Tijdschrift Nexus

Nexus 48

Droom en verantwoordelijkheid
Uitverkocht

De dertiger jaren vorige eeuw. Delmore Schwartz is dichter en publiceert wanneer hij eenentwintig wordt in het tijdschrift Partisan Review ‘In Dreams begin Responsibilities.’ Op slag zijn dichter en tijdschrift beroemd. In één regel, in één verhaal, leest een generatie jonge intellectuelen haar levensopdracht: ‘What are you doing… Why don’t you think of what you’re doing… You will be sorry if you do not do what you should do.’

In Nexus 48 is het woord aan hen die nu jong zijn om te vertellen over hun dromen en verantwoordelijkheden, over hún intellectueel ontwaken.

Inhoudsopgave

Lectori salutem

In 2005 heeft Nexus aan hen die nu de zeventig zijn gepasseerd, het verzoek gedaan een ‘Brief aan het nageslacht’ te schrijven. Opdat wat zij aan inzichten hebben verworven, niet teloor zou gaan. Het woord is ditmaal aan hen die nu nog jong zijn, nog geen veertig, om te vertellen over hun dromen en verantwoordelijkheden.

Nog dromen zij: de cineast, toneelmaker, fotograaf, danser, journalist, schrijver, diplomaat, activist, componist, musicus, videokunstenaar, leraar, dichter, wetenschapper, uit alle delen van de wereld, en geven ze antwoord op de vragen: Wat doe jij nu? Waarom? Hoe kijk je tegen de wereld aan? Wat zijn je dromen? Je verantwoordelijkheden?

In dromen beginnen verantwoordelijkheden

Mijn vader wordt steeds enthousiaster. Hij laat zich meeslepen door de wals die wordt gespeeld en raakt helemaal in vervoering van zijn eigen toekomst. Mijn vader vertelt mijn moeder dat hij zijn zaken wil uitbreiden, want er valt veel geld te verdienen. Hij wil een gezin stichten. […] en dan, als de wals het punt bereikt waarop de dansers wild in de rondte draaien, dan, dan vraagt hij met een enorme moed mijn moeder of ze met hem wil trouwen, hoewel hij dat nogal onbeholpen doet en zich zelfs in zijn opwinding onzeker afvraagt hoe hij tot dit aanzoek heeft kunnen komen, en om alles nog erger te maken, begint zij te huilen en mijn vader kijkt zenuwachtig om zich heen, omdat hij niet weet wat hij hiermee aan moet, en mijn moeder snikt: ‘Dat hoopte ik al vanaf het eerste moment dat ik je zag,’ […] en op dat moment stond ik op in de zaal en schreeuwde: ‘Doe het niet! Het is nog niet te laat om van gedachten te veranderen, voor jullie allebei niet. Er komt niets goeds uit voort, alleen wroeging, haat, schande en twee kinderen met monsterlijke karakters.’ De hele zaal draaide zich geërgerd naar mij om, de ouvreur kwam het gangpad afgerend, flitsend met zijn zaklantaarn, en de oude dame naast me trok me neer op mijn stoel en zei: ‘Rustig nou. Dadelijk word je eruitgezet, en je hebt vijfendertig cent neergeteld om binnen te komen.’ En dus sloot ik mijn ogen, omdat ik niet meer kon aanzien wat er gebeurde.

Misschien denk ik wakker te zijn

In die zin is mijn werk te beschouwen als een permanente strijd tegen de luiheid in denken en voelen. Tegen gemakkelijke oplossingen (populisme!), loze kreten en dogma’s. Tegen conformisme en kuddegedrag. Tegen stilzwijgen en hysterie. Mijn theater gaat over denken. […] Via de verbeelding wordt ‘het denken’ kritisch getoetst op ‘huiskamerniveau’. […] Het denken wordt in zijn nakie gezet, zorgvuldig onderzocht, voor schut gezet of geprezen. Het denken wordt vermenselijkt. En daarmee gaat mijn theater uiteindelijk over mensen.

Het land der dromen

Ik streef ernaar om in een land dat alleen maar uit is op het bouwen van autowegen, ook wegen aan te leggen voor nieuwe verdichtsels, voor interessante ideeën, voor fantasieën die voeden wat de realiteit niet kan voeden en niet kan doen groeien. Ik heb hoegenaamd geen zin om me bezig te houden met beschouwingen en goedbedoelde verhalen in de trant van voorbeeldige heiligenlevens. Onze scheppingen zijn niet nuttig en niet onontbeerlijk, de wereld kan heel goed zonder, het zijn wij die deze scheppingen nodig hebben, om te zijn wat we zijn, wat wij zouden willen zijn.

Ik ben een menigte beelden

Ik droomde van een school waar je kon leren de verschillende percepties van de realiteit in beelden om te zetten. Een school waar je kon leren dat niets is wat het is. En dat dit de enige echte betekenis is van het woord ‘vrijheid’. In mijn fantasie was dat een filmschool. Net zoals ik vroeger had leren schilderen, zou ik daar films leren maken. Alleen zou ik dit keer het gevecht met de schaduwen winnen.

Bijna alles ontgaat ons

We hoeven alleen maar te begrijpen dat we vrijwel niets weten en dat alles erop wacht om door elk van ons op zijn eigen, persoonlijke manier te worden ontdekt. We hoeven alleen maar te vergeten, onze geest steeds opnieuw uit te wissen en herboren te worden bij elk nieuw beeld dat we tegenover ons vinden. […] Ik schrijf omdat ik ervan overtuigd ben dat de vervlakking van ons bewustzijn en ons verstand noodzakelijkerwijs een verlies betekent aan vrijheid, en bovendien de voorbode is van iedere vorm van slavernij en iedere vorm van totalitarisme. Kortom, ik schrijf opdat iedereen erbij stilstaat dat we niets weten van de wereld waarin we leven.

Waar het om gaat

Nu pas, meer dan tien jaar na de oorlog, besef ik dat mijn ervaring waardevol is. Maar dit is een schrale troost voor alles wat verloren is. Mijn ervaring kan mij helpen de wrede wereld waarin wij leven, beter te begrijpen, maar dat maakt van mij geen wijzer mens – alleen een mens die meer heeft meegemaakt. Een oorlogservaring maakt iemand niet meer of minder moreel of politiek correct. De wortel van empathie, begrip en tolerantie ligt niet alleen in de herinnering of het verstand, maar ook in oprechte en overdachte gevoelens. Daarom vind ik het belangrijk om onze elementaire gevoelens te bespreken, die heel vaak als triviaal zijn veronachtzaamd.

Aan gene zijde van dromen

Het was een uitzonderlijk mooie ochtend. Ik ging via de gebruikelijke route naar mijn werk, en in tegenstelling tot de sombere scénes van de voorgaande jaren was de lucht die ochtend helemaal vervuld van een onwaarschijnlijke energie, die voortkwam uit de tienduizenden mensen die met verschillende vervoersmiddelen vanuit heel Servië naar Belgrado stroomden. Er waren voor die middag centrale demonstraties tegen het regime en de diefstal van stemmen bij de verkiezingen afgesproken voor het Nationale Parlement. […] Alles bij elkaar genomen beleefde ik toen mijn eerste (waarschijnlijk ook laatste) collectieve ontwaken uit de nachtmerrie die was begonnen toen iemand mijn dromen uit mijn kindertijd stal.

Tussen stilte, tijd en licht

Niet voor niets hield ik me liever bezig met positieve energie dan met stagnerende en complexe problemen die ik niet kon oplossen, en niet voor niets fotografeerde ik kinderen, die een belofte in zich dragen en die vooruitkijken in het leven, die veerkrachtig zijn en ongelooflijk flexibel. […] Blijkbaar was het in mijn werk ook zichtbaar dat het mij gaat om ‘verdieping van kritische betrokkenheid met schoonheid als middel, als taal, zonder dat het afleidt of ongevoelig maakt voor pijn’ […] ‘Ik wil de wereld waarin ik leef middels mijn fotografische activiteiten blijven onderzoeken en proberen te begrijpen. Met de resultaten hoop ik een bijdrage te leveren aan het documenteren van de wereld, vooropgesteld dat mijn foto’s (opnieuw Simon Schama citerend) ‘vooral het leven zelf, de complexiteit, het genot en inderdaad de schoonheid op intense wijze bevestigen’.

Diplomatie als uitdaging

In tegenstelling tot wat men wel eens hoort beweren, is dit oude beroep niet overbodig geworden door de betere algemene kennis van het buitenland of door de moderne communicatiemiddelen, die onze nationale leiders in staat stellen direct met elkaar te spreken zonder de tussenkomst van een ambassadeur. Diplomaat zijn betekent niet alleen meer vertegenwoordiger zijn van je land, je rang ophouden, maar je moet steeds meer een veerman zijn tussen culturen, resultaten boeken, crises oplossen, dingen veranderen, sterke wilskracht tonen. Dat bevalt me en houdt me gaande.

Als je ogen niet zien

Dat onschuldige, vijftienjarige meisje had bij een van de controleposten een Israëlische soldaat willen neersteken. Ze had destijds het gevoel dat het de enig mogelijke reactie, de enig mogelijke vorm van vergelding was voor het feit dat Israëlische soldaten haar zeventienjarige broer hadden doodgeschoten. […] Tijdens een gesprek onder vier ogen was ik erin geslaagd dat meisje in haar hart te raken. Het was me gelukt haar leven weer enige zin te geven, en haar andere manieren te tonen om de bezetting te doorstaan. Ja, ze raakte ervan overtuigd dat ze door over haar gevoelens, angsten en rechten te schrijven, weer in contact kon treden met andere jonge Palestijnen met wie het contact was verbroken door de Israëlische bezetting. […] Stukje bij beetje zullen onze stemmen, onze geschriften, ons vreedzame verzet wel resultaten moeten boeken. Uiteindelijk zullen ze het geweten van een aantal andere mensen op aarde weten te treffen en hen tot actie manen.

Over kleuren

Kun je verantwoordelijkheid uitdrukken in kleur? Is het verantwoordelijkheid of juist waanzin om mensen te doen denken dat sommige kleuren lichter zijn en andere donkerder? Na 1989 kwamen de kleuren en toonde de wereld zijn bonte en schreeuwerige gelaat. Er bleken veel kleuren te zijn, er waren mooie en verschrikkelijke bij, er waren zelfs kleuren die de verbeelding in verbijstering en deemoed deden zwijgen. Het bleek dat er een oorlog tussen hen woedde, dat ze elkaar beten, dat er uiteindelijk te veel van waren, te veel om allemaal door het netvlies te worden opgevangen, je moest kiezen. De enige hoop was nu dat het oog zich nog uit de kinderjaren zou herinneren dat er onder deze waanzin aan kleuren een zwartwit negatief moest schuilgaan, een monochrome hiërarchie, licht en duisternis, twee basiskrachten.

Nu je het vraagt

Mijn geheim bleef een echt geheim geheim. Want daar is het mij om te doen geweest, achteraf. Om iets echts te beleven, dat uniek en bovendien helemaal werkelijk was. Een geheim waar ik diep om kon griezelen. Een geheim dat een eind met mij op kon lopen in de tijd. Een geheim als kompaan aan wie je je onvoorwaardelijk hebt verklaard. Het geheim dat mij weliswaar beschadigd heeft, maar waardoor ik toegang heb gekregen tot het leven waarin en waarmee ik weer nieuwe beschadigingen toebreng. Want een geheim kijkt je aan in je ware gezicht. Precies dit griezelen is namelijk het begin van iets anders geweest. Het begin van juist de echte wereld. Van liefde en kunst.

Dromen, waarheden en verantwoordelijkheden

De wetenschap bestudeert de wereld vanuit een derdepersoonsperspectief en haar uiteindelijke visioen is […] een logisch samenhangend, vereenvoudigd begrip van de gehele wereld in haar grondbeginselen, waarin ook de meest complexe activiteiten van het menselijk brein opgenomen zijn. Ik geloof dat zo’n begrip mogelijk is, mogelijk moet zijn, althans in theorie. Toch lijkt het mij […] ook waar dat zo’n wereldbeeld niet alleen het eerste-persoonsperspectief onverklaard zou laten, maar ook de kwalitatieve eigenschappen van de ervaring, het ‘inside’-aspect van het mens-zijn. En de nuances van dat eerste-persoonsperspectief, van de wijze waarop de wereld zich aan ons voordoet, vormen uiteraard belangrijke elementen voor de muziek en de andere kunsten.

De twijfel als overtuiging

Zo trekt het leven voorbij. Op de hoogte van alles, bewogen door niets. Verveeld zit ik, op het topje van de Maslov-pyramide, om me heen te kijken, op zoek naar een nieuw doel dat mijn leven zin kan geven, zonder een moment de dwang te ervaren ook echt naar dat doel te moeten streven. […] Maar ik hoef geen slachtoffer te zijn. Het kan anders. Niet door een nieuwe waarheid te formuleren – dat stadium ben ik reeds jaren gepasseerd. […] Een oude waarheid van stal halen heeft dus ook geen zin; normativiteit smaakt veel te bitter als je eenmaal de bevrijding van twijfel hebt geproefd. […] Het enige wat ik kan doen, is de doelloosheid omarmen door volmondig te erkennen dat de waarheid nooit bestaan heeft, zonder in de zelfdestructieve gedachtegang te vervallen dat mijn inzicht er niet toe doet. Een dogma aanhangen is zelfbedrog. Dus twijfel ik. Hardop. Aan alles.

Het belang van kerstmis

Het andere waar ik me aan vastklamp, is dat ik nooit moet vergeten dat wat wij kunstenaars doen, veel betekent voor sommige mensen, en dat ik dat serieus moet nemen. Dit is ook een deel van de verantwoordelijkheid, een deel van het werk. […] Ik moet niet vergeten mezelf voor te houden dat de mogelijkheid bestaat dat de buschauffeur geen zin had gehad om naar zijn werk te gaan als hij de avond ervoor niet die mooie film had gezien, dat de ingenieur lak had gehad aan de veiligheidsvoorschriften als ze niet tijdens het werk haar muziek had gehad, dat de premiers het hadden opgegeven om deze aardbol te redden als niet op het juiste moment de juiste boeken op hun bureau waren beland. Ik moet niet vergeten dat altijd de mogelijkheid bestaat dat er ergens in de wereld iemand rondloopt die dertien, veertien jaar is, die nog niet geboren is, maar die voor de kerst de nieuwe roman van Johan Harstad vraagt.

Waarom ik schrijf

Ik heb altijd geschreven omdat ik de behoefte had verhalen te vertellen, maar ik kan niet het precieze tijdstip aangeven waarop ik besloot schrijver te worden. Ik weet nu dat het iets te maken heeft met het lezen van het ene na het andere boek waarin mannen van mijn volk, cultuur of religieuze overtuiging neergezet worden als buitengewoon afwijkend, gewelddadig, achterlijk en vatbaar voor terroristische tendensen, terwijl vrouwen opgevoerd worden als zwijgzaam, onderdrukt, hulpeloos en wachtend op hun bevrijding door de vriendelijke vreemdeling. Ik denk dat ik genoeg had van ‘surrogaatverhalenvertellers’, om de uitdrukking van Sherman Alexie te gebruiken.

Tijden van beperkt bewustzijn

Langzaam leerde ik dat er een derde laag bestond, los van het heilige en het profane paradijs. Een oneindige laag van zelfbewustzijn. Als ik me wilde ontwikkelen en in staat wilde zijn om de wereld te omarmen, moest ik om te beginnen mezelf in de armen sluiten. […]

Op zoek naar het heden

Het blijft voor mij een grote uitdaging om in deze tijd als pianist ertoe bij te dragen dat de hedendaagse gecomponeerde muziek de status krijgt die ze verdient. Ook op dit moment zijn meestercomponisten aan het werk, die niet voor Mozart of Beethoven onderdoen. Het is zaak om van het verleden te leren, en de waarde van hun kunst niet pas eeuwen later in te zien. De moderne muziek vormt geen breuk met de mooie muziek van het verleden, maar juist een aanvulling hierop. In het voorwoord van zijn Vierde Symfonie citeert de Amerikaanse componist Charles Ives treffend de uitspraak van een onbekende negentiende-eeuwse filosoof: How can there be any bad music? All music is from heaven. If there is anything bad in it, I put it there by my implications and my limitations. Nature builds the mountains and meadows and man puts in the fences and labels.

De paradox van de danskunst

De ontdekking van de absurditeit van de kunstvorm waarmee ik me bezighoud, vervulde me met gêne, versneden met kinderlijke trots. Hoe meer ik de scheidslijnen tussen de positie van danser en de functie van choreograaf overschreed en werd gedwongen mijn eigen toeren te aanschouwen, des te duidelijker werd mij de eigenaardige bedrijvigheid die we ‘danskunst’ noemen.

Kunstenaars aller landen...

Wij zetten ons gesprek over politiek voort. Ik zeg dat ik de indruk heb dat kunstenaars een soort politici zijn. Ik bedoel niet die politieke kunstenaars van wie de werken (samen met de theoretische boeken die ze lezen) nog het meest weg hebben van de ongevaarlijke vloeken van bonte vogeltjes. Ik vertel hem over kunstenaars die verstandig zwijgen en geen energie verspillen aan risicovolle verklaringen, als een soort volbloed politici: buigzaam en onpersoonlijk. […] Terwijl de moderne kunst in de zee en de zondvloed drijft van het mondiaal kapitalisme, hebben de kunstenaars (en de andere politici) nog tijd om hun focus scherp te stellen. De contouren van een oprechte en kosmopolitische solidariteit dagen regelmatig op aan de horizon.

Moed verzamelen

Bij het maken van mijn eerste documentaire wist ik dat ik had gevonden wat ik zocht. […] Eindelijk had ik een vorm gevonden waarin ik kon vertellen wat ik wilde vertellen. Verhalen over hoop, wanhoop en ontsnapping uit de werkelijkheid. Gruwelijke sprookjes. Dat vond ik vroeger al de beste sprookjes. Nog vaak speel ik met de gedachte een film over Enschede te maken, om te proberen alsnog die dertiende mei te regisseren. Ik verzamel er de moed voor.

De vaagheid van mondiaal gemekker

De vraag blijft dezelfde als enkele decennia geleden: is het aanpassingsvermogen van de mens werkelijk groot genoeg om ook in de meest gecompliceerde samenlevingsvormen het evenwicht in stand te houden tussen zijn persoonlijkheidsstructuur en het cultuurpatroon dat onder druk verandert? Authenticiteit wordt in de toekomst de inzet van een universele en culturele veldslag. Geschiedenis zal onderhands verkocht worden, de mens zal het verleden hamsteren; de beschaving wordt tot brocante. Het is dit onderzoek naar het aanpassingsvermogen van de mens dat me naar Athene, Brussel, Istanbul, Moskou, New-York, Parijs, Shanghai, Wuhan, Peking, Lissabon en andere steden heeft gebracht en nog zal brengen.

Over het hiernamaals van dromen

Bijna veertig jaar later, in 2007, is het mijn opdracht te mijmeren over deze verontrustende nalatenschap, deze onontkoombare verzameling contexten die de voorwaarden scheppen voor het vertellen van mijn levensverhaal. De betekenis en nalatenschap van de jaren zestig is een kwellend moreel en politiek probleem gebleken, niet alleen in de Verenigde Staten, maar in de hele westerse wereld […]. Wat is de relatie tussen toen en nu? Is een dergelijke vraag in deze tijd van vrijelijk rondreizende individuen die zijn verlost van sociale verplichtingen en wederkerigheid, nog steeds gerechtvaardigd? Als de maatschappij niet relevant meer is, doet de geschiedenis er dan nog toe? Hoe moet je jezelf verantwoorden in een tijd waarin alleen al het stellen van de vraag over verantwoordelijkheid zo veel weerstand oproept?

Het is nu aan mij

Het vluchtige bestaan, de overkill aan invloed van buitenaf die op ons wordt losgelaten, maakt dat ik mijn professie zie als een randvoorwaarde waarmee ik een nieuw universum creëer. Om tegengas te geven. Om de balans van harmonie enigszins te waarborgen. […] Mijn interesse in de levens van anderemensen is het centrum van waaruit ik besta, en van waaruit ik naar mijn doel navigeer. Zo ontstaat een opnieuw gecreëerd universum, bestaand uit beeld voorzien van commentaar en persoonlijke verhalen. En daarmee heeft deze nieuw verbeelde wereld haar bestaansrecht.

Uit het nauw

Het begint donker te worden. De zon projecteert nog even de schoorsteen van de buren op het enige witte stukje muur dat ik heb. Er valt ook nog wat licht op mijn boeken. Ik zie het werk van mijn opa, mijn oudoom en mijn overgrootvader naast elkaar staan. Mijn eigen boekje ligt er plat bovenop. Als ik consequent was, zette ik het tussen Gerard Kornelis en Karel in. Maar dat doe ik niet. Misschien moet ik binnen schrijversfamilies het alfabet loslaten en kiezen voor chronologie.

In dromen ontstaan werkelijkheden

Op zeker moment in de loop van die stille dagen besliste ik dat dat was wat ik wilde: de geest in al haar complexiteit bestuderen […] Ik lees in mijn dagboek dat een handschrift, door mij ternauwernood herkend als het mijne, schrijft met heel de kwetsbare overmoed van een haast twintigjarige: ‘Volgens mij is het observeren van het leven, het brein, de ziel enzovoort, net zoiets als het bestuderen van elektronen: de gevolgde methode, de aanvangssituatie, die bepalen de uitslag. Een andere methode kan een andere uitslag opleveren, waarvan je niet kunt zeggen dat die fout is.