Literatuur

Baron Bagge / Mona Lisa

Twee novellen

Baron Bagge / Mona Lisa. Twee novellen
Alexander Lernet-Holenia
Vertaald door Martin Michael Driessen
Van Oorschot, 2021

Bestel dit boek via ons partnerprogramma met Athenaeum Boekhandel

 

Door Thomas Heij, Nexus-redacteur

Onze geest en fantasie [zijn] onder bepaalde omstandigheden tot een intensiteit in staat die duizendmaal groter is dan we in het alledaagse bestaan ervaren, en [verlenen] ons als het ware een soort goddelijke kracht.’ Die uitspraak van baron Bagge is de kern van twee novellen van Alexander Lernet-Holenia, die onlangs naar het Nederlands zijn vertaald door Martin Michael Driessen.

Dat juist Driessen deze verhalen vertaalde is niet gek. De sfeerrijke historische setting, de vakkundige manier waarop de verhaallijnen in elkaar zijn gezet en het rustige vertelplezier doen direct denken aan Driessens eigen verhalen.

Dat het zo lang heeft geduurd voordat werk van Lernet-Holenia (1897-1976) werd vertaald en dat hij in Nederland al die jaren lijkt te zijn vergeten is, afgaand op de kwaliteit van deze twee verhalen, op z’n minst raadselachtig. De Oostenrijkse schrijver-dichter kon in elk geval rekenen op de steun van Rilke en was bevriend met Stefan Zweig, die zijn werk prees en Baron Bagge een meesterwerk noemde.

In Baron Bagge (1936) vertelt de gelijknamige baron zijn droevige maar meeslepende verhaal. De baron neemt zijn toehoorder mee terug naar een verkenningsmissie in 1915, de nadagen van het Oostenrijks-Hongaarse rijk. Onder aanvoering van de opvliegende en overmoedige ritmeester Semler maakt Bagge met zijn collega-officieren Hamilton en Maltitz jacht op de vijand die zich ten noorden, in de Karpaten schuil zou houden: de Russen.

Semler jaagt de ruiters voort. Onderwijl merkt Bagge steeds meer wonderlijke dingen op. Hamilton en Maltitz gedragen zich opeens vreemd en de blikken die ze onderling wisselen begrijpt hij niet. Na een kort gevecht bij een brug, blijft het Russische leger verder onvindbaar.

Lernet-Holenia had zelf tijdens de Eerste Wereldoorlog aan het oostfront gestreden. Vermoedelijk ontleende hij aan die tijd de indrukken die hij in Baron Bagge schetst. De mooie: ‘De individuele ruiters zagen er op afstand uit als kleine driehoekjes, en door de rode rijbroeken die ze droegen leken de besneeuwde velden besproeid met bloeddruppeltjes.’ En de minder mooie: ‘Een lichte wind stak op en blies ons in het gezicht. Die rook merkwaardigerwijze enigszins zoetig, niet naar sneeuw, eerder naar woonkamers die lang niet waren gelucht en naar smeulend haardvuur, en ik dacht opeens dat dit de geur van de dood moest zijn’.

Op jacht naar de Russen worden de ruiters als helden onthaald in de Hongaarse dorpjes die ze binnengaan. Dan treft Bagge net buiten een dorpje een jachtkoets met daarnaast een onwaarschijnlijk mooi meisje met onwaarschijnlijk blauwe ogen: ‘alsof alle hemelen erin weerspiegeld werden, en ononderbroken bleef haar blik op mij gericht. Godinnen, zegt men, slaan hun wimpers nooit neer.’ Het blijkt – heel toevallig – het meisje uit zijn jeugd waarvan zijn moeder had gewenst dat ze met hem zou trouwen. Bijzonder genoeg herkent ze Bagge meteen. Vol vurige liefde stort ze zich op de baron en het komt algauw tot een vlug en vrolijk huwelijk.

Wanneer Bagge haar vraagt hoe ze, na al die jaren dat ze elkaar niet hadden gezien, eigenlijk zo snel en zo zeker wist dat ze van hem hield, antwoordt ze:

‘[E]enieder heeft uiteindelijk alleen met zichzelf te maken, niemand kan een ander helpen en ik denk dat iedereen alleen is, zeer alleen, volkomen alleen zelfs […] Er bestaat geen werkelijke band tussen de ene mens en de andere. Hoeveel de ander ook voor je betekent: hij is in wezen niets dan een mooi en soms afschuwelijk excuus voor je eigen gevoelens.’

Zijn dit woorden van een achttienjarig meisje, vraagt Bagge zich af. Daar zit natuurlijk iets achter. De oplettende lezer heeft vermoedelijk meteen wel door wanneer en waardoor Baron Bagge een vreemde wending neemt. Maar wie de precieze ontknoping wil kennen, leze de novelle.

Ook Mona Lisa (1937) draait om liefde en een werkelijkheid die op losse schroeven komt te staan. In 1502 belanden een stel Franse officiers in Florence in het atelier van de beroemde kunstenaar-uitvinder Leonardo Da Vinci.

Ze raken met Leonardo in een serieuze maar hilarische discussie verzeild over het aantal pootjes dat een vlieg heeft. Om het pleit te beslechten proberen de heren een vlieg in het atelier te vangen. Een prachtig beeld, die lieden die met hun bepluimde hoeden in de lucht staan te wapperen, maar ook een afspiegeling van wat komen gaat. Terwijl ze in het rond zwaaien, verschuilt de vlieg zich achter een gordijn.

Als de jongste edelman, Bougainville, dat gordijn opentrekt, staat hij oog in oog met het bijna voltooide schilderij van Mona Lisa. Verbluft en verliefd verlaat Bougainville uiteindelijk het vertrek. Leonardo bezweert hem dat de vrouw niet meer leeft, maar dat wil er bij hem niet in. Ondanks de waarschuwingen blijft Bougainville volhouden en hij zegt nota bene zelf: ‘sommige dromen kunnen werkelijker zijn dan het leven zelf.’

Bougainville is betoverd door de schoonheid van Mona Lisa en de rest van het verhaal draait om zijn verwoede zoektocht naar de vrouw die model stond voor het schilderij. Hij breekt een graf open, raakt verstrikt in zijn eigen complottheorie, sluipt ’s nachts binnen in het huis van een edelman en brengt de hele stad in rep en roer. Met Bougainville loop het niet goed af, dat voel je al aankomen. Maar ook dit verhaal eindigt voor de lezer met een bevredigende ontknoping.

Beide verhalen zijn spannende, vermakelijke en mooie vertellingen, die de perfecte aanzet bieden tot een paar prachtige bespiegelingen over liefde, kunst, werkelijkheid en de onderlinge relatie tussen mensen. Met die vaak droevige maar mooie overpeinzingen geeft Lernet-Holenia extra diepte aan zijn verhalen. Dat alles maak je als lezer natuurlijk mee in je geest en fantasie, maar toch lijkt het levensecht.

 


Lees ook: