Filosofie

Empirische logica

over logica, wetenschap en politieke cultuur

Else M. Barth
Amsterdam University Press, 2018

Bestel dit boek  via ons partnerprogramma met Athenaeum Boekhandel

Door Leon Commandeur, promovendus filosofie van de logica

“Het combineren van belangstelling voor logica met interesse in de politieke cultuur is in onze tijd zeldzaam geworden. Menigeen komt de combinatie van de begrippen ‘logica’ en ‘politieke cultuur’ tegenwoordig voor als paradoxaal.” Aldus de Noors-Nederlandse filosofe Else M. Barth (1928-2015) in een voordracht die is opgenomen in de essaybundel Empirische logica: Essays over logica, wetenschap en politieke cultuur, een selectie teksten die een goede indruk geeft van de thema’s in haar werk en de methode die ze hanteerde.  

We lijken inderdaad niet snel geneigd de abstracte, mathematische logica te verbinden met politiek en cultuur of de waarde van logische studies voor cultureel- of politiek-filosofische kwesties te erkennen. Het werk van Barth laat echter zien dat als we de logische fundamenten van ons denken niet aan een kritische analyse onderwerpen, dat niet alleen ruimte biedt aan destructieve ideologieën, maar dat we ze dan ook niet kunnen blootleggen en onderuit kunnen halen.

In haar leven en werk trok Barth ten strijde tegen onder andere de onevenredige aandacht voor ‘gemiddelden’ in sociale wetenschappen, die tot stigmatisering zouden leiden. Een stelling als ‘Gemiddeld genomen zijn vrouwen emotioneler dan mannen’ is volgens Barth misleidend, omdat ze niets zegt over een individuele vrouw – de gemiddelde vrouw bestaat immers niet en is slechts een statistische abstractie – en omdat ze onterecht impliceert dat ze iets zegt over de ‘essentie’ van de vrouw of de man. Ook is Barth kritisch over het denken in termen van een tegenstelling tussen ‘mannelijk’ en ‘vrouwelijk’.

Centraal in Barths werk staat de afwijzing van een strikte scheiding van logica en politieke cultuur, en de abstractie van het maatschappelijk leven van analytische filosofie meer in het algemeen. Logica moest volgens haar ten dienste staan van intermenselijk begrip en een cruciale rol hebben in het stimuleren en faciliteren van zorgvuldig redeneren en debatteren.

Ook zou logica een belangrijke taak hebben om grote ideologieën en theorieën op hun logische grondslagen te testen en te beoordelen, en zodoende onderliggende concepten bloot te leggen en verborgen aannames zichtbaar te maken. Zo schrijft zij in het essay ‘Perspectieven’: ‘Door studie van filosofentalen zou de analytische filosofie moeten leiden tot een streng systematisch en dus veel beter begrip van de logische funderingen van die filosofische systemen die vandaag de dag de geesten van mannen en vrouwen, met inbegrip van de onze, beheersen.’

Om een idee te krijgen van welke betekenis logica kan hebben voor cultureel- of politiek-filosofische kwesties, is nodig te weten wat logica precies is. Meer dan alleen een strikt wiskundige discipline, kan logica ook gezien worden als de wetenschap van de uiterste grenzen of fundamenten van ons denkkader. Die grenzen zijn alleen niet a priori gegeven, maar worden in essentie gepostuleerd. Daarmee ontstaan conceptuele structuren, die ieder hun eigen denkkaders demarkeren. Hoe dieper dergelijke denkkaders zich nestelen in een cultuur, hoe moeilijker het wordt daarbuiten te denken en alternatieven te zien. Barth omschreef haar werk dan ook als een ‘systematisch onderzoek naar de software in ons denkapparaat, de in onze breinen ingestampte of binnengesmokkelde programma’s.’

Het werk van Barth – nu toegankelijk gemaakt met deze essaybundel – is vandaag de dag bijzonder relevant. Met de komst van digitale communicatiemiddelen is namelijk de interactie tussen mensen exponentieel toegenomen, maar de kwaliteit van die interactie omgekeerd evenredig afgenomen. Algoritmen, zoals die van de sterk gepersonaliseerde Facebook-tijdlijn, drijven ons uit elkaar en in informatiebubbels die onderling begrip bemoeilijken. Bovendien lijkt er momenteel een grote behoefte te zijn aan ideologieën waarin weinig ruimte is voor pluriformiteit, diversiteit en individualiteit – zie het opkomende rechts-nationalisme en neofascisme op verschillende plekken in Nederland, Europa en daarbuiten.

Wat dat laatste voor gevolgen kan hebben, zien we bijvoorbeeld in een hoofdthema in Barths werk, namelijk een kritische, logisch-conceptuele analyse van het Duits idealisme. Haar kritiek richt zich op het concept van de infinitesimaal: het oneindig kleine. De infinitesimaal wordt beschouwd als logisch-fundamenteel, als een fundamentele ‘bouwsteen’ voor iedere logische structuur. Het Duits idealisme, aldus Barth, verabsoluteert dit oneindig kleine: het benadert het niet als een ideële entiteit, of een relatieve, maar als iets absoluuts en vaststaands. Daarnaast constateert zij dat het kenmerkend is ‘voor de idealistische traditie dat het begrip “logisch fundamenteel” geïdentificeerd wordt met het begrip “waardevol”.’ Met andere woorden: het oneindig kleine, de fundamentele bouwsteen voor iedere logische structuur, wordt intrinsiek als het meest waardevolle geacht.

Zoals hierboven reeds beschreven, kunnen we logica – en daarmee dus ook logische structuur – zien als de wetenschap van de uiterste grenzen of fundamenten van ons denkkader. Dat betekent dus dat aan het fundament van een denkkader een logische structuur ten grondslag gaat. In een ideologie waarvan de logische structuur het Absolute intrinsiek het meest waardevolle acht, is alles minder dan dat van ondergeschikt belang. Absolute noties als het Ras, de Natie en het Volk, komen daarmee vóór het individu.

Barth schrijft: ‘Het is geen onderdeel van de hegeliaanse, de nietzscheaanse, wagneriaanse, heideggeriaanse of marxistische programma’s ervoor te zorgen dat de vernietiging van individuen niet zal gebeuren’, en verder: ‘Bij afwezigheid van systematische restricties hebben de geesten die door de filosofieën van Hegel of Heidegger, Nietzsche of Marx zijn opgeroepen, niets te vrezen van hun theorieën als ze overgaan tot doodslag.’ Deze ‘legitimatie-structuur’, schrijft Barth, ‘houdt historisch én systematisch verband met een zekere positie in de filosofie en de geschiedenis van de grondslagen van de wiskundige analyse (‘infinitesimaalrekening’).’. De logische structuur van een ideologie vormt de grondslag voor het denkkader ervan, aldus Barth. We kunnen een ideologie niet volledig op waarde schatten als we niet ook de logische structuur ervan kritisch onder de loep nemen.

Voor iemand zonder achtergrond in formele logica of wiskunde is een dergelijke kritiek op het Duits idealisme niet altijd direct even duidelijk. En voor iemand die wel een dergelijke achtergrond heeft is het Duits idealisme als object van kritiek niet altijd even voor de hand liggend. Het is juist deze kruisbestuiving tussen alfa en bèta – een onderscheid waarvan Barth overtuigd was dat het nooit te strikt genomen kon worden – die de inzichten van Barth zo rijk en diepgaand maken.