Cultuur

Aan de Europese natie

Joost van der Net
Klement, Utrecht, 2017

Door Jesse van Amelsvoort, promovendus Minorities & Multingualism

Bestel dit boek bij Athenaeum Boekhandel

‘Het lijkt mij goed als wij, Europeanen, eens en voor altijd afscheid nemen van de in de VS groot geworden droom van het “alsmaar meer”,’ schrijft Joost van der Net in zijn essaybundel Aan de Europese natie. Het ‘steeds meer, steeds beter’ dat de American Dream kenmerkt is onhaalbaar en onbereikbaar geworden, analyseert Van der Net, directeur van de Stichting Thomas More. De economische groei die deze droom mogelijk zou moeten maken stokt, en de reële lonen zijn voor veel mensen al drie decennia niet meer toegenomen. Zo is de middenklasse de afgelopen decennia uitgehold, het electoraat gevlucht naar de politieke flanken: zie Bernie Sanders, zie Donald Trump. Europa hoeft de VS niet te volgen, maar dan moet het roer omgegooid worden. Europa moet een eigen droom ontwikkelen.

Van der Net formuleert die droom als ‘spelende mensen die onbekommerd en vrij met elkaar verkeren, vervuld van de wens om voor werkelijk iedere naaste zorg te dragen’. Die droom geeft hij diepte en betekenis door uit een indrukwekkende hoeveelheid literatuur te citeren, waaruit essays ontstaan over Johan Huizinga’s ideeën over spel, Jezus, Montaigne en een politiek-economische geschiedenis van het Europese continent sinds het Romeinse Rijk. Daarbij toont Van der Net zich bewust van subtiele semantische verschillen, of het nu gaat om de meerdere betekenissen van ‘spel’ – volgt het spel regels, zoals in het Engelse game, of is het vrijelijk, play? – of het onderscheid tussen profijt en winst.

De individuele essays in Aan de Europese natie zijn indrukwekkend. Ze zijn helder geschreven en gaan over een rijke hoeveelheid onderwerpen. Van der Net plaatst zich duidelijk in de traditie van Europese cultuurcritici waarin iemand als Huizinga ook prominent figureert. Europa is een ideaalbeeld, een beschermheer tegen de onderdrukking, uitbuiting en vernietiging die we maar al te goed kennen uit het verleden. Maar, weet Van der Net, Europa is fragiel, en de dreiging komt deze keer uit het westen. Een te gretig economisch systeem kan weleens het einde betekenen van de voorspoed die het continent, ondanks alles, toch kent.

Maar er zit iets raars, iets simplistisch in Van der Nets betoog. Hij lijkt in Aan de Europese natie genoegen te nemen met een verzameling essays die elkaar weliswaar raken, maar wel degelijk verschillende kanten op kijken en langzaam uit elkaar lijken te schuiven. Dat zit ’m deels in de opzet: zo is het lange eerste stuk over spel nodig voor een goed begrip van Van der Nets Europese droom, maar de daaropvolgende hoofdstukken bouwen er niet op voort. Pas in het vijfde hoofdstuk worden de reflecties op het spel weer relevant. Het doet denken aan ijsschotsen, die langzaam van elkaar wegdrijven totdat je bijna in een spagaat belandt – waarna je ze met de grootste moeite weer bij elkaar moet zien te krijgen.

Ook blijft Van der Net vaag wat betreft de urgentie van zijn oproep. Al te gemakkelijk roept hij Donald Trump en de dreiging die van zijn presidentschap uitgaat op als het schrikbeeld dat de man en zijn vervulling van de functie is, zonder daar verder veel invulling aan te geven. Maar wat is precies de relatie van Trump – en de in dit boek gek genoeg nauwelijks besproken aanstaande ‘Brexit’ – tot Europa? Van der Net voert het ‘geval Trump’ op als doembeeld en horrorscenario, maar nergens maakt hij duidelijk waarom die vergelijking opgeld zou doen. Valt Trumps populisme een-op-een te transponeren naar Europa? Sinds de tweede ronde van de Oostenrijkse presidentsverkiezingen eind 2016 lijkt continentaal Europees populisme vooral zichzelf tijdens campagnes te overschreeuwen, waarna de stembusgang tegenvalt (of, afhankelijk van je perspectief, meevalt). De Amerikaanse president functioneert dus voornamelijk als verschrikker.

De enige betekenisvolle relatie die tussen het ‘geval Trump’ en een aantal Europese staten bestaat, zo zou ik zeggen, is zijn neiging naar autoritair en antidemocratisch bestuur. In de Europese Unie zijn Polen en vooral Hongarije al een aantal jaren hetzelfde pad aan het bewandelen, evenals Poetins Rusland en Erdogans Turkije net daarbuiten. Maar daar maakt Van der Net zich in dit boek niet druk over: zijn droom reageert niet op een politiek-filosofisch probleem, maar op een economische ongelijkheid.

Aan de Europese natie is een aanklacht tegen wat Van der Net ‘kapitalisme’ noemt, al is het analytisch waarschijnlijk zinniger ‘neoliberaal’ of ‘excessief kapitalisme’ te lezen. Het is Van der Net te doen om economisch ongelijke maatschappijen, waar vermogenden de macht in handen hebben en zo grote delen van de bevolking – zeg maar 99% – uitsluiten. Maar ook hier is de werkelijkheid weerbarstiger en veelvormiger dan Van der Net die presenteert.

Zo schrijft hij bijvoorbeeld: ‘Konden mannen – blanke mannen – met een relatief lage opleiding in de jaren vijftig moeiteloos een gezin onderhouden […], inmiddels staan ze vrijwel en bloc gedeclasseerd.’ Hiermee wil Van der Net illustreren hoe de hedendaagse natie gekaapt is door kapitalisten en hogeropgeleiden, en hoe zij het land in een richting sturen waar deze groep verliezers niet heen willen.

Het mooie aan dit citaat is dat er een alternatieve, meer genuanceerde en complexere verklaring doorheen sluimert, die Van der Net in zijn betoog verder negeert. Populisme en electoraal extremisme zijn ingewikkelde fenomenen om te verklaren, en de nadruk die hier gelegd wordt op economische factoren is eenzijdig. Cultuur, identiteit en andere niet-materiële factoren zijn minstens net zo belangrijk. Wie zijn wij als land? Hoe wordt onze identiteit gedefinieerd? Wie bedreigt de status quo en onze identiteit?

In deze debatten zijn de Republikeinen de conservatieve optie die opkomt voor het behoud van een christelijk, voor velen herkenbaar Amerika, wat de partij voor veel mensen aantrekkelijk maakt – al is deze nog zo kapitalistisch. Waar het Van der Net dan ook eigenlijk om te doen lijkt te zijn, al wordt dat niet helemaal duidelijk uit dit boek, is het behoud van een kosmopolitische, open geest, een levenshouding en politiek die door Trump en zijn partij verafschuwd worden.

Aan de Europese natie opent en eindigt met een oproep: Van der Net hoopt dat de leden van de jonge Europese natie een ander pad dan het Amerikaanse kiezen. Hij pleit voor een terugkeer van de idealen uit de jaren zestig en zeventig, weliswaar ‘ontdaan van onzinnige marxistische rimram’. Alleen dan ziet hij een succesvolle weg naar de Europese Droom van het onbekommerde spel en een christelijk getinte naastenliefde. Je helpt het Van der Net hopen: niemand stort graag de economische afgrond in, maar het is nog maar de vraag of deze droom ons daarvoor zal behoeden.