Religie

Erflaters van de Amerikaanse Verlichting

Jefferson en Taqwacore

Michael Muhammad Knight
Bananafish, Amsterdam, 2016

Door Els Schröder, historica en museumdocent

Bestel deze boeken bij Athenaeum Boekhandel
De Jefferson Bijbel– Thomas Jefferson (ISVW Uitgevers, Leusden, 2016)
Taqwacore – Michael Muhammed Knight (Bananafish, Amsterdam, 2016)

Op het eerste gezicht hebben De Jefferson Bijbel en de roman Taqwacore weinig met elkaar gemeen. Het eerste boek bevat een selectie uit het Nieuwe Testament, het tweede beschrijft een fictieve moslimgemeenschap in de greep van de punkcultuur. Toch liggen de beweegredenen van Thomas Jefferson, de derde president van de Verenigde Staten en auteur van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring, en Michael Muhammed Knight, die zich tot de islam bekeerde om te ontsnappen aan het milieu van zijn racistische vader, dichter bij elkaar dan de lezer op het eerste gezicht zou vermoeden.

Snijden in het woord van God
Aan de basis van De Jefferson Bijbel ligt een bijzonder project van Thomas Jefferson. Met een mesje sneed hij zorgvuldig gekozen passages uit de evangeliën en plakte deze in chronologische volgorde achter elkaar. Het resultaat van zijn redactiewerk bleef lang onbekend; pas in 1895 werd het bestaan van de Jefferson Bijbel onthuld. Nu is er een Nederlandse vertaling, waarbij Jeffersons knip- en plakwerk is voorzien van politiek, filosofisch en historisch reliëf.

Jefferson was een uitgesproken vertegenwoordiger van de Amerikaanse Verlichting. Zijn bijbelproject stond in een directe relatie tot zijn ideeën over politiek en maatschappij, waarbij hij zich door illustere voorgangers en tijdgenoten liet inspireren. Met John Locke deelde hij de waarden die ten grondslag lagen aan de Amerikaanse democratie: tolerantie, zelfbeschikkingsrecht, burgerlijke vrijheden en een geloof in de vrije geest. Thomas Paines vlijmscherpe analyses maaiden zijn geloof in Bijbelse wonderdaden weg. Net als Henry Bolingbroke kon Jefferson een goddelijke natuur van Jezus niet verenigen met de rede. Ook werd Jefferson geïnspireerd door Joseph Priestley, die net als hij overtuigd was van de morele waarde van Jezus’ boodschap en deze wilde destilleren uit de Bijbel.

Snijden in het woord van God was – en is – controversieel. Hoewel Jefferson een diep geloof in God had, pasten zijn denkbeelden slecht in de geloofstradities van zijn tijd. Voor hem was de Bijbel in de eerste plaats een historisch document dat vervuild was geraakt door een gebrekkige overlevering. Bijgeloof, onzin en onwaarheden verduisterden daardoor de waarheid over Jezus: hij was geen wonderdoener of zoon van God, maar een hervormer van de moraal. Door de passages met wonderen en engelen van de evangeliën af te schrapen en de overblijfselen chronologisch te presenteren, kon Jezus’ leer weer centraal in de geloofsbeleving worden geplaatst en zo een fundament vormen voor de inrichting van de nieuwe democratische Amerikaanse maatschappij.

Jeffersons redactiewerk levert voor Bijbelkenners een fascinerend en enigszins bevreemdend geheel op, en voor leken een verkwikkende introductie in de morele lessen van het Nieuwe Testament. Ontdaan van magie en opsmuk is het verhaal van Jezus verrassend toegankelijk. Jeffersons opzet is geslaagd: in zijn bijbelversie is Jezus in de eerste plaats mens – een wijze leraar wiens lessen de basis kunnen vormen voor de leefregels en morele grondslag van een nieuwe samenleving.

Ook voor de ongeoefende Bijbellezer leest Jeffersons compilatie vlot. Dit is de verdienste van de bezorgers, die met tekstuele verwijzingen en frisse vertalingen de evangeliën tot eenheid hebben gesmeed. Het eindresultaat is een goed leesbare tekst die de morele leer van Jezus en ideeën van Jefferson voor een nieuw publiek ontsluit. Hoewel weinig lezers moeite zullen hebben met het prachtige Engels van Bolingbroke en van Jeffersons briefwisselingen, detoneert de keuze deze citaten niet naar het Nederlands te vertalen enigszins.

Terecht hebben de vertalers ervoor gekozen zichzelf te beperken. Ingewikkelde filosofische concepten en religieuze ideeën worden in de beknopte inleiding helder uiteengezet. Dit laat weinig ruimte voor nuancering of wetenschappelijk debat, maar werkt stimulerend. Het sympathieke vertaalproject is in zijn opzet meer dan geslaagd: de introductie in het Amerikaanse Verlichtingsdenken en een aantal van zijn minder bekende vertegenwoordigers zet aan tot een gang naar de boekhandel of bibliotheek, en smaakt naar meer.

Leven tussen God en gebod, halal en haram
Ook Taqwacore van Michael Muhammed Knight heeft een bijzondere ontstaansgeschiedenis. De Amerikaan Knight bekeerde zich op vijftienjarige leeftijd tot de islam, maar raakte gedesillusioneerd door de starheid van de islamitische leer. Hij zocht een manier om zich daartegen af te zetten zonder zijn diepgewortelde geloof in God op te moeten geven. Deze zoektocht resulteerde in zijn debuutroman over een fictieve moslimpunkscene, waarin jonge moslims en moslima’s hun geloof in God verenigen met een weerzin tegen de gevestigde orde.

Aanvankelijk niet meer dan gestencilde kopietjes, illegaal verspreid door lezers van het eerste uur, veroverde dit boek vanaf 2004 de wereld. Een aanzienlijke groep jonge moslims heeft Knights allesbehalve dogmatische voorstelling omarmd en daarmee is een nieuwe subcultuur gevestigd, die trots de naam draagt van deze geruchtmakende roman. Twaalf jaar na de eerste ondergrondse publicatie is Taqwacore eindelijk in het Nederlands verschenen en kan de lezer voor zichzelf bepalen of Knights boek nieuwe antwoorden geeft op de vraag hoe te leven met de beperkingen van het geloof in een wereld vol vrijheden.

In Taqwacore ontmoeten we de bewoners van een alternatief islamitisch studentenhuis. Yusuf Ali, een praktiserend en gematigd moslim van Pakistaanse afkomst die in Buffalo elektrotechniek studeert, slaat de gekte om zich heen gade met verwondering, compassie en humor. Zijn huisgenoten doorbreken elk taboe. Yusuf Ali’s huisgenote Rabeya is een islamitische feminist die haar gelijke niet kent. Grofgebekt en van top tot teen gesluierd maakt zij korte metten met elke vorm van vrouwonvriendelijkheid binnen de islam. Op wilde punkfeesten drinken en vrijen de mannelijke huisgenoten erop los. Vrouwen leiden het vrijdagmiddaggebed in de overvolle huiskamer, waar mannen en vrouwen gezamenlijk zich tot Mekka wenden.

Toch beschouwen de bewoners zich als vrome moslims, zij het met gebreken. Ze volgen de islamitische rituelen zo goed en zo kwaad als het kan, gaan op retraite en lezen de Koran en Hadith. Ze zien zichzelf als een voorhoede van een nieuwe generatie zelfbewuste Amerikaanse moslims; ze koesteren de vlaggen van de moslimlanden waar hun ouders en grootouders opgroeiden en omarmen tegelijkertijd de vrijheden die de westerse wereld hun biedt. Zowel het traditionele als het vrijheidslievende element maken onderdeel uit van hun identiteit als punkmoslims. Onderling discussiëren ze over wat wel en niet kan en bepalen ze de grijstinten in een leven beheerst door God en verbod, door halal en haram.

Hun geloofsbelevenis draait om de vraag wat soennah, de aanbevolen weg van Mohammed, zou zijn. Daarbij mijden ze het conflict met traditionele uitleg van Mohammeds levenslessen niet. Zo creëert Rabeya haar eigen versie van de Koran. Na de gehele overlevering bestudeert te hebben over de vraag of Soera 4:34 nu wel of niet aan een man toestemming geeft zijn vrouw te slaan, beslist ze op basis van andere uitspaken van Mohammed dat dit vers hoe dan ook niet in zijn geloofssysteem past. Ze schrapt de passage uit haar Koran en hoeft zo het vers ‘niet op te rekken en om te buigen voor een slappe alternatieve versie’.

Taqwacore beschrijft een wereld vol tegenstrijdigheden: van vroomheid en goddeloosheid, van angst en durf en van schurende identiteiten. In deze wereld spreekt niemand elkaars taal daadwerkelijk, maar probeert iedereen elkaar te verstaan. Het boek stelt het plezier centraal dat samengaat met dwars en onvolwassen gedrag, maar ook hoe verwarrend het is jong te zijn en in het reine te komen met wie je bent.

Knights roman is niet perfect. Niet alle karakters komen uit de verf, het einde is niet zo hartverscheurend als het bedoeld is en Yusuf Ali blijft te veel een beschouwer aan de zijlijn om de identiteitscrisis waar het boek om draait te dragen. Ook leest het boek niet altijd makkelijk door de vele Arabische oneliners. Maar daarin zit ook de essentie van de roman verpakt: de karakters weten vaak zelf niet wie ze zijn of waarvoor ze staan, en ze gebruiken Arabische stopwoordjes en -zinnetjes om hun onwetendheid en aarzelingen over hun geloof en identiteit te verhullen. De verklarende woordenlijst achterin biedt daarbij enige soelaas, net als de rake en vlotte vertaling van Knights Engels. En daarmee is het een unieke inkijk in de manier waarop onze conflicten en identiteitscrises soms daadwerkelijk een subcultuur kunnen laten ontkiemen.

Ondanks de tegendraadsheid en onvolwassenheid van de subcultuur die het portretteert, geeftTaqwacore hoop op een toekomst waarin het gesprek wordt gevoerd; een gesprek tussen God en zijn dienaars, tussen gelovigen en ongelovigen, tussen de islamitische en de westerse wereld en tussen moslims onderling. Want ook de schijnbaar zich overal tegen afzettende moslimpunkers zoeken met hun boerka’s vol insignes en speldjes, haram tatoeages, provocerende davidsterren, vrouwelijke imams en moslimvlaggetjes de dialoog. Of zoals Yusuf Ali het verwoordt: wij zijn allemaal nadrukkelijk in de eerste plaats mens – feilbaar maar welwillend.

Punkers avant la lettre
Jefferson en Knight zoeken een geloofsbelevenis waarin niet het dogma, maar de individuele geloofsbeleving tot zijn recht komt. In hun boeken proberen zij de lessen van hun profeet te ontdoen van de kunstgrepen die onlosmakelijk deel zijn gaan uitmaken van de christelijke en islamitische geloofstraditie. Beide auteurs benadrukken de menselijke natuur van hun profeet: Jezus en Mohammed worden gepresenteerd als morele leiders en (feilbare) mensen, die desondanks de weg vrijmaken voor nieuwe geloofssystemen. Jeffersons Jezus en Knights Mohammed zijn uitgesproken rolmodellen voor de maatschappij die zij voorstaan: een Verenigde Staten doordrenkt van tolerantie, vrijheidszin en redelijkheid, met ruimte voor zowel het individu als het geloof.

Waar de belezen en beschaafde filosoof Jefferson de rede hanteert, kiest de rebellerende antagonist Knight voor de shocktherapie die de punkcultuur voorstaat. Provocerend begint hij zijn boek met het gedicht ‘Mohammed was een punk’; later door een Indonesische Taqwacore-band voorzien van bijpassende agressieve punkakkoorden. Jefferson gaat de frontale aanval uit de weg, maar wordt in zijn tijd er ook regelmatig van beschuldigd een atheïst – een dwarsligger – te zijn. En naast Jefferson vertoont ook zijn Jezus van Nazaret trekjes van een punker avant la lettre: een moreel leider en hervormer die het bestaande joodse geloofssysteem bevraagt en daarmee de kiem legt voor een beweging die zich radicaal afkeert van de heersende tradities.

De Jefferson Bijbel en Taqwacore behandelen de vraag hoe wij omgaan met de erfenis van onze geloofsartikelen. Beide boeken nemen de vrijheid om de tradities die voortkomen uit deze erfenis ter discussie te stellen en geven ons daarmee een beeld van hoe afwijkende meningen en ondergrondse cultuurstromingen van doorslaggevend belang kunnen zijn voor de ontwikkeling van ons denken. En daarmee zijn Jefferson en Knight erflaters van de beschaving die de Amerikaanse Verlichting ons heeft geschonken. Hun beider zoektocht naar de essentie van een individuele geloofsbeleving als grondslag voor een nieuwe orde binnen de grenzen en het kader dat de maatschappij hun stelt, verdient het daarom door ons gelezen en bediscussieerd te worden.