Literatuur

De verliefden

Javier Marías
Meulenhoff, Amsterdam, 2012
Vertaald uit het Spaans door Aline Glastra van Loon

Door Rebekka W.R. Bremmer, schrijver

Bestel dit boek bij Athenaeum Boekhandel

Wanneer Javier Díaz-Varela, een van de personages in Javier Marías’ roman De verliefden, een roman van Balzac aanhaalt, zegt hij: ‘Wat er in romans gebeurt, doet er niet toe en wordt vergeten zodra je ze uit hebt. Het interessante zijn de mogelijkheden en de ideeën die romans op ons overbrengen via imaginaire situaties, die blijven ons helderder voor de geest staan dan echte gebeurtenissen.’ (p. 148) In het geval van De verliefden zijn de gebeurtenissen echter zozeer met deze ideeën en mogelijkheden verweven, dat je ze niet zo gemakkelijk vergeet.

Het boek begint met een intrigerend gegeven: een echtpaar dat elke dag in hetzelfde café ontbijt, komt plotseling niet meer opdagen. María Dolz, werkzaam als redacteur bij een uitgeverij, ontbijt er ook dagelijks en het geeft haar een goed gevoel de dag te beginnen met het observeren van het echtpaar. Uit alles blijkt dat het stel gelukkig is, dat ze plezier hebben als ze samen zijn. Hun geluk straalt een beetje op María af. Ze spreekt de man of de vrouw nooit, maar ze kennen elkaar wel van gezicht. Wanneer het echtpaar niet meer komt ontbijten, begint María haar werkdagen met nog meer tegenzin. Ze werkt niet graag op de uitgeverij, met name vanwege de belachelijke auteurs met hun bespottelijke wensen en verzoeken.

Later komt ze erachter dat de zakenman die volgens de krant op brute wijze werd doodgestoken, de man is van het café. Wanneer ze er verschillende kranten op naslaat, blijkt dat elke krant iets anders beweert en dat niet duidelijk is wat de feiten zijn. En omdat dit nieuws alweer verdrongen is door ander nieuws, kan ze de feiten ook niet meer achterhalen: ‘We willen ons nergens in verdiepen […] dus vertel ons andere gruwelijkheden, want die van gisteren zijn al versleten.’ (p. 42) Uiteindelijk komt de weduwe, nog steeds in diepe rouw, weer ontbijten in het café en kan María haar condoleren. Zo ontmoet ze ook Javier, de beste vriend van de vermoorde zakenman, die het op zich heeft genomen voor de weduwe te zorgen. Ze wordt verliefd op hem en belandt in zijn bed, al is de verliefdheid niet wederzijds. Gaandeweg begint ze zich af te vragen of hij misschien iets te maken heeft gehad met de moord op zijn vriend. Maar waarom vindt ze hem niet geloofwaardig meer? Is het omdat ze verliefd op hem is, of is het verhaal inderdaad ongeloofwaardig? In hoeverre beïnvloeden onze gevoelens voor iemand onze kijk op diegene en ons vermogen te oordelen?

Het boek kent weinig handelingen; het verhaal ontspint zich vooral via de gedachten van María en de dialogen die worden gevoerd. Ook die dialogen zijn niet altijd gesprekken die daadwerkelijk hebben plaatsgevonden, maar spelen zich vaak af in de gedachten van María. Ze stelt zich voor wat Miguel gedacht zou kunnen hebben op het moment dat hij stierf en wat Javiers gedachten zouden hebben kunnen zijn. En wanneer Javier spreekt, verwijst hij ofwel naar romans – fictie – of hij brengt wat hij zegt als een hypothese. Als lezer raak je zo steeds een stapje verder verwijderd van de waarheid. Maar is het dan de waarheid waar het om gaat? Marías laat zien dat het ons niet helpt de waarheid te kennen wanneer we een antwoord willen op de vraag wie schuldig is. Is het degene die een wapen ter hand neemt en de doodssteek toebrengt, is het degene die de moordenaar hiertoe aanzet (ook in dit boek wordt er verwezen naar Shakespeares Macbeth, net als in zijn eerdere roman Een hart zo blank, 1992), of is het degene die besluit zijn mond te houden en te verzwijgen wat hij weet? Of zijn al deze aspecten in onszelf te vinden (zoals de personages Javier en María ook deel zijn van de schrijver en wellicht van de lezer)?

Ondanks de morele dilemma’s waar Marías ons voor plaatst en de overpeinzingen waartoe hij ons uitnodigt, is De verliefden geen zwaar of somber boek. Dit komt mede door de manier waarop Marías de literaire wereld op de hak neemt. Zo wordt er van schrijvers gezegd dat het maar vreemde wezens zijn die de godganse dag alleen aan hun zelfverzonnen verhaaltjes denken, ook al zijn die allemaal fictief. Ook zelfspot schuwt Marías niet. Zo wordt er een schrijver beschreven die gehoord heeft dat hij genomineerd zal worden voor de Nobelprijs. Deze pompeuze schrijver oefent al jaren op zijn dankwoord in het Zweeds, maar dan wel Zweeds van een abominabel niveau. Marías zelf wordt al jaren genoemd als een mogelijke winnaar van deze prestigieuze prijs (maar weigert prijzen die hem worden toegekend door de Spaanse staat).

Hoezeer Marías ons echter ook wil doen geloven dat hedendaagse schrijvers blaaskaken zijn, de rol die literatuur kan spelen, veronachtzaamt hij niet. Zijn personage Javier haalt grote schrijvers uit het verleden aan als Balzac en Shakespeare om te illustreren wat literatuur vermag: ideeën en mogelijkheden opperen door middel van fictie. Dit is precies wat De verliefden doet. Het schetst een situatie die zowel bij de personages als bij de lezer een vraag oproept, een vraag die niet uitmondt in een antwoord, maar in nog meer vragen. En hoewel de gebeurtenissen uit de roman misschien zullen vervagen in ons geheugen, het idee, de mogelijkheid die ze oproepen, blijven ronddwalen in onze gedachten, nestelen zich onder onze hersenschors. Het laat je niet zomaar los. Maar misschien ben ik niet de juiste persoon om hierover te oordelen. Want ik blijf altijd een beetje verliefd op de romans van Javier Marías.