Politiek

Hart van Europa

Hoe Duitsland ons uit de crisis voert en tegen welke prijs

Marnix Krop
Prometheus Bert Bakker, Amsterdam, 2014

Door Sander van Walsum, verslaggever en voormalig Duitsland-correspondent ‘de Volkskrant’

Bestel dit boek bij Athenaeum Boekhandel

Velen waren er in 1989 beducht voor: een herenigd Duitsland dat alle Europese partners zou overvleugelen en dientengevolge hegemoniale trekjes zou ontwikkelen. In de praktijk viel dat nogal mee. De reus in het hart van het oude continent sprak met zachte stem en ging – net als de ‘oude’ Bondsrepubliek in haar nadagen – gebukt onder de deemoed voor een belast verleden.

Daar kwam bij dat de conjuncturele zomer van de jaren negentig en de eerste jaren van deze eeuw goeddeels aan het herenigde Duitsland voorbijging. De overname van de failliete DDR-boedel vergde het uiterste van zijn krachten. Achterstallig onderhoud aan het ooit zo succesvolle ‘Modell Deutschland’ en de introductie van de euro, die de Duitse export bemoeilijkte, brachten de noodzaak van ingrijpende sociaal-economische hervormingen met zich mee. Het grote Duitsland was dus lange tijd vooral met zichzelf bezig, en temperde daardoor eventuele argwaan bij zijn Europese partners. Die deden zelfs wat meewarig over de ‘zieke man’ van Europa.

Maar de eurocrisis dwong Duitsland in een rol die het niet begeerde en die het eerder misschien ook nog niet op zich had kunnen nemen: die van leidende natie in een tijd van collectieve nood. Mentaal was het land daarop omstreeks 2010 nog absoluut niet ingesteld. Het reageerde aarzelend op de eerste crisisverschijnselen en liet het initiatief graag aan Frankrijk. Zelfs eind 2011 meende Radoslaw Sikorski, de Poolse minister van Buitenlandse Zaken, Duitsland nog te moeten aanmoedigen om het voortouw te nemen bij de redding van de euro. In zijn befaamde Berlijnse rede zei hij de macht van de vroegere boze buurman minder te vrezen dan diens inactiviteit.

Over de nieuwe rol van Duitsland in Europa en de wereld schreef Marnix Krop, Nederlands ambassadeur in Berlijn van 2009 tot 2013, een lezenswaardig boek: Hart van Europa, hoe Duitsland ons uit de crisis voert en tegen welke prijs. De dreiging die van de titel uitgaat, is overigens enigszins misleidend. Want de prijs die wij, Europeanen, voor de Duitse leiding moeten betalen is feitelijk een bonus: een op Duitse leest geschoeide federatie die meer zicht biedt op het welslagen van het Europees project dan het tamelijk ineffectieve statenverbond van dit moment. ‘Duitsland voert ons uit de eurocrisis en meer Europa is de prijs die we daarmee winnen’, schrijft Krop aan het slot van zijn epiloog. Voor hem is dat een wenkend perspectief.

De helderheid van deze onmodieuze stellingname klinkt door in het hele boek. Zo ergert Krop zich aan politici die ‘nauwelijks meer durven uit te leggen waarom Europa nodig is’ en die ‘uit angst voor kritiek’ de Europese eenwording bagatelliseren. Krop heeft oog voor alle krachten die op elkaar inwerken. Hij ziet voor zichzelf echter niet alleen een rol als analyticus weggelegd maar ook die van commentator. Dat komt de leesbaarheid van Hart van Europa slechts ten goede. De lezer kan zijn eigen opvattingen scherpen aan die van Krop.

Diens persoonlijke betrokkenheid bij de ontwikkelingen die hij beschrijft – als ambassadeur in Berlijn en Polen (2006-2009), als ‘tweede man’ op de Nederlandse ambassade in Parijs en als topambtenaar op het ministerie van Buitenlandse Zaken – geeft het boek een duidelijke meerwaarde. Zo beziet hij ‘zwarte maandag’, de bijna unanieme afwijzing van het Nederlandse voorstel voor een zekere federalisering van Europa in 1991, in het licht van de Frans-Duitse samenwerking. Duitsland zag wel wat in dit voorstel, dat volgens Krop ‘veel van de problemen die we nu in de eurozone zijn tegengekomen, (zou) hebben voorkomen’, maar zag ten slotte af van openlijke steun uit vrees daarmee Frankrijk, zijn ‘humeurige partner’, voor het hoofd te stoten. Toenmalig bondskanselier Helmut Kohl placht naar eigen zeggen immers ‘driemaal voor de tricolore’ te buigen.

Aardig en verhelderend zijn de cursief gedrukte terzijdes waarin Krop persoonlijke voorvallen en ontmoetingen beschrijft. Zo geeft hij een indruk van de tactvolle wijze waarop bondskanselier Angela Merkel tegenover Mark Rutte uiting gaf aan haar zorgen over de gedoogconstructie met de PVV. Haar verre voorganger Helmut Schmidt zei in een gesprek dat Krop vorig jaar met hem had ‘dat Duitsland gedurende de hele eenentwintigste eeuw nog niet klaar voor een leidende rol zou zijn. Als reden daarvoor gaf hij: Auschwitz.’

Ook pleidooien voor een sterker Duits engagement gaan – ironisch genoeg – vaak gepaard met een verwijzing naar Auschwitz. Zo wist toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer zijn Groene partijgenoten er in 1999 mee te overtuigen dat Duitsland aan de militaire interventie in Kosovo moest deelnemen. De Duitse verantwoordelijkheid voor het welslagen van het Europees project is door dezelfde historische sensitiviteit ingegeven.

‘De Duitsers hebben, anders dan wij, het geluk van een ongelukkige geschiedenis’, schrijft Krop. En daarvan kan Europa mee profiteren. Maar het blijft curieus: de euro is mede in het leven geroepen om het herenigde Duitsland in te tomen door het aan Europa te binden. Nu doen de landen die de Duitse macht vreesden een beroep op Duitsland om de euro – het instrument van zijn beteugeling – te redden. De munt die werd ingevoerd om Duitsland Europeser te maken zal uiteindelijk tot een Duitser Europa leiden.

Deze bespreking is eerder verschenen in Sir Edmund, de Volkskrant (2014).