimensie aan zijn plaats als Duitser in Europa en wil aan het verleden van Europa een plaats geven in zijn leven. Het is problematisch dat cultureel erfgoed grotendeels in musea wordt geplaatst, buiten het dagelijks leven. Het belang van een robuuste gemeenschapszin en van geestelijke waarden. Ethiek veronderstelt een beeld van de mensen als stoffelijk en geestelijk. De menselijke rede is niet sterk genoeg om een juist gebruik van vrijheid te garanderen en vrijheid moet door verantwoordelijkheidsgevoel worden beteugeld. Iets vergelijkbaars geldt voor het denken over schoonheid. ‘Ik ben ervan overtuigd dat we de kunst nodig hebben om dat gezonde verstand te voeden zonder welk geen enkele politieke constructie op lange termijn zal standhouden.’ We hebben de kunst nodig om ons te helpen een ideaal van menselijkheid te behouden.

Wat is er met het Europa van Koestler gebeurd?

Cesarani geeft een biografische schets van Koestler (1905-1983) en een schets van Koestlers stellingen tegen de USSR en het communisme. Koestler betoogde tijdens de Koude Oorlog onder meer dat de gemaakte fouten in de buitenlandse politiek van de VS geen voldoende reden waren voor een neutrale houding ten aanzien van de USSR. ‘De niet-gebonden socialisten moesten kiezen tussen slecht en nog slechter.’ Deze argumentatie is actueel in de context van de oorlog tegen het terrorisme en de controversen over de buitenlandpolitiek van de VS. Ook actueel zijn gedachten van Koestler als het gaat om hedendaagse schuldbeladen bewoners van het postkoloniale Europa. ‘Gelukkig hebben we zijn [Koestlers] strijdlustige toespraken en zijn politieke alarmbellen om ons eraan te heinneren de waarheden te verdedigen die Europa tot een vrije en democratische ruimte maken’.

Wat elke minister van onderwijs zou moeten weten

In het onderwijs in Europa moet meer ruimte komen voor studie van de klassieke letteren. Er bestaat reeds een Europese cultuur, namelijk de Grieks-Romeinse. Die werkte door in de latere literatuur en kunst. We zien een verbreiding van woorden en ideeën als democratie en filosofie in moderne Europese talen. De oude Grieken kunnen op minstens twee manieren in onze tijd nuttig zijn, door hun voorliefde voor discussie en door de waarden die zij aanhingen. Het is waardevol dat jongeren kennismaken met teksten uit de antieke cultuur en dat ten minste een kleine groep een bredere en diepere kennis krijgt van die cultuur.

Europees onderricht

Het onderwijssysteem dat door de oude Grieken en Romeinen ontwikkeld werd, vormde meer dan 2000 jaar de basis voor de Europese cultuur. Een beschrijving van antiek onderwijs vinden we bij de Romeinse architect Vitruvius, auteur van Tien boeken over architectuur (ca. 25 v. Chr.). De grote schrijvers van het oude Griekenland onderwezen eerder met behulp van suggestie dan door middel van voorschriften. Homerus, die in zijn Ilias het idee woede centraal stelde, toonde het verwoestende effect ervan door het beschrijven van actie. Thucydides gaf zelden een moraal, maar liet dingen zien door middel van voorbeelden. De in de Europese cultuur zo invloedrijke Plato boeide generaties lezers met zijn schets van de filosofie als een hartstochtelijk zoeken. ‘Al deze schrijvers hebben tegenover de afschrikwekkende willekeur van het leven de orde geplaatst van hun taal, hun verhalen, hun geloof.’

Wat maakt ons tot Europeanen?

Eén stelling en drie verhalen

Een Europeaan moet meer aanvaarden dan ethisch-politieke grondbeginselen als die van de mensenrechten. ‘Elke Europeaan die nadenkt over de rijkdom die hem uit de Europese cultuurgeschiedenis tegemoet treedt, zal daaruit een eigen mentaal Europees thuis moeten “construeren”.’ Elke Europeaan moet elementen uit de culturele rijkdom van Europa maken tot een herkenbaar deel van zijn of haar eigen levensvorm. Camartin licht deze gedachte toe door middel van voorbeelden uit literatuur, schilderkunst en muziek: de tragedie Heracles van Euripides, het schilderij van de twee apen van Pieter Breugel de Oude en het motet Locus iste van Anton Bruckner.

Hoe ik Europees werd

Autobiografische beschrijving van kennismaking met Europese literatuur vanaf de kinderjaren. In 1990 bestudering van auteurs als Jean Echenoz, Roberto Calasso en Claudio Magris. ‘Al deze schrijvers zijn zowel nationaal als Europees en hun werk is onderbouwd door een gevoel van met anderen gedeelde oude verhalen en beelden, waarin de geschiedenis, de geografie, de gevoeligheden en de verbeelding van het moderne Europa worden samengeweven tot een nieuw patroon.’ Recent heeft de auteur uitgebreid de geschiedenis bestudeerd wat zeer verhelderend is als het gaat om het begrijpen van bijvoorbeeld Europese schilderkunst. ‘Vanwege [het] gevoel dat ik een Europese cultuur heb geërfd die ik met anderen deel, heb ik veel Europese vrienden in vele landen gekregen. Ik groeide op in de wereld van het Engelse empirisme en pragmatisme. Maar dat was niet genoeg. Ik wantrouw metafysici maar heb hun wereld nodig. Europees zijn is Engels zijn terwijl je tegelijk meer bewegingsruimte hebt.’

Tegen de 'idee' Europa

Josipovici spreekt over het gevaar van de gedachte van zuiverheid als het om een volk, land of continent gaat. ‘Ik wil betogen dat de “idee” Europa slechts een intellectuele versie is van etnische zuiverheid’. Het gaat om ideeën van een unieke Europese bestemming en roeping. De auteur vindt die ideeën onder meer in de Nexus-lezing ‘The Idea of Europe’ van George Steiner. Hij geeft kritiek op de stelling van Steiner dat Europa hoger stond in muziek, wiskunde en filosofie. De idee Europa wordt al snel een maatstaf van goed en slecht en dus van zuiverheid. Europa heeft altijd opengestaan voor andere culturele invloeden. Het onderwijs zal meer moeten doen dan het aanreiken van materiële oplossingen voor blijvende menselijke problemen als dood en verdriet.

Kunst en democratie in de eenentwintigste eeuw

In zijn Doktor Faustus lijkt Thomas Mann te willen zeggen dat culturele fijnzinnigheid weinig waarborgen biedt tegen zedelijk verval. Wolin onderschrijft deze stelling van Mann. Bij esthetische waardering oordelen we strikt volgens formele criteria – de innerlijke geslaagdheid van een esthetisch object – ongeacht de doelen, zelfs de morele doelen. Moderne democratie heeft het nodig dat de individuen een mondig ethisch oordeelsvermogen ontwikkelen. Een hoogontwikkeld cultureel leven biedt slechts een beperkte bijdrage aan het welslagen van moderne democratie. Bespreking van het aristocratische liberalisme van Tocqueville en anderen. ‘Een van de slachtoffers van de moderne kunst – en meer nog van de postmoderne kunst – is het idee geweest dat de kunst iets zou moeten zijn dat “adelt” of “verheft”.’ In de wereld van onze tijd, waarin het kwaad nog lang niet ten grave is gedragen, lijkt hoog-cultureel elitisme een onvoorstelbare luxe. Maar wat is de zin van de kunst als zij prozaïsch wil zijn?

Het Europa van Peiresc, vroeger en nu

Nicolas-Claude Fabri de Peiresc (1580-1637) was een geleerde die niet tot een bepaalde institutie hoorde. Hij streefde naar de vooruitgang van wetenschappelijke kennis, had een netwerk van geleerden, politici, kooplieden en anderen en had contacten in Goa en Ethiopië, in het Ottomaanse Rijk en in christelijk Europa. Hij bewoog zich onder meer op terreinen als astronomie en de kennis van bijbelhandschriften in oosterse talen en werkte samen met protestanten, joden en moslims. Gedachte-experiment: iemand als Peiresc die internet ter beschikking heeft. Peiresc heeft geen publicaties nagelaten en postuum hebben zijn vrienden zijn brieven niet gepubliceerd. Maar de archiefnalatenschap van deze briljante spin in zijn web is in onze tijd beschikbaar.