Tijdschrift Nexus

Nexus 76

Onze verantwoordelijkheid (december 2017)

Reserveer Nexus 76  25.00   of   Word Nexus-lid
Verschijnt winter 2017 en maakt deel uit van het lidmaatschap 2017

Nexus 76, ‘Onze verantwoordelijkheid’, is gewijd aan vragen over verantwoordelijkheid, rechtvaardigheid en recht. Het bevat het prachtige verhaal Abel – zes augustus van Vasili Grossman, over de bemanning van het vliegtuig dat de atoombom op Hiroshima wierp, en een begeleidend essay van vertaalster Froukje Slofstra.

Ook is in Nexus 76 de Nexus-lezing ‘Een pleidooi voor de rechtspraak’ van Justice Stephen Breyer opgenomen. Rechtsfilosoof Paul Kahn schrijft over de grenzen van het recht en het belang van morele verantwoordelijkheid; daarnaast leest u het beroemde klassieke essay ‘Eigen verantwoordelijkheid’ (Self-reliance) van Ralph Waldo Emerson, waarin hij een invloedrijk betoog houdt voor een moreel hoogstaand individualisme, en een reflectie van Lewis Thomas over de betekenis van Mahler in het atoomtijdperk. Het slot is een wonderlijke vertelling van de Engelse schrijver en filosoof G.K. Chesterton, een subtiele kritiek op eenieder die gedachteloos zijn leven laat bepalen door systemen en regels.

Inhoudsopgave

Eigen verantwoordelijkheid

‘Self-reliance’, de tekst waarop deze Nederlandse vertaling is gebaseerd, is een van de beroemdste essays van Ralph Waldo Emerson, waarin hij in het geweer komt tegen conformisme, inauthenticiteit en morele afhankelijkheid en stelt dat ieder mens naar zijn eigen wet moet leven. Door tegenstanders werd Emerson beschuldigd van anarchisme en amoralisme, maar zelf zag hij zijn oproep tot ‘op jezelf vertrouwen’ als de weg naar een hoogstaand moreel individualisme; een pleidooi je niet te laten leiden door wat ‘men’ zegt, maar zelf verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen daden en gedachten en hier ook naar te leven.

In de wereld is het makkelijk om naar de inzichten van de wereld te leven; in eenzaamheid is het makkelijk om naar je eigen inzicht te leven; maar groot is de man die, te midden van de menigte, met volmaakte beminnelijkheid de onafhankelijkheid van eenzaamheid weet te behouden.

Volkssoevereiniteit en de rechtsstaat in tijden van Trump

Waarop is de legitimiteit van de democratie gebaseerd? Waarom moeten wij de wet volgen, ook als we zelf niet betrokken zijn geweest bij het opstellen van de wet? Volgens rechtswetenschapper Paul Kahn stoelt de legitimiteit van de politiek en de wet op de sociale verbeelding, het idee van een gedeelde, tijdoverstijgende collectieve eenheid waartoe we behoren. Dit idee van een ‘wij’ dat de auteur is van de wet is de grondslag van de politiek, maar komt steeds meer in het gedrang.

De politieke filosofie dient de gemeenschap eraan te herinneren wat er in de politiek op het spel staat. Ze moet de gemeenschap weer tot de orde roepen door haar een interpretatie van de aard van de democratische macht voor te houden. En die macht begint of eindigt niet met een verkiezingscampagne.

Een pleidooi voor de rechtspraak

Thuis, wereld en wet

Supreme Court Justice Stephen Breyer maakt zich in zijn Nexus-lezing 2017 sterk voor het recht en de rechtstaat in een globaliserende wereld. Breyer stelt dat het recht oog moet hebben voor internationale ontwikkelingen. Door vergelijkingen te trekken met architectuur en jazzmuziek geeft hij een levendig beeld van de rol van rechtspraak in onze samenleving.

Rechtspraak is geen wetenschap. Het is een menselijke discipline… Rechtspraak helpt mensen hun bestaan in een gemeenschap te ordenen, zodanig dat ze kunnen profiteren van een productief, vreedzaam samenleven. Het is dan ook geen verrassende constatering dat de rechtspraak vandaag de dag in omstandigheden opereert die vergelijkbaar zijn met die waarin andere disciplines – architectuur, jazz, economie, milieuwetenschappen – ook opereren: een wereld waarin het buitenland van invloed is op ons dagelijks bestaan, waarin we moeten inspelen op een toenemende wederzijdse afhankelijkheid van naties.

Van Kaïn tot Abel

Vasili Grossman en de herformulering van de schuldvraag

Ter begeleiding van de vertaling van Grossmans Abel — zes augustus schreef vertaler Froukje Slofstra dit essay, waarin ze laat zien hoe Grossmans werk gevormd werd door de politieke en ideologische druk waarmee de Sovjetstaat schrijvers dwong zich te conformeren. Als journalist en schrijver maakte Grossman jarenlang deel uit van het literaire establishment, tot hij zich na de dood van Stalin tegen het onderdrukkende systeem keerde. Juist omdat hij het systeem van binnenuit kende, schrijft Slofstra, kon hij als geen ander ‘met scherp inzicht schrijven over de verraderlijke morele keuzes die mensen onder druk maken.’

Wat Abel tot een interessant verhaal maakt in het licht van Grossmans ontwikkeling als schrijver, is dat hier duidelijk te zien is hoe hij voor het eerst een stap verder gaat, en de schuldvraag stelt in een situatie waar geen directe schuldigen aan te wijzen zijn, ofwel: de vraag naar de morele verantwoordelijkheid van mensen die niet meer zijn dan radertjes in een systeem van oorlog, geweld en staatsterreur.

Abel — zes augustus

In dit verhaal volgt de lezer de bemanning van het vliegtuig dat de eerste kernbom op Hiroshima wierp. Eén van de bemanningsleden stelt dat de techniek hen bevrijdt van verantwoordelijkheid: naarmate degene die de trekker overhaalt verder van zijn doel verwijderd is en meer deel uitmaakt van een complex technisch en sociaal geheel, wordt de verantwoordelijkheid steeds kleiner, tot deze uiteindelijk geheel verdwijnt.

Maar is dit wel zo? De uiteenlopende reacties van de bemanningsleden stellen de complexe kwestie van plicht, persoonlijke verantwoordelijkheid en schuld in een scherp licht.

Tenslotte was er niemand, helemaal niemand – noch de president, noch zijn leraar op school, noch Arnold, de generaal van de luchtmacht, noch de fysica, aangevoerd door de geniale Einstein, noch Dupont, noch zijn eigen moeder – die op dat moment naast de jongen kon staan. Maar was dat wel zo? Waren alle draden die over de oceaan naar die vingers liepen verbroken?

Late gedachten bij het luisteren naar Mahlers Negende Symfonie

Voor de Amerikaanse arts en schrijver Lewis Thomas heeft de ontwikkeling van de atoombom en de dreiging van de totale vernietiging het luisteren naar Mahlers Negende Symfonie voorgoed vergald. Hoe moet het zijn voor jonge mensen, vraagt hij zich af, om te leven in een wereld waar het uitroeien van miljoenen een normaal element is van militaire strategie?

Ik kan niet meer naar het laatste deel van Mahlers Negende Symfonie luisteren zonder dat er zich met geweld een enorme, nieuwe gedachte aan me opdringt: overal de dood, het sterven van alles, het einde van de mensheid… Tijdens die laatste klanken wemelt het in mijn gedachten van de beelden van een wereld waarin de thermonucleaire bommen aan het exploderen zijn, in New York en San Francisco, in Moskou en Leningrad, in Parijs, in Parijs, in Parijs.

De boze straat

Een nachtmerrie

De verteller komt in een restaurant een man tegen, die de dingen om hem heen met een merkwaardige eerbied bejegent. ‘Hij hing zijn hoed niet gewoon aan het haakje, het leek bijna alsof hij de hoed daarvoor om toestemming vroeg…’ en hij maakte ‘een lichte buiging naar de houten tafel… alsof het een altaar was’. Wat heeft hem hiertoe bewogen? Er volgt een surrealistisch verhaal over de gedachteloosheid waarmee we ons overgeven aan routine en regelmaat.

Ze droegen allemaal glanzende hoge hoeden, alsof ze zelfs geen moment konden missen om die aan een haakje te hangen, en bij ieder van hen dwaalde één oog een beetje af, gehypnotiseerd door het enorme oog van de klok. Kortom, zij waren de slaven van het moderne knechtschap, je kon hun ketens horen rinkelen. Elk van hen was in feite gebonden aan een ketting; de zwaarste ketting waaraan de mens gebonden kan zijn – namelijk de horlogeketting.