Tijdschrift Nexus

Nexus 44

Massademocratie
Uitverkocht

Drie gezaghebbende sprekers – Francis Fukuyama, Mario Vargas Llosa en H.W. von der Dunk –  spraken zich uit over vrijheid, Verlichting en de liberale democratie. Deze monumentale voordrachten vormen de ruggengraat van Nexus 44.

Op de Nexus-conferentie 2005 kwam een reeks van vragen aan de orde, die zijn uitgewerkt in dit nummer. In wat voor maatschappij leven wij? Welk idee van de goede maatschappij cultiveren wij? Welke waarden zijn dominant en welke waarden zouden dominant moeten zijn? Wat is vrijheid en hoe is het met onze vrijheid gesteld?

Inhoudsopgave

De paradox van de mens

Rob Riemen beschrijft de paradox van de democratie aan de hand van de ideeën van Ortega y Gasset, Karl Popper en Milan Kundera.

In welke mate cultiveren we geestelijke waarden en de adel van de geest? Hoe geoefend zijn wij in een kritisch rationalisme? Waait hier nog de geest van de roman?

Identiteit, immigratie en de toekomst van de liberale democratie

Nexus-lezing 2005

Op grond van een misplaatst respect voor culturele verschillen heeft het oude multiculturele model aan culturele gemeenschappen veel te veel gezag afgestaan om voor hun eigen leden gedragsregels te formuleren. Uiteindelijk kan liberalisme niet op groepsrechten worden gebaseerd, omdat niet alle groepen liberale waarden onderhouden. De beschaving van de Europese Verlichting, waarvan het hedendaagse liberalisme de erfgenaam is, kan geen culturele neutraliteit accepteren, aangezien liberale samenlevingen hun eigen uitgangspunten hebben over de gelijke waarde en waardigheid van individuen. Culturen die deze uitgangspunten niet aanvaarden, verdienen in een moderne liberale democratie niet in gelijke mate beschermd te worden. Leden van immigrantengemeenschappen en hun nakomelingen verdienen een gelijke behandeling als individuen, niet als leden van culturele gemeenschappen.

Zin in problemen

Als elke diepere belangstelling ontbreekt, kan zelfdestructief gedrag ertoe dienen om het leven tot een interessantere – zij het niet altijd plezierige – ervaring te maken. Sinds de Romantiek heeft om zelfdestructie bovendien altijd een aura van diepzinnigheid gehangen. Als begaafde mensen zo vaak zelfdestructief zijn (hetgeen op zichzelf al aanvechtbaar is), dan kan daaruit – volgens een gangbare logische misvatting – toch worden geconcludeerd dat zelfdestructieve mensen vaak getalenteerd zullen zijn? […] Als alle mogelijke bronnen van transcendentale zingeving zijn afgesloten, hoeft het niemand al te zeer te verbazen dat materiële vooruitgang – waarvan ik het belang overigens niet wil bagatelliseren – niet gepaard gaat met de maatschappelijke weldaden die er ooit van werden verwacht. De mens is niet alleen een probleemoplossend dier, maar ook een probleemscheppend dier. Hij schept problemen om zinloosheid te vermijden of uit de weg te gaan.

Tijd nemen voor de mens

Mondiale problemen vragen om mondiale oplossingen, en deze vooronderstellen dat we elkaar beter begrijpen. We móeten wel meer over elkaar te weten komen, indien we serieus voornemens zijn onze gedeelde waarden te beschermen. Als we hierin slagen, dragen we bij aan de totstandkoming van een tijdperk van verantwoordelijke mondiale politiek waarin een mondiale massacultuur wordt vervangen door interculturele kennisvergaring. Als we er alleen al een beetje in zouden slagen de imperatief van een interculturele dialoog te verheffen tot motto van praktische politiek, zou dat op zich al een uitstekend uitgangspunt zijn voor het bewaken van de wereldvrede.

Europa's nihilisme

Europa is eeuwenlang gekenmerkt door een energieke dialoog tussen geloof en ongeloof. Wat gebeurt er als je één kant van de dialoog verliest? Dan ontwikkelt de resterende kant in zijn isolement een monsterachtige groei en loopt hij uit op het Europese nihilisme dat nu zichtbaar wordt in de culturele uitputting van Europa. […] Het kwaad hoeft niet de vorm aan te nemen van een seriemoordenaar of een monster zoals Hitler. Het kan de vorm aannemen van medici met naalden voor het ombrengen van gehandicapte pasgeborenen of van zwakke patiënten die misschien aan depressie lijden, in plaats van hen te genezen en te verzorgen; of de vorm van het isoleren en verwaarlozen van immigranten; de vorm van het negeren van antisociaal gedrag en wreedheid tot het zich openbaart als openlijke en algemene criminaliteit; de vorm van een onverschilligheid die een fanatieke minderheid, in de naam van verdraagzaamheid, in staat stelt op te roepen tot het ombrengen van degenen die spotprenten hebben getekend (hoe stompzinnig die tekeningen ook mogen zijn), en tot nog meer zelfmoordaanslagen en moorden op onschuldigen. Het is deze weigering om Europa aan een definitie te binden die het gezicht van het Europese nihilisme bepaalt. En als er dan een reactie komt, is deze waarschijnlijk extreem en vertekend, omdat er zo lang onverschilligheid heeft geheerst. Het grote Europa van de verbeelding zal ondergaan wanneer Europa verschrompelt tot iets waarin haar beste kwaliteiten niet langer herkenbaar zijn.

Het Titanic-syndroom

Vrees is een van de weinige dingen waaraan het onze tijd, die zekerheid, veiligheid en geborgenheid node mist, niet ontbreekt. Vrezen zijn er vele en verschillende. Mensen van uiteenlopende sociale, geslachtelijke en leeftijdscategorieën wordt geteisterd door de hunne; er zijn ook vrezen die we allemaal gemeen hebben – ongeacht in welk deel van de aardbol we toevallig zijn geboren of hebben gekozen (of zijn gedwongen) te wonen. De moeilijkheid echter is dat die vrezen zich niet zo makkelijk laten optellen. Naarmate ze een voor een in gestage, zij het willekeurige volgorde afdalen, tarten ze onze pogingen (als we die doen) ze met elkaar in verband te brengen en hun gemeenschappelijke wortels op te sporen. Ze zijn des te angstaanjagender omdat er zo moeilijk greep op is te krijgen; maar nóg beklemmender door het gevoel van machteloosheid dat ze wekken. Omdat we geen vat hebben gekregen op hun oorsprongen en logica (als er een logica is die ze volgen), tasten we ook radeloos in het duister als we voorzorgen moeten nemen – nog gezwegen van het voorkómen of het afslaan van de gevaren die ze signaleren. Het ontbreekt ons domweg aan de instrumenten en de vaardigheden om het te gebruiken. De gevaren die we vrezen overstijgen ons handelend vermogen; tot nog toe zijn we nog niet eens ver genoeg gevorderd om helder voor ogen te krijgen hoe die daarvoor berekende instrumenten en vaardigheden eruit zouden zien – laat staan ze beginnen te ontwerpen en te maken.

Opkomen voor de Verlichting

Zij die de waarden van de Europese Verlichting hoogachten, moeten vasthouden aan de rationele mentaliteit, getemperd door nederigheid en respect voor de Ander. We moeten ook de vrijheid beschermen tegen de willekeur en laten zien dat de emancipatoire kracht van de Verlichting niet louter een vrijbrief was om taboes te doorbreken en aanstoot te geven als doel op zich. Er zijn geen grenzen meer die de moeite waard zijn om te doorbreken: de Verlichting brengt zichzelf met haar onmatigheid in levensgevaar. Er is geen toekomst voor Europese waarden als we de lelijkste kanten van de elitaire en populaire cultuur van Europa star blijven verdedigen uit naam van de Verlichting. Misschien zijn er tegenwoordig zelfs meer raakvlakken tussen de intellectuele en spirituele waarden van de erfgenamen van Voltaire en die van de gelovigen, dan tussen de opvattingen van de philosophes en die van de verspreiders van de populaire cultuur en politieke opportunisten.

Durf te denken

De vraag was: wat is een goede samenleving? Het antwoord is: een die de waarden van de Verlichting koestert en onderscheid en oordeel aanmoedigt, en die gruwt van politieke correctheid en kwezelarij.

Paniek over de rebellerende massa's

Ik geloof zeker dat er een ”probleem van de massa’s” in onze cultuur bestaat. Hooligans, grove domheid, platvloers vertier en infantiele media ontsieren onze cultuur. Buitenlanders, of mensen die er buitenlands uitzien, zijn het doelwit van persoonlijke belediging en fysieke aanvallen. Zulke tendensen worden aangemoedigd door de respectabele mensen die sensationele kranten en demagogische televisiestations bezitten. Ze worden ook uitgedragen door staatslieden die het groene licht geven voor het martelen van verdachten, of die ondervragingen uitbesteden aan een netwerk van tirannen. De grove bejegening van onze eigen onderklasse en van verdachte buitenlanders gaat hand in hand. […] Gevoel voor de waarden van onze eigen beschaving en voor haar vele bronnen van kracht en inspiratie zou ons respect voor andere beschavingen moeten ingeven.

Ortega y Gasset: rehabilitatie van een liberaal

Het huidige liberale denken kan veel voordeel halen uit het gedachtegoed van Ortega y Gasset. In tegenstelling tot de heersende tendens om het liberalisme te reduceren tot een economisch recept van vrije markten, fair play, lage tarieven, terugdringing van overheidsuitgaven en privatisering van bedrijven herinneren zijn ideeën ons eraan dat liberalisme bovenal een houding is ten aanzien van het leven en de maatschappij, gebaseerd op verdraagzaamheid en respect, op liefde voor cultuur, op het verlangen om vreedzaam met elkaar samen te leven en op de onvoorwaardelijke verdediging van de vrijheid als een superieure waarde. Diezelfde vrijheid is tevens de drijvende kracht achter de materiële vooruitgang, de wetenschap, de kunsten en de letteren en de beschaving waarin het soevereine individu geworteld is, met zijn onafhankelijkheid, zijn rechten en plichten, die in voortdurend evenwicht zijn met de rechten en plichten van de anderen en beschermd worden door een juridisch stelsel dat garant staat voor co-existentie, zonder de diversiteit aan te tasten. Economische vrijheid vormt een wezenlijk onderdeel van de liberale doctrine, maar is lang niet het enige belangrijke element. Het is uiteraard betreurenswaardig dat vele liberalen van de generatie van Ortega zich niet bewust waren van het belang van de economische dimensie. Het is echter al even betreurenswaardig dat het liberalisme simpelweg gereduceerd wordt tot een economisch marktbeleid met minimale staatsinterventie. Zijn de talloze pogingen tot liberalisering van de economie die de laatste decennia in Latijns-Amerika, in Afrika en in Europa zelf hebben plaatsgevonden geen onweerlegbaar bewijs dat economische formules op een waar fiasco kunnen uitlopen als zij niet ondersteund worden door een geheel van ideeën dat deze formules rechtvaardigt en voor het publiek aanvaardbaar maakt? De liberale doctrine is cultuur in de ruimste zin van het woord en de essays van Ortega y Gasset zijn daarvan een stimulerend en scherpzinnig voorbeeld.

Op de verkeerde plaats zoeken

Massaïsme en de zoektocht naar de goede samenleving

De trahison des clercs bestaat uit de vlucht voor moeilijkheid in de naam van een oppervlakkig idee van democratie. Een juister, beter doordacht concept zou starten vanuit een veronderstelling van solidariteit in plaats van scheiding. In plaats van onszelf te beschouwen als een belegerde kaste van intellectuelen, zouden we onszelf dan zien als deelnemers op voet van gelijkwaardigheid aan een maatschappij die niets meer of minder van ons vraagt dan dat we ons best doen, als leraren, academici, journalisten, programmamakers, uitgevers of politici. Dat werk moet in een onversneden geest van gelijkheid ondernomen worden, daarbij elke gelegenheid aangrijpend om het soort werk aan te bieden dat aan onze eigen gevoeligheden appelleert. Dat hoeft geen dingen uit te sluiten die vulgair, sentimenteel en licht toegankelijk zijn, want ook wij kunnen van luchthartigheid genieten. Maar het zal van tijd tot tijd werk zijn dat onze geest en zintuigen op de proef stelt en dat langdurige concentratie vereist om het werkelijk te appreciëren. Alles wegcensureren dat te intellectueel is en dus niet commercieel kan zijn, is het verraden van zowel het publiek als onszelf. Ons licht niet onder de korenmaat stellen is niet zozeer pretentieus als wel een kwestie van zelfbehoud. Want ergens in onze verwarde hoofden fluistert een stem dat als we anderen met opzet infantiliseren, wij onszelf infantiliseren.

Over het gebrekkige onderwijs aan onze jeugd

De verschuiving, weg van verstandelijke ontwikkeling en in de richting van sociale ordening, is zowel een symptoom als een factor die bijdraagt aan de onderwijscrisis. De afgelopen decennia is deze accentverschuiving naar socialisatie gestimuleerd door het verval van gemeenschapsstructuren die in vroeger tijden die rol speelden. Stukje bij beetje zijn de scholen in het gat gestapt, in een poging leerlingen een besef van sociale verantwoordelijkheid in te prenten dat de ernstig verzwakte informele gemeenschapsnetwerken moeilijk blijken te kunnen verschaffen. Helaas kunnen scholen niet dienen als plaatsvervangende gemeenschap. En in weerwil van hun brave bedoelingen zullen ze, door een zo grote verantwoordelijkheid voor het socialiseren van kinderen op zich te nemen, op de lange duur het vermogen van informele gemeenschappen om die problemen op te vangen, nog verder ondermijnen. Bovendien, naarmate de socialiserende rol van scholen in de plaats treedt van hun onderwijsfunctie, verliest zij aan vermogen om die laatste te vervullen. […] De tendens onderwijs ondergeschikt te maken aan de eisen van sociale ordening, is een kortzichtige reactie van Europese culturele elites op de morele verwarring die in hun gemeenschappen de overhand heeft. Maar de morele malaise van Europa zal niet worden overwonnen door afbreuk te doen aan de kwaliteit van het onderwijs aan jongeren.

Googlen met Google

Het gevaar dat ik zie aankomen, heeft niet de vorm van een totalitaire coup van de massamaatschapij, en ook niet die van een debilisering der MySpace-horden, maar eerder het gestage samensmelten van bekendheid en toezicht. Met andere woorden: de vervlechting van het verlangen om bekeken te worden – dé drijvende kracht achter MySpace – en het gemak waarmee iemands datasporen kunnen worden nagelopen. Iedere vorm van via elektronica bedreven communicatie laat datasporen achter – een soort versleutelde vorm van je persoonlijke voorkeuren. Deze kunnen gevolgd en geanalyseerd worden, zodat je met gelijkgezinden in een groepje kan worden geplaatst. Als lid van dat groepje krijg je ”beloningen” die je aansporen meer van jezelf prijs te geven; een moderne vorm van direct mailing. Dit wordt niet gedaan omdat zulk onderzoek per se gunstig is voor de verkoopcijfers. De MySpace-gebruikers zijn opgegroeid met moderne marketingtechnieken en daarmee veel alerter op dergelijke trucs dan wij vroeger waren. Nee, het wordt gedaan omdat internetbedrijven die zulke gegevens verzamelen en verwerken, zakelijk gezien levensvatbaar zijn en daarmee aantrekkelijk voor investeerders. Als gevolg hiervan lijkt het verschil tussen spontane en gestuurde beslissingen af te nemen.

Fundamentele zwakten van de Europese cultuur

Hoe dat ook moge zijn, één ding is duidelijk: welke kenmerken van de Europese cultuur worden benadrukt, hangt af van datgene waarmee Europa wordt gecontrasteerd. Dus mijn eerste punt is: probeer niet Europa te definiëren met behulp van positieve begrippen, maar met behulp van cultuurvijandige begrippen, door het te contrasteren met de vijand. Ik heb weinig toe te voegen ter verduidelijking van het begrip ”cultuur”, maar ik zou wel iets willen toevoegen dat ontbreekt in de gangbare beschrijvingen van cultuurkenmerken, een kenmerk dat ik uiterst relevant acht voor de omschrijving van de Europese cultuur. In de Europese cultuur hebben gemeenschappelijke herinneringen, met name aan de twee wereldoorlogen, een grote rol gespeeld in de totstandkoming van de cultuur. Ik zou zelfs willen beweren dat Europa als culturele eenheid meer blijk geeft van collectieve herinneringen dan van collectieve normen en waarden.

De wereld als formule

De vraag is ook voor ons onvermijdelijk geworden: hoe volmaakt is het geënsceneerde paradijs? Kijk hoe onze verbeelding is ondergebracht in modellen en formules: overal liggen de vrijetijdsscenario’s klaar. We hoeven maar in te stappen en weg zijn we: op safari naar de nieuwste déjà  vu. Dat is vette winst voor de creatieve industrie, een triomf voor de nieuwe aristocratie, maar wat betekent het voor een samenleving die zich erop beroept een open, dynamische, toekomstgerichte samenleving te zijn? Zo’n samenleving bestaat bij de gratie van een vrij vliegende verbeelding. Die heeft ze nodig als ze zichzelf op afstand wil kunnen zien, de afstand die nodig is om het nieuwe, onbekende te onderzoeken en ruimte te maken voor andere invloeden en culturen. De kunst, althans wat ik daaronder versta, heeft zich aan dat vogelperspectief verbonden. Van daaruit toont ze een werkelijkheid die eindeloos in beweging is, voortdurend opnieuw vorm krijgt en daarbij haar eigen afgrondelijke processen volgt. Dat doet ze volgens het principe van ”destructie voor creatie”: door vormen, materialen, beelden en gevoelens onophoudelijk van hun gevestigde betekenis te ontdoen, de actualiteit er vanaf te schrapen, de politieke en sociale dimensies bloot te leggen en de vanzelfsprekendheid ervan te betwisten. Om vervolgens uitzicht te bieden op andere betekenislagen, op een ongekend verleden en een toekomst vol potenties, op de scheuring tussen innerlijk en uiterlijk, droom en rede. Kunst berooft ons van de mogelijkheid ons veilig te wanen in een ordelijke, transparante wereld, maar geeft ons tegelijk de oneindig gedifferentieerde ervaring terug van een ondoorgrondelijke werkelijkheid. De kwestie is nu: hoeveel werkelijkheid willen wij nog?

Modernisme en moderniteit

Als ik het goed zie, dan geven de twintigste-eeuwse analyses van de kwalen van de moderne wereld, analyses met vaak pakkende en provocerende titels als One-Dimensional Man en The Face in the Crowd, slechts een eigentijdse draai aan een malaise die voor de beste koppen van midden-negentiende eeuw al evident was. Bovendien denk ik dat de gestage stroom van dat soort boeken, hoe briljant ze vaak ook zijn, zelf een nietzscheaanse analyse behoeft. Steekt er niet iets masochistisch in onze aanhoudende behoefte om aan te tonen hoe slecht de dingen ervoor staan, hoe onleefbaar het moderne leven is? Zit daar niet een zekere zelfkastijding in?

Democratische politiek en de opkomst van populistisch rechts

De huidige ”consensus van het midden” is niet – zoals vaak wordt beweerd – een blijk van vooruitgang van de democratie, maar een reëel gevaar voor haar toekomst. Het ontbreken van een agonistisch debat tussen de democratische partijen en van een confrontatie tussen verschillende politieke stromingen heeft het de burgers onmogelijk gemaakt zich te identificeren met een gedifferentieerd scala aan democratische politieke identiteiten. Dit heeft een vacuüm geschapen dat in toenemende mate door rechts-populistische partijen wordt gevuld. Zij vervangen de afgezwakte tegenstelling tussen links en rechts door een nieuwe wij-zij-tegenstelling die wordt opgebouwd rond de tegenstelling tussen ”de bevolking” en ”het establishment”. Het is nodig om te beseffen dat ondanks de voorspelde verdwijning van collectieve identiteiten en de vermeende overwinning van het individualisme, de collectieve dimensie niet uit de politiek kan worden verwijderd. Als ze niet beschikbaar zijn via de traditionele politieke kanalen, zullen collectieve vormen van identificaties worden aangeboden in andere vormen, die veel minder vatbaar zijn voor democratische beïnvloeding. Als de maatschappelijke tweedeling niet meer kan worden weergegeven als een verdeling in links en rechts, kunnen gevoelens niet langer worden gekanaliseerd in de richting van democratische doelen en kunnen conflicten een vorm aannemen die de democratische instituties in gevaar brengt.

De wijdverbreide dictatuur van het kijkcijferonderzoek

De democratische utopie kan pas weer geloofwaardig en levensvatbaar zijn als mensen zodanig geïnformeerd zijn dat ze de illusies van de ”communicatie” kunnen doorzien. Het is hoog tijd dat we gaan begrijpen dat het dit, en niets minder, is wat het democratische ideaal vandaag de dag nodig heeft, nu de twee gezichten van de wereld der technologie – mondialisering en mediatisering – alles bestieren. Dertig of veertig jaar geleden heerste de tirannie van de publieke opinie nog niet. Nu zij aan de macht komt en regeert, kunnen we haar maar beter zo veel mogelijk in een verlicht despoot veranderen. Dat is volgens mij onze enige kans; anders is het goed mogelijk dat democratische regimes slechts een kort intermezzo zullen blijken te zijn geweest in de westerse geschiedenis, die zelf bezig is de rode draad kwijt te raken.

De Verlichting en de liberale vrijheidsillusie

Zonder bepaalde dominante gemeenschappelijke waarden kan geen enkele samenleving bestaan. Daarom is een multiculturele samenleving geen samen-leving, eerder een chaotische agglomeratie, veroordeeld tot permanente crisisbezwering. Die waarden zullen echter gebaseerd moeten zijn op een besef dat voor de grote denkers van de Verlichting en van alle tijden vanzelf sprak, namelijk dat de essentie van het menselijk bestaan op een vlak is gelegen dat zich aan die meetbaarheid, kwantitatieve maatstaven, plat winst- en succesdenken van korte adem altijd en per definitie onttrekt, het besef dat de geroemde vrijheid en zelfontplooiing immateriële grenzen en wetten en een morele orde vooropstellen om te kunnen bestaan en anders een bombastische frase blijven. Noem dat besef ”geloof”. De erkenning van zo’n orde is altijd religieus – of men ze verbindt met een uitgesproken godsgeloof en godsdienst of niet. Een vorm van geloof is trouwens hoe dan ook de laatste grondsteen van de wetenschap en van empirisch onderzoek naar de eventuele materieel-neurologische wortels van geloof: het geloof dat empirisch onderzoek ons een stuk werkelijkheid laat zien en ons niet een drogbeeld voorgoochelt, dat het Heelal met zijn melkwegstelsels en wij met onze genen en voorstellingen inderdaad reëel zijn. Door de ontwikkelingen binnen de huidige democratie en de veelheid aan nieuwe technisch-wetenschappelijke mogelijkheden maar ook problemen is er een breuk ontstaan tussen enerzijds het publieke vlak, de media, de taal van de communicatie en anderzijds datgene waar de enkeling uiteindelijk altijd zijn zuurstof vandaan haalt. Het is wat kinderlijk om te denken dat zo’n breuk gedicht kan worden door een soort programma of het opstellen van een catalogus van waarden en adviezen door welmenende mentoren. Zo werkt dat nooit. Beslissend is altijd een elite die dat besef daadwerkelijk representeert in plaats van de waan van de dag. Die elite ontbreekt. Maar als de huidige existentiële bedreigingen van onze samenleving het besef in brede kring en ook bij de jonge generaties versterken dat het uiteindelijk om nog heel iets anders gaat dan winst, groei, een plaatsje in het Guiness’ Book of Records, en als we ons vanuit dat inzicht op de Verlichting beroepen die op haar wijze een wijde immateriële horizon opende als tegenwicht tegen elk godsdienstfanatisme en manicheïstisch denken, kunnen de gevaren en bedreigingen ook een versluierde zegen zijn – zoals gevaren en bedreigingen dat zo vaak waren in het verleden.