Tijdschrift Nexus

Nexus 56

De terugkeer van de spoken
Uitverkocht

In Europa en de Verenigde Staten lijken de spoken van de 20ste eeuw terug te keren. Zijn het hedendaagse populisme, fanatisme en nationalisme de fantomen van fascisme en communisme?

Wat brengen de macht van de publieke opinie, het aanwijzen van een zondebok, het groeiende ressentiment en een politieke elite die geen antwoord lijkt te hebben? De auteurs van Nexus 56 laten zien welke moderne gedaanten de spoken aannemen. Zo helpen ze ons een antwoord te vinden op die ene, belangrijke vraag: wat nu?

Inhoudsopgave

Lectori salutem

Nu, 2010: populisme, nationalisme, de macht van de publieke opinie, een politiek van de zondebok, het groeiende ressentiment en een politieke elite die geen antwoord lijkt te hebben. In Nederland, in Europa, in Israël, in Amerika… Op tal van plaatsen in de westerse wereld zien we ze weer: spoken, schrikbeelden. Waarom? Zien we alleen maar spoken of zijn er spoken? En wat zullen ditmaal de gevolgen zijn? Wat moet onze reactie zijn?

Spoken bestaan niet. Niet in een geseculariseerde, rationele wereld. En wat geweest is, is geweest. Wij weten beter en denken vooruit. We zien toekomst, vooruitgang, mogelijkheden. Wij leven, gelukkig, in een beschaafde wereld waarin we de barbarij achter ons hebben gelaten en kunnen vertrouwen op de maatschappelijke instituties en de weldenkendheid die onze samenleving democratisch en vrij laat zijn. Zo werd er gedacht in 1910. Wat vier jaar later zou volgen, was simpelweg ondenkbaar. Zo werd er gedacht in 1930, en het ondemocratische regime dat drie jaar later democratisch aan de macht zou komen, was opnieuw onvoorstelbaar. Zo werd er gedacht in 1990. De lessen van de twintigste eeuw zijn geleerd. Nooit meer oorlog, nooit meer nationalisme, nooit meer antisemitisme, nooit meer mensen uitsluiten, nooit meer een politiek van haat en angst.

De terugkeer van de monsters

Even leek het alsof het ‘eind van de geschiedenis’ was aangebroken, alsof het westers kapitalisme vrede en welvaart zou brengen voor iedereen. Maar al snel bleek die conclusie te optimistisch. De monsters uit het verleden keerden terug, in de vorm van zelfmoordterrorisme, racisme en extremisme. We moeten in opstand komen tegen deze barbarij en het fanatisme en de onverdraagzaamheid bedwingen, meent Mario Vargas Llosa.

Intellectuelen, journalisten, wetenschappers, opinieleiders, allen die over een podium beschikken om zich te laten horen en die juist daarom beter dan wie ook weten hoe onontbeerlijk vrijheid en democratie zijn om vooruitgang te garanderen en het leven leefbaar te maken, hebben de burgerplicht in het geweer te komen tegen de herboren monsters en deze vastberaden te waarschuwen: Jullie komen er niet door!

Onbetaalde rekeningen

Na de Tweede Wereldoorlog groeide onder Nederlandse sociaal-democraten het besef dat de opkomst van het nationaal-socialisme deels een gevolg was geweest van het eigen falen: de arbeiderspartij had de middengroepen in de samenleving niet aan zich weten te binden en was voorbijgegaan aan hun behoefte aan saamhorigheid en mythen. Het werd tijd, aldus de hervormers binnen de SDAP, voor ‘warme politiek’. Deze ‘cultuursocialistische’ koers werd later losgelaten door Nieuw Links. In hoeverre is er een verband tussen deze ontwikkeling, het verval van de sociaal-democratie en de opkomst van het populisme? En moet de PvdA nu teruggrijpen op de naoorlogse hervormers?

Omdat de PvdA de oude sociaal-democratische idealen heeft verwaarloosd, zijn nogal wat mensen ontvankelijk voor de simplistische leuzen van populistische politici, die tegelijkertijd de oude verzorgingsstaat willen handhaven, het overheidsapparaat drastisch willen inkrimpen, de belastingen willen verlagen en een zondebok aanwijzen wiens aanwezigheid alle problemen veroorzaakt of verergerd heeft.

De noodzaak van aristocratische politiek

Paul Frissen pleit voor aristocratische politiek. De staat is potentieel gevaarlijk, omdat hij noodzakelijkerwijze soeverein is. De burger wordt door de staat beschermd, maar moet ook beschermd zijn tegen de macht van die staat. Daarom moet de staat zichzelf begrenzen en beteugelen en ruimte laten voor ambiguïteit en pluriformiteit – en dat vraagt om voortreffelijke machthebbers. Het populisme doet dat niet: het kenmerkt zich door onmiddellijkheid en construeert een schijn van eenheid, waarin voor het vreemde geen plaats is.

De waarheid van het populisme staat tegenover de discretie van de elite. Die discretie is geheimhouding gericht op het verbergen van misstanden. Alles moet boven water en boven tafel komen: transparantie is een geliefde term. Het wangedrag van de elites beoogt het wangedrag in de samenleving te verbergen; onthullingen moeten dat aan de kaak stellen. Laten de cijfers een daling van de criminaliteit zien, dan is dat een leugen van de politieke klasse, die de waarheid niet verdraagt, het volk dom wil houden en ‘knettergekke’ maatschappijopvattingen heeft.

De witte vlekken van een gideonsbende

In De schijn-élite van de valse munters laat Martin Bosma, Tweede-Kamerlid voor de PVV, zien dat de anti-immigratiepolitiek van die partij in lijn ligt met het socialisme van Jacques de Kadt en Willem Drees. Hij deconstrueert het multiculturalisme van Nieuw Links, dat daarna kwam, en wijst erop dat het blind was voor steeds nijpender immigratie- en criminaliteitskwesties. In de eigen ideologie van de PVV die Bosma vervolgens tentoonspreidt, zijn echter eveneens de nodige witte vlekken aan te wijzen.

Wallage zei ooit: ‘Wie zijn wij om een eerstgeboorterecht uit te oefenen, hoezo is Nederland voor zijn inwoners? Iedereen heeft recht op dit stukje aarde; waarom zouden wij, toevallige inwoners, daar enig bijzonder recht op doen gelden?’ Onwillekeurig moet je dan aan Rousseau denken, die over de kosmopolitische filosofen schreef: ‘Deze heren pretenderen van iedereen te houden om een voorwendsel te hebben van niemand te houden.’ Dit soort cultuurrelativisme, meent Bosma, leidt tot de ondergang van de westerse beschaving.

De as van de islamofobie

Er is in de Verenigde Staten een hetze tegen de islam begonnen die niet alleen de fanatici, maar ook de gematigde gelovigen als mikpunt heeft en zelfs Barack Obama aanvalt. Die hetze wordt aangewakkerd door een ‘as van de islamofobie’: een wijds netwerk aan uiteenlopende anti-moslimgroeperingen, dat ook contacten met Europese bewegingen onderhoudt. Opmerkelijk hierbij is dat er gebruik wordt gemaakt van de retoriek van het antisemitisme – maar dan tegen moslims gericht.

Met zijn neiging tot theater, samenzweringstheorieen en regelrecht racisme heeft de as van de islamofobie een ingewikkelde kwestie uitgebuit om een complete groep te kunnen demoniseren, waartoe ook seculiere moslims behoren die het islamisme afwijzen. In feite lijkt het ‘de as’ er eerder om te doen de integratie van moslims in de samenleving de kop in te drukken dan te voorkomen dat van die samenleving vervreemde moslims hun toevlucht nemen tot radicale politieke cellen.

Spoken uit het Amerikaanse verleden

Een algemene teleurstelling over Obama’s beleid gaat in de Verenigde Staten gepaard aan de opkomst van de uiterst rechtse Tea Parties. De conservatieven die hiervan deel uitmaken, bedienen zich van een taalgebruik dat verwijst naar vroegere episodes uit de Amerikaanse geschiedenis wat Richard Hofstadter een ‘paranoide stijl’ noemde. Die stijl kennmerkt zich door een vrijheidslievend absolutisme, dat in elke ingreep van de overheid een aantasting van de individuele vrijheid ziet.

Tea Partiers en vooraanstaande Republikeinen sputteren tegen dat ze fiscaal conservatief en niet racistisch zijn. Je zou ze gemakkelijker geloven als ze inzagen welke verwarrende historische verbindingen er bestaan tussen bepaalde diepgekoesterde principes en donkere aspecten van de Amerikaanse geschiedenis.

Zacht totalitarisme

Het fascisme is uitgeroeid: wat rest zijn nog slechts schimmen. Maar de opkomst van extreem-rechtse partijen, die weliswaar doorgaans klein blijven, maar die niettemin van grote invloed zijn op de politieke agenda van de grotere partijen, duidt erop dat het gevaar voor de democratie nog niet is geweken. Ditmaal komt het niet van buitenaf, maar van binnenuit: wij leven in een tijd van zacht totalitarisme, van verslapping van moraal en wil, van passiviteit.

De zichtbare manifestaties van zacht totalitarisme zijn geen lijken en concentratiekampen, maar betreffen het meer subjectieve domein van de zeden of moeurs: gebruiken, gewoonten, mores – de intieme of impliciete dimensie van het menselijke leven die, in de woorden van Tocqueville, te maken heeft met ‘gewoonten van het hart’.

De geboorte van de fascistische staat

Terwijl de fascistische regering van Mussolini in de loop van de jaren twintig haar schijnbaar legitieme karakter verloor en steeds duidelijker de trekken ging vertonen van een autoritair bewind, werd ook de tweedeling steeds groter tussen de Italiaanse intellectuelen. Dat gold ook voor de filosofen Benedetto Croce en Giovanni Gentile, aan wier vriendschap met de opkomst van het fascisme een abrupt einde kwam. Gentile schreef een manifest dat door alle fascistische intellectuelen ondertekend werd; het weerwoord van Croce was een indrukwekkende verdediging van de vrije samenleving.

Op het gebied van de cultuur echter troffen het fascisme en Mussolini een formidabele tegenstander in Benedetto Croce. Tijdens het fascistische regime stond hij met grote vasthoudendheid en bekwaamheid pal voor de verdediging van het liberalisme en de oppositie tegen de dictatuur. Hij hield dat fort vrijwel in zijn eentje.

Manifest van de fascistische intellectuelen

In dit manifest uit 1925, ondertekend door een keur aan Italiaanse fascistische intellectuelen, formuleert Giovanni Gentile de geschiedenis en de intellectuele onderbouwing van het Italiaans fascisme.

Het fascisme was van oorsprong een politieke en morele beweging. Het maakte zich sterk voor een politiek als leertuin waar het individu zich wegcijfert en opoffert aan een idee waaraan hij de zin van zijn bestaan, zijn vrijheid en al zijn rechten kan ontlenen. Dat idee is het Vaderland.

Manifest van de antifascistische intellectuelen

Benedetto Croce reageert op het fascistisch manifest van Gentile en laat niet alleen zien dat dat manifest net als het fascisme zelf een incoherente en bizarre mengelmoes is, maar roept ook op tot een behoud van de traditionele, humanistische waarden.

De naam godsdienstoorlog te geven aan de haat en wrok tegen een partij die de leden van andere partijen de Italiaanse aard onwaardig acht en voor vijanden uitscheldt, zich zodoende in de ogen van die partijen juist zelf als vijand en onderdrukker gedraagt en daarmee gevoelens en gedrag over het Vaderland afroept die bij heel andere conflicten horen; als religie aan te prijzen wat niets anders is dan alom verspreide verdenkingen en animositeit, die zelfs de jongeren aan universiteiten hebben beroofd van de oude, vertrouwde kameraadschap van gedeelde, jeugdige idealen en ze als vijanden tegen elkaar opzetten; dat alles klinkt, om de waarheid te zeggen, als een uiterst lugubere grap.

Fascisme en berlusconisme

Op papier lijkt Berlusconi’s Italië in niets op dat van Mussolini, met zijn combinatie van indoctrinatie en gewelddadigheid. Maar in de praktijk ondermijnt het berlusconisme de liberale rechtsstaat ingrijpend en kan er zelfs van een antidemocratie gesproken worden. Een totalitarisme als dat van Berlusconi is bovendien een reëel gevaar dat de rest van Europa bedreigt.

Het fascisme is niet de enige manier om de democratische samenleving de das om te doen; het is enkel de historisch bepaalde manier waarop dit in Europa vanaf de jaren twintig gebeurde. Er zijn ook andere manieren mogelijk en sommige daarvan zullen werkelijkheid worden, want wat het kwaad betreft, heeft de geschiedenis altijd een rijke fantasie. Het berlusconiaanse model is nu al een nooit vertoonde methode om de democratie te vernietigen.

Duiken de spoken op in Israël?

Net als Europa kent Israël een terugkeer van de spoken. Die worden echter niet ingegeven door xenofobie, zoals dat het geval is bij het nieuwe extreem-rechts in Europa, maar door reële, existentiële angst: angst voor het antisemitisme dat nooit is verdwenen en angst voor de erosie van democratische waarden die nu in Europa zichtbaar is.

Wanneer Europeanen zich bewust worden van de sterke aanwezigheid van een extreem-rechtse vleugel die zij twintig jaar geleden niet voor mogelijk hadden gehouden, dan kunnen Israëli’s hun dus zeggen dat Europa nooit zonder spoken is geweest. Onder ons hypergevoelige vergrootglas hebben sommige vormen altijd in de schaduw op de loer gelegen, hun tijd afwachtend.

De demonen van Weber

Socioloog Max Weber stelde aan het begin van de twintigste eeuw vast dat de nieuwe orde van sociaal-democratische massapartijen haar eigen gezag niet kon legitimeren. Die legitimiteitskwestie is ook nu nog altijd niet opgelost: het huidige westerse kapitalisme kan zichzelf evenmin rechtvaardigen, want ondanks grotere vrede en welvaart is het uitgemond in een crisis van waarden, bestuurd door een ondoorzichtig handelende, ondemocratische, bureaucratische elite. Die elite vergelijkt graag de opkomst van rechts populisme met de opkomst van het fascisme en bedrijft zo angstpolitiek om de hand niet in eigen boezem te hoeven steken.

Maar we maken helemaal geen eenentwintigste-eeuws Weimarmoment door. In plaats van in een tijdsgewricht van machtige, intolerante ideologieen leven we in een periode van politieke moeheid, waarin mensen naar woorden zoeken om hun lastige situatie te duiden. Onze fantasieen over het verleden mogen niet afleiden van de zoektocht naar de noodzakelijke intellectuele en morele middelen om juist aan ons eenentwintigste- eeuwse publieke leven zin te verlenen.

Het spookt weer in Hongarije

De opkomst van de radicaal-nationalistische partij Jobbik in Hongarije, die met de conservatieve Fidesz geldt als winnaar van de afgelopen verkiezingen, toont een Hongarije dat behoefte heeft aan een ouderwets ‘sterke man’. Beide partijen spelen handig op dit verlangen in door te verwijzen naar admiraal Horthy, die een mythische status krijgt, en door zelf sterke mannen aan het hoofd te stellen, zoals de huidige minister-president Viktor Orbán van Fidesz. Is het spook van het fascisme weer terug? En zou Hongarije er niet beter aan doen op zoek te gaan naar een moederfiguur?

Het democratisch functioneren van beide partijen is op zijn minst twijfelachtig. Elk van de twee partijen streeft ernaar te worden beschouwd als een heterogene beweging, een volkspartij. Allebei de partijen, maar Jobbik in sterkere mate, zijn ook, in de freudiaanse betekenis, volkspartijen. Ze zijn opgebouwd aan de hand van een oeroud stammenpatroon en drijven op gehoorzaamheid en totale toewijding van de volgelingen aan de twee leiders.

Van crisis naar crisis

De economische crisis heeft in Europa niet alleen economische gevolgen, maar bedreigt ook Europa’s culturele identiteit. Het ‘marktfundamentalisme’ brengt met zijn globalisering en zijn verwaarlozing van de geest de radicalisering van rechts en een terugkeer van het fascistisch geestelijk erfgoed met zich mee. In Hongarije heeft deze ontwikkeling een typisch Hongaarse kleur. De crisis laat zien dat de instituties van de jonge democratie ondermijnd worden door het wilde kapitalisme van de afgelopen jaren – maar ook door feodale verhoudingen die een erfenis zijn uit de communistische periode.

De echte grote crisis die een Hongaar vandaag de dag kan voelen – wat ik althans als de belangrijkste crisis beleef die me persoonlijk raakt en mijn leven wezenlijk beinvloedt – is dat dit systeem aan instituties tegenwoordig steeds minder krachtdadig wordt, dat de artikelen van de grondwet gereduceerd zijn tot hol klinkende frases, dat de verschillende politieke partijen de grondwet op hun eigen willekeurige wijze interpreteren en dat rechtspraak het recht ontkracht.

Fantoompijn

Het eens zo tolerante Nederland wordt opgeschrikt door de terugkeer van een spook: het populisme. De populisten zeggen het taboe op discriminatie te doorbreken, maar verdoezelen zo hun representatief-reactionaire politiek; zij zeggen voor het volk te spreken, maar propageren bekrompenheid. Wie zich vragen stelt en zorgen maakt over de terugkeer van het populisme, lijdt aan fantoompijn.

Net zelf bevrijd van de oude gedragsnormen uit de jaren vijftig, zien de mensen om zich heen plotseling dat anderen de net afgeschudde vormen van ‘achterlijkheid’ vertonen. Hun grootouders ergerden zich aan te veel bloot op straat, nu is het een teveel aan textiel dat onbegrip en woede opwekt. En dus wordt het gevaar van de islamisering als reëel ervaren. Het lijkt erop dat ik niet de enige ben met fantoompijn.