Tijdschrift Nexus

Nexus 79

Brief aan mijn leraar

Nexus 79 maakt deel uit van het lidmaatschap 2018.

Bestel Nexus 79  25.00 of Word Nexus-lid

Aan de vooravond van het 25-jarig jubileum van het Nexus Instituut in 2019 staat Nexus 79 in het teken van brieven aan een leraar. Voor deze editie vroegen wij tal van internationaal bekende Nexus-auteurs een brief te schrijven aan een leraar of mentor die hen inspireerde of tot voorbeeld diende. Michael Ignatieff, Mario Vargas Llosa, Ágnes Heller, Bernard-Henri Lévy, Adam Zagajewski, Fania Oz-Salzberger en vele anderen schreven prachtige, ontroerende en vaak ook humorvolle brieven.

Bestel nu uw exemplaar, of word lid – dan krijgt u alle uitgaven van dit jaar thuisgestuurd.
Bekijk hier alle voordelen van het lidmaatschap.

Inhoudsopgave

Een brief aan Jean Deprun

Filosoof Bernard-Henri Lévy schrijft aan Jean Deprun, zijn leraar op de befaamde École normale súperieure:

U bent een van de meest bepalende leraren geweest die ik ooit heb gehad. U heeft een net zo grote stempel gedrukt op mijn denken en, misschien nog wel belangrijker, op mijn stijl, als Althusser, Levinas, Sartre en Foucault bij elkaar. Ik heb het aan u te danken, ik zeg het nog maar eens, dat ik, ondanks alle verleidingen, altijd wil blijven zoeken naar wat waar is.

Een brief aan Richard Rieger

Filosofe Ágnes Heller schrijft aan haar leraar op het Joods gymnasium in Boedapest in de jaren veertig, Richard Rieger:

Ik ben uw fundamentele principe altijd trouw gebleven: informatie is niets, nadenken is alles… Het onbegrijpelijke kan niet begrepen worden, maar je kunt er wel eindeloos over blijven denken. Ik hoor u nog zeggen: ‘Meisjes, ga nadenken!’ Ga nadenken en blijf nadenken met je eigen geest en niets anders, en stel vragen bij alle informatie in de schoolboekjes.

Een brief aan mijn vader

Schrijver en politicoloog Federico Reyes Heroles schrijft aan zijn vader, die minister van Onderwijs en van Binnenlandse Zaken van Mexico was:

Je werd geboren in armoede, en dit is misschien waarom je nooit geïnteresseerd bent geweest in het vergaren van geld of rijkdom, behalve, natuurlijk, je boeken… Dat was jouw kracht: het cultiveren van kennis.

Een brief aan Isaiah Berlin

Staatsman en diplomaat Michael Ignatieff schrijft aan de befaamde intellectueel historicus Isaiah Berlin, wiens biografie hij schreef:

Beste Isaiah… Je zou niet verbaasd zijn over de loop der gebeurtenissen: het liberalisme in verval, het eenpartijstelsel in opkomst… Je wist dat een gematigder systeem altijd kwetsbaar zou zijn vanwege de dreiging van die beide uitersten, en accepteerde dat. En je zou nu hebben gedacht, durf ik te voorspellen, dat het liberalisme wel weer terugkomt wanneer de extremen hun glans verloren hebben.

Een brief aan Richard Levitt

De gevierde countertenor Andreas Scholl schrijft aan zijn overleden vriend en vroegere zangleraar Richard Levitt:

Je zei: ‘Nu je alles goed en mooi hebt gedaan: vergeet niet het beest in je.’… Je wilde dat we als zangers het publiek zouden meeslepen en niet alleen maar amuseren. Deze haast fysiek voelbare noodzaak in onze voordracht was ‘het beest’ dat we niet moesten vergeten, die oerkracht waarmee we in direct contact kunnen komen als we zingen, en die op een onbewust niveau een appel doet op de luisteraar.

Een brief aan Braulio Peralta

De Mexicaanse schrijver en journalist Adriana Malvido schrijft aan haar collega en leermeester Braulio Peralta, met wie ze jarenlang samenwerkte en de krant La Jornada oprichtte:

Ik heb je de verslaggever die aan de drugs was geraakt van de straat zien rapen, heb je vrienden die aan aids leden moed zien inspreken, en mensen die uit de wereld waren verstoten… Als het leven niet persoonlijk is, schreef je op een dag, is het de moeite niet waard het te doorstaan.

Een brief aan Leos Janáček

Filosoof Roger Scruton schrijft aan de Tsjechische componist Leos Janáček:

U was die kunstenaar – u was degene die in de wanordelijke medeklinkers van de Tsjechische taal de flarden melodie hoorde die naar ons uitgaan, als we maar luisteren, vanuit onze denkbeeldige thuishaven. U leerde me dat alle artistieke activiteit, en ook alle ware politieke activiteit, het zoeken van een thuis is in een oord van ballingschap.

Een brief aan S. Rajaratnam

Topdiplomaat Kishore Mahbubani schrijft aan zijn leermeester S. Rajaratnam, een van de founding fathers van de Republiek Singapore:

Zelfs toen u vicepremier van Singapore was geweest en met de grootste leiders ter wereld had gedineerd, heeft u nooit verleerd met gewone mensen om te gaan… u behandelde elk mens met dezelfde vriendelijkheid en grootmoedigheid. Als onze wereld meer leiders als u zou kunnen voortbrengen, zou de mensheid absoluut beter af zijn.

Een brief aan Isaiah Berlin

De historica en schrijfster Fania Oz-Salzberger schrijft aan haar vroegere leraar Isaiah Berlin:

Onder ons, Sir Isaiah: er is ook sprake van die andere, mooie, onderschatte liefde – de liefde van de ene intellectueel voor de andere, de liefde voor andermans ideeën, de atheïstische ‘agape’. U verbond strikte wetenschap met vriendelijkheid, een kritische blik met menselijkheid, het onderzoek naar fanatisme met de liefde voor vrijheid.

Een brief aan Mr. Atkinson

Historicus Adam Zamoyski schrijft aan zijn schoolleraar Mr. Atkinson, die de liefde voor geschiedenis in hem deed ontwaken:

U was begeesterd door het verleden en uw kinderlijke enthousiasme werkte aanstekelijk. Op zaterdagen nam u sommigen van ons mee naar het British Museum… Ik was verrukt door het zien van voorwerpen die honderden of duizenden jaren geleden gemaakt waren en die tot je leken te spreken, zij het alleen als je stil genoeg was om te luisteren.

Een brief aan Norman Myers

Topdiplomaat Robert Cooper schrijft aan zijn vroegere leraar op een school in Kenia, Norma Myers:

Misschien was het idee dat alles onderling verbonden is en dat iedereen een rol te spelen heeft de reden waarom u ons als gelijken behandelde… Ikzelf heb van u geleerd het leven te zien als een eindeloze ontdekkingstocht.

Een brief aan M.S. Swaminathan

Oprichter van de bibliotheek van Alexandrië Ismail Serageldin schrijft aan zijn vriend en grote voorbeeld M.S. Swaminathan, wetenschapper en aanjager van de Groene Revolutie in India.

Bij het terugblikken op onze decennialange vriendschap denk ik aan de invloed die je op mij hebt gehad. Ik grijp deze brief aan om je daarvoor te bedanken. Je behoort tot mijn pantheon van belangrijke Indiërs als Tagore, Gandhi en Amartya Sen, mensen die mijn wereldbeeld hebben gevormd en veel van mijn levensbepalende beslissingen hebben gestuurd.

Een brief aan Joe MacDonald en Dick Cassilly

Filosoof Allan Janik schrijft aan twee van zijn filosofische leermeesters, Joe MacDonald en Dick Cassilly. Aan de laatste schrijft hij:

Ik ben niet de enige die bij je in het krijt staat: iedereen die je lesgaf aan St. Anselm’s had veel ontzag voor jouw grote gave om een echt ethisch bewustzijn te ontwikkelen bij je studenten… Je liet ons achter in een staat van betoverende zelfontdekking, die we wilden propageren. Maar geen van de studenten had de levenservaring die het vuur van jouw pedagogiek aanwakkerde.

Een brief aan Roger Thibau

Filosoof Jacques De Visscher schrijft aan zijn vroegere leraar, de classicus Roger Thibau:

Je liet me jouw intellectuele penaten lezen. In hun geschriften vind ik de cultuurhistorische verduidelijking terug van de betekenis van ‘Ancêtres’. Voor de levende traditie of cultuuroverdracht zijn zij bemiddelende gidsen… bij wie we als erfgenamen pedagogisch en spiritueel in het krijt staan. We mogen hen niet uit onze geest bannen, noch ze verloochenen.

Een brief aan Javier Pradera

Uitgever en schrijver Miguel Aguilar schrijft aan zijn leermeester, de uitgever Javier Pradera:

Het is raar je als leermeester te zien – voor zover ik weet gaf je nooit ergens les, behalve een paar lezingen op zomeruniversiteiten misschien. Je had niet de houding of de roeping van een leraar, veel meer die van een uitgever: je wilde geen kennis op anderen overdragen maar anderen helpen om hun ideeën te vormen en te verspreiden. Maar er zijn natuurlijk leraren die les geven, of dat proberen, en mensen van wie je leert.

De geschiedenis van mijn denken

De Franse filosoof Alain schrijft over de vorming van zijn ideeën, zijn leraar Jules Lagneau en zijn tijd op de École normale superieure.

Een gedachte die ik heb, moet ik betwisten: dat is mijn manier om haar te testen. En als ik van mening ben dat het niet gepast is om haar te betwisten, dan doe ik dat juist extra snel, zonder enig scepticisme; ik ben er juist heel zeker van dat door op die manier aan de boom van de kennis te schudden de goede vruchten gespaard blijven en de slechte eruit vallen en overbodig worden.

De kaasman

Publiek intellectueel Leon Wieseltier schrijft over zijn kennismaking met de filosofie door zijn gesprekken met ‘de kaasman’, de kaasverkoper in de winkel waar hij in zijn jeugd boodschappen deed:

‘De mens weet dat hij bestaat omdat hij denkt. Denkt!’ De plakken Munster stapelden zich op op het waspapier. ‘En hij zou het niet zomaar weten. Hij zou het met perfecte zekerheid weten. Zekerheid!’ De ogen van de kaasman vlamden. Om zijn woorden kracht bij te zetten kwam hij soms achter de grote gekoelde vitrinekast vandaan die hem van zijn klanten scheidde, en, terwijl hij zijn handen aan zijn schort afveegde, herhaalde hij nog eens de intellectuele climax. ‘Denken!’ ‘Zekerheid!’

Mijn leraren

Rechter bij het Supreme Court Stephen Breyer schrijft over zijn ervaring met leraren en werkgevers:

Door de jaren heen heb ik geluk gehad met mijn leraren. Ik heb veel van ze geleerd en ze hebben me voor een groot deel gevormd… Als je wilt weten hoe een rechter de wet interpreteert, kijk dan naar de denkbeelden van zijn leraren. Zo simpel is het.

Mijn leermeester, een frik met flair

Neerlandicus Jaap Goedegebuure schrijft aan zijn middelbareschooldocent geschiedenis en Nederlands F.G. van der Poll:

Wat maakte meneer Van der Poll zo’n bijzondere leermeester voor mij? Dat was allereerst zijn met flair… uitgedragen eruditie, een enorme dosis aan kennis en inzichten die ik gretig absorbeerde en die nog altijd de harde kern van mijn geïnternaliseerde Googlebestanden uitmaken.

Raúl Porras Barrenchea

Schrijver Mario Vargas Llosa schrijft over zijn vroegere docent:

De docent die ik me het beste herinner is de geschiedkundige Raúl Porras Barrenechea, van wie ik college had aan de Nationale Universiteit van San Marcos, in Lima, waar ik Letteren en Rechten studeerde… De vijf jaar dat ik elke middag, van maandag tot vrijdag, in zijn bibliotheek aan de Calle Colina in Miraflores zat, boden mij meer intellectuele uitdaging en waren leerzamer dan alle rechten- en literatuurvakken die ik aan de San Marcos heb gevolgd.

Op latere leeftijd een meester vinden

Dichter Adam Zagajewski schrijft over zijn leermeesters Zbigniew Herbert en Józef Czapski:

Een meester hebben we niet slechts voor onze geestelijke vorming, voor het leren van talen, het lezen van boeken en het bespreken van ideeën. Een meester is iemand die op andere manieren uitblinkt, die ons toont hoe we tegelijkertijd moedig en elegant kunnen zijn, hoe we intelligentie aan goedheid en een passie voor een bepaald vak aan een meer algemene wereldwijsheid, morele integriteit en persoonlijke charme kunnen paren.

Een boot onder de tafel

Schrijver en vertaler Laura Emilia Pacheco schrijft over haar docent Engels aan de universiteit in Mexico, Colin White:

Het heeft geen zin te proberen te vertellen wat Colin me allemaal gegeven heeft… Wat ik wel kan vertellen is hoe belangrijk hij het altijd vond de vrije wil en de autonomie van het individu te verdedigen en, destijds tot mijn grote verbazing, hoe zeker hij ervan was dat de grote menigte nooit rijp of wijs wordt – die blijft altijd steken in de kindertijd, zei Goethe. Het is aan individuen om de strijd te leveren.

Lessen in verzet

Politicus en wetenschapper Aykan Erdemir schrijft over Nalan Göker, zijn literatuurdocent die hem de kunst van verzet en kritisch denken bijbracht:

Vormde mijn schrijven een daad van verzet? Kon in een onrechtvaardig politiek bestel wettigheid bepalen wat rechtvaardig en legitiem was? Mijn mentor leerde mij niet alleen mij strikt te houden aan grammatica- en spellingsregels, maar ook regels te overtreden en in opstand te komen indien noodzakelijk. Het eerste kon menig andere leraar bereiken, het laatste slechts een kleine, dappere minderheid.

Martin Buber Mijn gids

Historicus Gabriel Motzkin schrijft over wat hij leerde van de filosoof Martin Buber, auteur van Ik en Jij:

Heidegger dacht dat met onze dood ook de wereld zou eindigen. Ik geloof dat de wereld mij zal overleven, maar belangrijker in deze context is dat ik de wereld en haar inwoners benader met de gedachte dat ze mij zullen overleven… Buber leerde ons dat wij, om open te staan voor het beroep dat de wereld op ons doet, bereid moeten zijn de wereld zelf op te roepen.

Mijn lerares, mijn leraressen

Schrijver en socioloog Aleksa Djilas schrijft over zijn lerares Nada Ćirić in zijn jeugd in Belgrado:

Mijn lerares Nada Ćirić was lang voor een vrouw van haar generatie, stevig gebouwd, met regelmatige, wat scherpe gelaatstrekken en donkere haren en teint… Net als de leraar van Albert Camus, aan wie hij zijn toespraak wijdde toen hij de Nobelprijs kreeg en over wie hij liefdevol schrijft in zijn autobiografische roman De eerste man, was zij gewijd aan haar roeping en dacht ze dat wat men in de eerste vier klassen van de basisschool leert het belangrijkst is.

Licht aan het eind van de tunnel?

Politicoloog Vladimir Tismaneanu schrijft over de verschillende denkers en denkstromingen die hem vormden:

Dit is een van de lessen van de Frankfurter Schule: doe geen zaken met de duivel, heb part noch deel aan duivelse ondernemingen, steun geen demonische avonturen, houd u verre van Mephisto’s verleidingen! Waardigheid vereist verzet, de kracht om geen deel te nemen aan een bloedige dictatoriale kermis.