Tijdschrift Nexus

Nexus 73

Maar er was geen plaats in de herberg
Bestel Nexus 73  25.00

Van Dante tot Descartes en van Joseph Roth tot Hannah Arendt: door de eeuwen heen zijn grote schrijvers en intellectuelen gedwongen hun thuis te verlaten, op de vlucht voor religieus geweld, totalitarisme of oorlog. Ook vluchtelingen in onze tijd, uit de Balkan, Irak of Syrië reflecteren op en schrijven over hun vlucht of ballingschap, wat een rijk corpus aangrijpende literatuur oplevert.

Speciaal voor Nexus 73, ‘Maar er was geen plaats in de herberg’ schreven hedendaagse vluchtelingen over hun persoonlijke ervaringen. Samen met de klassieke essays van Hannah Arendt, Leszek Kolakowski en Jean Améry, en een prachtig verhaal van Joseph Roth, zetten zij aan tot reflectie en bezinning in het actuele vluchtelingendebat.

Inhoudsopgave

Lectori salutem

Aan de hand van een prachtig citaat van de Habsburgse dichter Franz Grillparzer introduceert Rob Riemen het thema van deze Nexus-uitgave.

Om te ontsnappen aan onze eigen bekrompenheid en door het herwinnen van een historisch bewustzijn onze geest aanzienlijk te verruimen, zijn in deze uitgave van Nexus oude en nieuwe verhalen verzameld over het politieke vergif dat nationalisme is en over hen voor wie er geen plaats was en is in onze luxe herberg.

De buste van de keizer

In dit weemoedige verhaal verbeeldt Roth de wrede macht van de geschiedenis, die het nieuwe, dat niet altijd het betere is, als onvermijdelijk doet voorkomen.

“Daarom haat ik naties en nationale staten. Alleen mijn oude vaderland, de monarchie, was een groot huis met vele deuren en vele kamers, voor vele soorten mensen. Dat huis is opgedeeld, gesplitst, vernietigd. Ik heb daar niets meer te zoeken. Ik ben gewend in een huis te wonen, niet in een hok.”

Vluchtelingen en identiteit

Over Córdoba, Kaboel en het pak van mijn vader

Nelofer Pazira vluchtte op jonge leeftijd met haar familie uit Afghanistan naar Canada; ze is actrice, filmmaker, schrijver en activiste. In dit prachtige essay verbindt zij een intens persoonlijk verhaal, dat drie generaties vluchtelingen beslaat, met de geschiedenis van de migratie en het oude Al-Andalus.

De hunkering naar het verleden, de wanhopige behoefte te bewaren en te beschermen wat verloren ging, terwijl je je tegelijkertijd moet aanpassen en moet accepteren een balling te zijn – dat zijn de tegenstrijdige emoties waar elke vluchteling, ongeacht tijd en geografie, mee moet zien te leven.

Vluchtelingen in Tsjecho-Slowakije

Tegen de achtergrond van een steeds dichterbij komende dreiging uit Nazi-Duitsland rapporteerde Milena Jesenská vlak voor de Tweede Wereldoorlog over de ervaringen van vluchtelingen in Tsjecho-Slowakije. Zij beschrijft treffend de tragedie en de waanzin van het lot van de Joodse en politieke vluchtelingen van het Hitler-regime. De wetenschap dat het alleen nog maar erger zou worden, geeft het hoopvolle einde voor de lezer een treurige noot.

“Waar kan hij naartoe? Hij heeft geen documenten, hij kent geen verwanten… Een postpakketje wordt in de handen van de ontvanger afgeleverd, een mensenpakket daarentegen wordt aan een landsgrens neergezet en wordt ‘rennen!’ toegeroepen.”

Zoete strategieën

De realisatie van een metafoor

In augustus 1992 publiceerde Dubravka Ugrešic het essay ‘Zuivere Kroatische lucht’, waarin zij het tijdens de Joegoslavië-oorlog woedende etnische nationalisme genadeloos op de hak nam. Als gevolg werd zij door haar medeburgers en collega’s verketterd, vervolgd en bedreigd, en moest zij de wijk nemen naar Nederland, waar ze nog altijd woont.

Nexus presenteert hier een Nederlandse vertaling van dit originele essay, samen met een reeks reflecties in dagboekvorm, die het hedendaagse nationalisme in de Balkanlanden beschrijven. Met scherpe pen beschrijft Ugrešic de gemeenheid, de gruwelijke effecten maar ook de verlokkingen van het nationalisme.

“Wat maakt het fascisme eigenlijk zo aantrekkelijk? In een fascistische samenleving krijgen de slechtste elementen uiteindelijk de meeste punten… en krijgen dieven, moordenaars, en andere delinquenten een heldenstatus in plaats van dat ze naar de gevangenis gaan.”

De Syrische vluchtelingen en wij

Op 17 maart 2016 hield Leon Wieseltier deze toespraak, gericht aan Syrische vluchtelingen en Syrische Amerikanen, voor de American Relief Foundation for Syria in Chrystal City, Virginia. In een persoonlijk verhaal, waarin hij teruggrijpt op het verleden van zijn ouders als Holocaustoverlevenden, betuigt hij schaamte voor de geringe inzet van de Verenigde Staten om Syrische vluchtelingen te helpen. Hij waarschuwt voor de ‘duistere zijde van het verschil’ en roept op tot gastvrijheid en medeleven.

“Het kan zijn dat het inlevingsvermogen een nog onmisbaarder fundament van de moraal is dan de rede, want het onrecht dat wij worden gevraagd te verlichten en te bevechten is vaak een onrecht dat wij zelf niet uit ervaring kennen. De beperktheid van de ervaring is een van de grootste beletselen voor het mededogen. Zonder voorstelling van de nood zullen we nooit hulp bieden.”

De vreemdeling

Het verhaal van een balling zonder ballingsoord

Khaldoun Al Nabwani, Syrische filosoof in ballingschap in Frankrijk, verenigt in dit essay het persoonlijke en het algemene. Met verwijzing naar de etymologische betekenis van de woorden exil, exilium en refugee, refugium analyseert hij het spanningsveld tussen de verdrijvende kracht van de ballingschap en de aantrekkende kracht van het zoeken van een toevluchtsoord. Daarnaast deelt hij, vanuit zijn ervaring als balling en gewezen lid van de Syrische Nationale Raad, zijn kijk op de situatie in Syrië, en schrijft hij over de moeilijke positie van de vreemdeling in een niet altijd even gastvrij gastland.

“Je kunt het kwaad waarin de ballingschap haar oorsprong vindt ontdekken in nationalistische dweperij en nationalistische partijen, permanente grensbewaking en ministeries van defensie, de enorme zwaarbewapende legers en de wapenwedloop, de verering van het vaderland en het tot mythe maken van een heilig of beloofd land, volksliederen en de sacralisering van de staatssoevereiniteit.”

De eeuwig ongewensten

Vooroordelen over emigranten

Wat maakt migranten zo ongeliefd; wat is de diepere bron van vreemdelingenhaat en -angst? Jean Améry, balling en kroniekschrijver van de Europese geschiedenis, beschrijft treffend de zichtbare en minder zichtbare oorzaken van het vooroordeel tegen emigranten. Is het mogelijk een onderscheid te maken tussen irrationele vooroordelen en vijandigheid die voortkomt uit – misschien terechte – zorgen over, bijvoorbeeld, concurrentie op de arbeidsmarkt? En wat is de invloed van de wereldpolitiek op de verschillende lotgevallen van vluchtelingen voor de Russische Revolutie, Joodse vluchtelingen uit nazi-Duitsland en vluchtelingen voor de communisten uit Hongarije?

“Het vreemde, zo zijn we geneigd te denken, is het unheimliche en daarom per definitie bedreigende. Een mens bewoont een wereld, een taalgebied, een specifieke cultuur, een landschap. Deze wereld wordt door hem verinnerlijkt en vormt een deel van zijn persoonlijkheid. Waar hij nu op een vreemde, unheimliche wereld, dat wil zeggen op een vreemde taal, cultuur, handelwijze stuit, voelt hij zich in de kern van zijn ik bedreigd en gekrenkt.”

Gedachten over ballingschap

Kanan Makiya, schrijver en hoogleraar Midden-Oostenstudies in de VS, keerde als Iraakse balling na de val van Saddam Hoessein terug naar Irak om deel te nemen aan de opbouw van een nieuwe staat. Teleurgesteld door de morele corruptie van zowel de getraumatiseerde bevolking als zijn mede-ballingen, die nu hoge posities innamen, gaf hij dit project al snel op. Het mooier voorstellen van het land van herkomst in de herinnering, en de ontluistering bij een eventuele terugkeer zijn een terugkerend thema in de ervaring van ballingen in deze uitgave van Nexus.

“De tiran had een Irak gecreëerd waarin verraad heel gewoon was. Daarom waren we in ballingschap. Maar waarom leefde dit verraad voort, floreerde het zelfs, nadat hij was verdreven? Waarom pleegden teruggekeerde ballingen, mensen als ik die in het buitenland vele jaren een goed leven hadden gehad, meer verraad dan Irakezen die niet beter wisten, van wie niet kon worden verwacht dat ze van de ene op de andere dag afstand namen van het wantrouwen en de omzichtigheid die ze hun hele leven onder een totalitair bewind hadden gekend?”

Wij vluchtelingen

Een commentaar

In dit commentaar bij de nieuwe vertaling van Hannah Arendts essay ‘Wij vluchtelingen’ benadrukt Roger Berkowitz, directeur van het Hannah Arendt Center for Politics and Humanities, de politieke boodschap van Arendts tekst. Het probleem is dat vluchtelingen hun identiteit en politieke stem kwijtraken, dat zij gedwongen worden zich aan te passen en zich zo onopvallend mogelijk te maken. Arendt betoogt, aldus Berkowitz, dat vluchtelingen hun stem in de publieke ruimte moeten opeisen, en op die manier een voorhoede kunnen vormen voor een nieuwe, post-nationale politiek.

“Om een mens te zijn, moeten we deel uitmaken van een politieke gemeenschap waarin we ertoe doen als burgers, waarin we kunnen spreken en handelen op een effectieve manier, een manier die ertoe doet… Mensen worden ultiem ontmenselijkt en vernederd wanneer hun openbare stem hen ontnomen wordt. En de ware perfectie van ontmenselijking ziet Arendt in het concentratiekamp.”

Wij vluchtelingen

Hannah Arendt vluchtte in 1933 voor de nazi’s uit Duitsland, verbleef tot 1941 als balling in Frankrijk en wist toen te ontkomen naar Amerika. Daar schreef ze in 1943 dit essay over het lot van de Joodse vluchtelingen uit nazi-Duitsland. Voor hen is vergeten een noodzaak, en assimilatie een zelfopgelegde plicht. Tegenover deze assimileringsdrang stelt Arendt de figuur van de ‘bewuste paria’: vluchtelingen die zich door zichzelf niet onzichtbaar te maken blootstellen aan kritiek en misachting, maar die daardoor een plaats in het publieke leven opeisen en het voorrecht verkrijgen hun leven zelf vorm te geven.

“Om efficiënter te kunnen vergeten, vermijden we het liefst elke toespeling op de concentratie- of interneringskampen waar we in bijna alle Europese landen mee te maken hebben gehad, want dat zou kunnen worden uitgelegd als pessimisme of een gebrek aan vertrouwen in ons nieuwe vaderland… Blijkbaar wil niemand weten dat de hedendaagse geschiedenis een nieuwe mensensoort heeft voortgebracht – een soort die door hun vijanden in concentratiekampen en door hun vrienden in interneringskampen wordt gezet.”

De vlucht of de gifbeker

Rodaan Al Galidi, dichter, romanschrijver en ervaringsdeskundige, schreef dit prachtige verhaal over vluchten, vluchteling zijn en verlangen naar thuis. Hij verweeft gedichten, historische voorbeelden en zijn persoonlijke ervaring tot een ontroerend geheel met verrassende inzichten.

“Richting de grens ging ik daarna… Op dat moment besefte ik dat ik nu alles had achtergelaten. Alles wat mooi en lelijk is, alles wat hard en alles wat zacht is. Er was geen weg meer terug. Daar besefte ik dat ik niet alleen mijn wortels had verlaten, maar ook mijn takken, mijn bladeren, de vruchten die er ooit groeiden en de nesten die in mij gebouwd waren.”

Ode aan het vreemde

Met ‘Ode aan het vreemde’ won historicus Jilt Jorritsma de Connect-essaywedstrijd 2016. In zijn essay verbindt Jorritsma zijn persoonlijke ontmoeting met een vluchteling uit Eritrea in Rome met een cultuurfilosofische beschouwing op het Europese beschavingsideaal. Het essay is volgens de jury urgent, goed geschreven en confronterend.

“De grootste kracht van de Europese beschaving is nooit haar vermogen geweest om een eenduidig karakter aan de wereld op te dringen. In plaats daarvan bleek zij steeds weer in staat de tegenstrijdige elementen waarmee zij werd geconfronteerd naast elkaar te laten bestaan.”

Lof van de ballingschap

Er bestaat een belangrijk onderscheid tussen de balling en de vluchteling. Leszek Kolakowski, de beroemde Poolse filosoof die zelf in ballingschap leefde ten tijde van het communisme, onderzoekt in dit scherpe essay de psychologische consequenties van dit onderscheid.

“De bekende twintigste-eeuwse figuur van de ‘intellectueel in ballingschap’ kan bogen op een indrukwekkende spirituele stamboom, die begint bij Anaxagoras, Empedocles en Ovidius, en via Dante, Ockham en Hobbes uitkomt bij Chopin, Mickiewicz, Herzen en Victor Hugo. Meestal waren de moderne emigranten echter eerder vluchtelingen dan ballingen in de strikte zin des woords.”